Columns

Oerend Smart | De egelantier

Foto: PR
Foto: PR

De egelantier

Een stortbui had de takken van de egelantier achter het huis waar ik woon zozeer naar beneden gedrukt dat ik het paadje niet meer kon belopen zonder met mijn jasje aan de doornen te blijven haken. De egelantier is een rozensoort die in Nederland in het wild voorkomt, maar deze hier groeide op uit een stekje dat ik kreeg van mijn zus – uit haar Amsterdamse tuin.
Voordat ik door de voordeur het huis verliet, knipte ik eerst bij de achterdeur een deel van de egelantier weg. Jammer, hij stond al fraai dieproze te bloeien en ik weet dat de bloemetjes van wilde rozen in een vaas nog sneller verwelken dan de rozen die je op de markt koopt. Eigenlijk heeft het afknippen of plukken van alle bloemen iets wreeds: je haalt ze weg van een plaats waar ze langer mooi zouden zijn geweest dan waar je ze heenbrengt. Maar oké, nu ik ze eenmaal had afgeknipt, gunde ik ze een verlengde voortzetting van hun bestaan in een paar glazen potten bij het keukenraam.
Een druk programma die dag, twee interviews en achter in de middag naar landgoed De Wildenborch bij Vorden voor een fotosessie. Er was een persbericht in voorbereiding over de bijdrage die ik samen met Manja Bedner (van het Kamertheater in Almen) ga leveren aan de Staringavonden. Die worden jaarlijks georganiseerd vanuit de Wildenborchse Kapel. Bezoekers maken dan een begeleide wandeling door de lommerrijke en schitterend onderhouden tuinen achter het landhuis annex kasteeltje, waar de dichter en landbouwkundige A.C.W. Staring (1767-1840) woonde. En er is aandacht voor zijn leven en zijn poëzie. Een grote eer om op 25 juli en 1 augustus te mogen meedoen. Ik verklap nog niet hoe.
Terwijl ik nog even een kop koffie dronk, klopte Eke Mannink aan voor een kort overleg. Met haar werk ik samen op poëtisch, journalistiek en logistiek gebied. Ze bewonderde de elegante bloemetjes van de egelantier.
Manja had aangekondigd dat ze in heuse rococo-jurk op de foto zou gaan en ze had mij gevraagd: 'Wat doe jij?' Daar had ik helemaal niet over nagedacht, ja, een net jasje zou ik aantrekken, sterker nog, dat had ik al gedaan. 'Heb je niet een sjaaltje of zo?', vroeg ze. O ja, daar heb ik wel een aardige selectie van. Maar waar?
De interviews verliepen vlot en waren interessant. Ik hield net wat tijd over om via huis door te rijden naar de Wildenborch. Op zoek naar de sjaaltjes, maar die hadden zich perfect verstopt. Toen viel mijn blik op de rozen. Ekes poëtische aandacht kreeg alsnog iets logistieks: ik pakte één takje, met blaadjes en bloemen, op, stak het in een flesje dat ik half met water had gevuld en nam het in de auto mee naar de Wildenborch. Op de foto zie je mij uiterst idyllisch een roos aanbieden aan een vrouw in overdadige, maar toch sierlijke rococo-kledij.
De roos die mij in alle vroegte door moeder natuur persoonlijk was aangereikt als oplossing van een probleem waarvan ik toen nog geen weet had.

Meer berichten