Columns

Kijkjes van de Grolse stadstoren | Stadspoorten

De Torenwachter: Grolse Stadspoorten wagenwijd open en tegelijkertijd stevig op slot.

Beste Grollenaren: 't is bi'jnoa zo wiet! De Slag nadert en je kunt overal in de stad merken dat we ons meer dan serieus voorbereiden; dat we die dekselse Prins Frederik Hendrik deze keer net een slag vóór zijn.

We maken eindelijk weer eens goed gebruik van de begrippen binnen de gracht en buiten de gracht. Buiten de gracht ligt het barre ommeland, daar waar struikrovers, bandieten, schuinsmarcheerders en vage negotie-handelaren het voor het zeggen hebben. Binnen de gracht is het veilig, daar wonen de poorters, de brave burgers, de handeldrijvende Grollenaren en in hun gezelschap het Spaanse leger met 1200 krijgers die de stad bewaken. Zo moet het geweest zijn in 1627 voordat het vermaledijde Staatse leger kwam oprukken.

Ineens is die situatie weer terug; brieven van het organiserend comité aan de binnenstadbewoners, net alsof er geen buitenstadsbewoners zijn. Heerlijk. Even net doen alsof het allemaal weer is zoals het ooit geweest schijnt te zijn. Er waren immers in die tijd geen televisiebeelden en ook het aantal selfies schijnt rond 1627 uitermate schaars geweest te zijn. Ze moesten het hier doen met ellenlange gedichten van ene Joost van den Vondel. Die werkte in opdracht van de Staat, dus je weet nooit of het allemaal precies zo geschiedde zoals opgeschreven of dat het gebeurde zoals de prins graag zag dat het gebeurde. Daar is overigens nooit een Watergate uit voortgekomen.

Wat me nu vooral opvalt is dat het aantal groepen, dat helpt met man en macht de stad te verdedigen, fors is toegenomen. Overal zie ik formaties - die zich straks in de knusse straten van de veste nestelen - druk, fanatiek en met tomeloze inzet bezig met de voorbereidingen; gezien de aanvoer van de enorme hoeveelheden proviand en van het goud en glanzende gerstenat gaan ze ervan uit dat de Slag een eeuwigheid duurt.

En ik zag ook dat de mannenzang vereniging Inter Nos als paters uitgerust de manschappen in de veste geestelijk gaat bijstaan; geestelijke of feestelijke bijstand is altijd meer dan welkom in het leger waar de fijne nuance en het gevoel voor ethiek in de heetste uren van de strijd nog wel eens ondergesneeuwd raken.

De paters van Inter Nos hebben allemaal een pij, dat idee is moeiteloos doorgevoerd; daar werd geen stampij over gemaakt. En ze gaan natuurlijk ook zingen; een patersensemble met niet alleen geestelijke bijstand maar ook veel vrolijke noten. De toon is gezet.

Het zou best eens zo kunnen zijn dat Frederik Hendrik, aankomend bij de stadspoorten en ziende dat het hier een jofele boel is, veel vrolijke mensen, veel gezang, lekkere meezingliedjes en zo, dat-ie denkt: zat ik daar ook maar bij. Dat het idee van de stad innemen ineens helemaal op de achtergrond raakt.

Als dat in 1627 ook was gebeurd dan had Frederik Hendrik waarschijnlijk helemaal geen aanval op de veste Grol uitgevoerd en dan zou er dus een gans andere geschiedenis zijn geschreven. In 1627 zat die Frederik Hendrik daar halfweg tussen Groenlo en Lichtenvoorde te chagrijnen in een wat opgekalefaterde tent en grimmig zijn aanvalsplannen uit te broeden. Voor hetzelfde geld had-ie in de Notenboomstraat, op de Markt of Kevelderstraat vrolijk staan te zingen en te dansen en had hij de roemer meer dan regelmatig geheven. Dan hadden we ook en heel ander gedicht gekregen van die Joost van den Vondel.

Dan hadden we dus nu in 2019 niet gehad wat we nu hebben: een heerlijk oorlogsspel, een weergaloze Slag zonder slachtoffers en vele tienduizenden tevreden bezoekers.

Torenwachter

Meer berichten