Columns

Uut 't Wald | Roeken

Roeken

Nee, ik ga het ditmaal niet hebben over die kraai-achtige zwarte vogels. Ook niet over duiven, ook al klink 'k Roek-oe wel als verliefde duif die zijn partner mist.
Maar 'k Roek-oe is geen ornithologische term. U en ik kunnen het gewoon tegen elk ander persoon zeggen. Alleen zou ik het niet doen, want voor je het weet krijg je een klap voor je kop. 'k Roek-oe betekent namelijk: ik ruik je. En dan wel in de betekenis: je stinkt!

Toch betekent roeken (of ruken) letterlijk vertaald gewoon ruiken. In het Achterhoeks kun je ook best zeggen: wat roekt die bloom'n lekker. Maar ook: Wat hebt die bloom'n 'n lekkere rökke. Of: Wat zit d'r 'n lekkere rökke (of loch) an die bloom'n. Maar als je van een persoon zegt dat ie een scharpe rökke heeft, dan wil dat weer zeggen, dat hij een goede neus heeft, goed kan ruiken dus. Zo iemand kan dus ook goed beoordelen of een ander persoon stinkt.

Stinken heet ook in het Achterhoeks stinken. Al kan de i in dat woord in vervoegingen een u worden. Rond Eibergen bijvoorbeeld kun je horen: Het stunk hier. Maar in Lochem blijft het stinken. Bijvoorbeeld in dat bekende kinder-aftelrijmpje: Usken, busken, bonenstro/wee stinkt hier zo?/Dat is den olden griezen man/den zo akelig stinken kan.

Stinken is trouwens wel 'modern' Achterhoeks. In vroeger tijden had men het over äöteren. En ook wel over ulken. Welk woord verwees naar de ulk. Ofwel de bunzing. Ons eigen stinkdier!

Meer berichten