KIJKJES VAN DE GROLSE STADSTOREN

Buutavonden, een onderscheidend kenmerk van ons stadje Grol

Soms word je geconfronteerd met eenvoudige maar niettemin ware feiten, beste Grollenaren.

In een wanhopige poging het nieuwe jaar wat losjes tegemoet te treden riep ik op Nieuwsjaardag tegen een groepje mensen: de beste wensen allemaal en nog wat andere vage zinnen die me inmiddels ontschoten zijn. "Ie zollen moar is zorgen dat de Groenlose Gids oaveral wordt rond-ebracht. In geen wekken heb ik dat blaadjen ezene", riep een vrouw die me meteen tot de harde werkelijkheid terugbracht. Ik begreep dat het geen zin had om omstandig het verschil tussen redactie en verspreiding uit te leggen. Wel herinnerde ik me een lezing van lang geleden waarin een deskundige (het zijn altijd deskundigen) uiteenzette dat het zwakke punt van een krant lag en ligt bij de verspreiding. Zou de betreffende bezorger zich verslapen of de schooljongen een nieuwe opwindende vriendin hebben dan lag te late bezorging of niet bezorging voor de hand.

Ik hield het wat losjes door op te merken dat als de bezorging helemaal zou staken er dan kon worden gesproken van een 'Groenloze Gids'. Het grapje ontging haar of ze vond het een hele slechte grap. Ik herinnerde me ook dat we vroeger thuis een bezorger hadden wiens dagritme niet altijd synchroon liep met de verspreidingsregels van de krant. Dan kregen we een dag de krant niet, maar hij maakte dat de volgende dag goed: we kregen dan twee exemplaren, weliswaar van dezelfde dag, maar toch. En je kon in de krant - die je niet had - het telefoonnummer lezen om vervolgens beklag te doen. Dus ik roep de bezorgers op om onze Groenlose Gids toch echt te bezorgen voor zover ze dat soms vergeten; je mist wat als je 'm niet hebt. Naast het nieuws natuurlijk ook de belangrijke gemeenteberichten, kerkberichten, advertenties enzovoort. Na dit vaderlijke vermaan over naar een vrolijker onderwerp.

Deze week beginnen de buutavonden, de pronkjuwelen van de Knunnekes en het zijn er maar liefst 6, wat goed is voor zo'n 2500 tot 3.000 mensen. Kan zijn dat de Knunnekes het getal nog wat naar boven hebben afgerond, maar het zijn er veel.

Normaliter is het zo dat naar mijn voorzichtige inschatting een 10 tot 15% van de mensen grote feesten gaan vieren als er feesten zijn natuurlijk. Je hebt ook mensen die altijd feest vieren, maar dit terzijde. De kreet 'heel de stad viert feest' is leuk, maar berust niet op de werkelijkheid want waar zou je al die mensen moeten laten. Dan zou elk huis een café moeten zijn wat op zich trouwens wel een aardige doelstelling is.

De buutavonden passen naadloos bij de levenswijze van ons Grollenaren. Dat vind ik echt; het is een combinatie van luchtigheid, van vrolijkheid en tegelijkertijd van het beseffen dat er altijd problemen zijn maar dat het goed is die geregeld te weren met relativiteit.

Zelf vind ik dat we ons daarmee toch onderscheiden in de regio. Elders is het ook prima (nou ja) maar hier is die typische mentaliteit. Die hebben we ook nodig voor zoiets als buutavonden. We leven nu in een hoogtijperiode, dat is waar maar het kleeft wel aan ons.

En het brengt bovendien iets positiefs teweeg; we creëren toch volkscultuur en dat komt allemaal op die buutavonden samen.

Misschien zijn we ons er niet van bewust, maar het is wel zo. Het behoud van volkscultuur in een tijd waarin alles vermondialiseert om het netjes te zeggen. We hebben iets karakteristieks dat van ons is.

Zelf geniet ik het meest van het woord. Anderen zullen muziek kiezen.

Torenwachter

Meer berichten