
Tuin
OpinieTuin
“Dat zou ik zelf nooit doen,” zeiden de mensen om mij heen. En “Niet mee bemoeien!” zei een goede vriend. Hebben jullie dat ook, lieve Grollenaren, dat je op zo’n moment denkt: “DOEN!”
Mijn vriendin A lag in het ziekenhuis in Nijmegen. Ze moet langdurig herstellen dus wilde ze alles netjes hebben vóór maandag 3 juni. Op dinsdag reed ik even langs haar huis om inbrekers te verjagen en ik zag dat ze niet toe was gekomen aan de voortuin. “O,” dacht ik, “Ik ga vanmiddag wel even terug met mijn schepje. Dat vindt ze vast fijn.” Thuis in Beltrum gaf ik Abeltje te eten, ik zei dat ik nog een klein uurtje weg moest en terug in Grolle zette ik mijn schepje in het
…. Zand wou ik zeggen, maar het zand was onzichtbaar. Het verschil tussen onkruid en Echte Plant eerlijk gezegd ook en mijn schepje kreeg ik met geen mogelijkheid in de ondoordringbare woestenij.
“Heb jij even tijd?” app ik vriend één. “Misschien kun je een aanhanger meenemen eventueel?” Aan het eind van de dag was ik honderdtwintig kilo oerwoud-afval rijker, was mijn vinger ontstoken, mijn hand overbelast, kwam er tien jaar tuinstof uit mijn neus bij het snuiten en zaten mijn armen vol wonden. Met drie paracetamollen kwam ik in slaap die nacht, en de volgende morgen waren alle extremiteiten klaar om naast mijn vriendin op zaal te komen liggen in Nijmegen.
Vol goede moed -ja gek hè, dat toch wel!- ging ik na de koffie weer naar Grolle.
“Kun jij misschien…” appte ik vriend twee, en na dag twee zag de woning van mijn vriendin er werkelijk uit als een huis met een tuin. Terug in Beltrum scheurde ik voor haar allerlei bodembedekkers uit mijn tuin en toen…
Ja jullie geloven er waarschijnlijk geen biet van maar die week -denk even terug hoe je door de zon naar het stembureau fietste op 6 juni- was het prachtig weer! En daarom pakte ik de tuinslang, sleepte hem naar de voortuin en draaide de kraan open. Niks.
Na alle keukenkastjes te hebben uitgepakt en vice versa vond ik de hoofdkraan in de kelder: muurvast.
“Kun jij misschien…” app ik vriend drie. Zijn waterpomptang deed wonderen en de tuin werd een plaatje.
Op maandag zou ze thuis komen, en ik haalde namens mijn zussen en haar broers een ‘welkom thuis’- bloemetje. Ik opende de kelderkast op zoek naar een vaas.
“Kun jij even…” appte ik vriend drie voor de tweede keer. Nadat we twintig centimeter water uit haar kelder hadden gehoosd sloot ik vijf minuten voor de thuiskomst van A haar voordeur achter mij.
“Niet mee bemoeien,” hadden ze gezegd. Ja… dat had een boel gedoe gescheeld.
Maar volgende keer doe ik het weer.
Met liefde.










