Rob Heijmans vertelt zijn geschiedenis. Foto: Diane Blanken
Rob Heijmans vertelt zijn geschiedenis. Foto: Diane Blanken

Een kind op een zolder in Groenlo

Rob Heijmans vertelt over zijn leven en zijn familiegeschiedenis

Door Mark Ebbers

GROENLO - "Ik sliep, ik las, ik schilde aardappels, ik verveelde me rot, ik sliep weer. En zo begon alles elke dag weer opnieuw." Dat antwoordt Rob Heijmans (84) op de vraag wat hij deed toen hij in 1942 ondergedoken zat op zolder in het toenmalige huis van zijn oma, aan de Mattelierstraat te Groenlo. "Want als kind van bijna 11 kun je niet veel anders."

In datzelfde huis, maar nu in de woonkamer en bijna 75 jaar later, houdt Heijmans zijn verhaal voor een groep geïnteresseerde bezoekers. Het huis is één van de vier locaties die meedoen aan de eerste Open Joodse Huizen in Groenlo op zaterdag 29 april, georganiseerd door de Stichting Stolperstenen Groenlo in samenwerking met het Joods Cultureel Kwartier Amsterdam. Er worden persoonlijke verhalen verteld, door nazaten en betrokkenen. Over in Groenlo (bijna) verdwenen families als Philip, Eichenwald, Maas en Heijmans.

Zestien onderduikadressen
Heijmans' ouders hadden hem vanuit Enschede naar zijn oma Bertha Heijmans-Heimans in Groenlo gestuurd, omdat het daar bij de oude dame veiliger zou zijn. Ook zijn moeder Rosa zelf en zijn zus Reneé doken er onder. Maar de kring die wist dat ze bij zijn oma verborgen zaten, werd steeds groter, en ze verlieten na een paar maanden de Achterhoek voor een volgend adres, in Doorn. Ook dat was niet het eindpunt: uiteindelijk beleefden ze de bevrijding op het zestiende onderduikadres, in Alphen aan de Rijn.

Oma Bertha
Het huis aan de Mattelierstraat is in 1933 door Heijmans' grootouders gebouwd; toen opa in 1937 overleed bleef oma Bertha er wonen, ook nadat haar twee kleinkinderen en schoondochter eind 1942 vertrokken waren naar Doorn. Tot ook Bertha zelf moest onderduiken. Dat ging mis: ze werd in Zuid-Holland opgepakt en kwam via kamp Vught op 17 september 1943 in doorgangskamp Westerbork aan. Op 18 januari 1944 werd ze van daaruit naar concentratiekamp Theresienstadt gedeporteerd, waar ze op 20 november 1944 overleed. Voor haar is in 2014 een stolpersteen gelegd voor het huis in het Groenlose centrum, hoewel dus niet het adres waar ze werd opgepakt. Maar wel het adres waar ze wellicht was blijven wonen als de Jodenvervolging er niet geweest was.
Ook Bertha's kinderen – Theodoor (de vader van Rob), Herman en Jeanette – werden in de oorlogsjaren door de nazi's vermoord.

Honderden jaren Heijmans in Groenlo
De grootouders van Rob Heijmans waren achterneef en achternicht, dat hun achternamen anders werden geschreven schrijft hij toen aan slordigheid bij de burgerlijke stand. Opa Ernst had een manufacturenzaak in de Beltrumsestraat , daarnaast was hij voorzitter van de Joodse gemeente in Groenlo. "Hij had aanzien", aldus zijn kleinzoon. "Sowieso waren de Heijmansen goed vertegenwoordigd in besturen en dergelijke."
Er waren veel Heijmansen in het stadje. "Dat begon met de aankomst van Jacob in 1714, waar vandaan weet niemand. Heijman was een binnen de familie gebruikte voornaam. Toen in 1812, de Franse tijd, namen moesten worden vastgelegd bij de burgerlijke stand, werd gekozen voor Heijmans: zoon van Heijman."
Dat de familie ruim vertegenwoordigd was binnen de Joodse gemeenschap in Groenlo, is nog steeds te zien op de Joodse begraafplaats bij de Kanonswal: van de 32 nog leesbare grafstenen zijn er 22 van Heijmans.

Vier overlevenden
Rob Heijmans lardeert zijn familiegeschiedenis met stambomen en met foto's in grijs- of bruintinten, met mensen poserend in een tijd dat een foto nog iets bijzonders was. Hij vertelt over één foto in het bijzonder: "Uit 1939 met twaalf mensen erop, daarvan waren er in 1945 nog vier over: mijn moeder, mijn zus, een neef en ik." Zijn neef (95) leeft nog, zijn zus overleed enige jaren geleden.

Heijmans heeft nooit meer in Groenlo gewoond, wel een aantal jaren in Enschede, waar hij de textielschool bezocht. Tegenwoordig woont hij met zijn vrouw Lien – die hem deze zaterdag vergezelt – in Laren in Noord-Holland. Het huis waar hij tijdens deze Open Joodse Huizen zijn verhaal houdt, is na de oorlog gekocht door een neef van zijn vader en het bleef tot midden jaren 90 in de familie.

Deze verhalen blijven vertellen
Heijmans verontschuldigt zich bijna voor zijn naar eigen zeggen af en toe wat warrige verhaal. Een verhaal met heel veel jaartallen, heel veel namen en vooral met veel emotie. "Het is zo belangrijk dat dit soort verhalen verteld blijft worden", vindt hij. "Ook op scholen, waar helaas de lesstof soms wordt aangepast omdat bepaalde leerlingen agressief reageren als de holocaust ter sprake komt."

Het vertellen tijdens deze Groenlose Open Joodse Huizen was eigenlijk helemaal niet zo moeilijk, zegt Heijmans na afloop. "Ik zie veel meer op tegen aanstaande donderdag 4 mei. Dan spreek ik tijdens de dodenherdenking in Laren. En dan ga ik het voor het eerst echt praten over hoe ik zelf de oorlog heb meegemaakt, van mijn 8ste tot mijn 13de."

Meer berichten