Krijgen we nu een mars op Groenlo?

Wat een bericht vorige week in onze Groenlose Gids, beste Grollenaren. Wat een bericht zeg. Het Grolse stadhuis komt grotendeels leeg te staan omdat de regionale sociale dienst gaat vertrekken, onbekend nog waarheen. Er ontstonden naar goed Grols gebruik onmiddellijk grappen als: doar kump een café in en dat neume wi’j Joviale Zaken. Maar er is inmiddels een heel andere actie op gang gekomen; ik moet zeggen dat ik het niet meer verwacht had. De Grolse ambtenaren die tegenwoordig al dan niet met enthousiasme of frisse tegenzin in het gemeentehuis van Lichtenvoorde huizen, zien ineens kans hun voormalige positie weer in te nemen in de stad Grol.

Ze hebben massaal aangekondigd met bureaus en al en voorzien van laptops en andere moderne bureauspullen de terugtocht naar Groenlo te maken. Een grote mars richting de stad Grol en inname van de kantoren in het deftige, statige, imposante, imponerende en tot de verbeelding sprekende stadhuis van de stad Grol, voorheen onderkomen van een zelfstandige gemeente maar nu geknecht door grootheidsgedachten.

Intern zijn nu bij het gemeentebestuur de poppen aan het dansen. Er hebben zich spontaan twee kampen gevormd; aan de ene kant de bestuurders uit voormalig Groenlo en aan de andere kant de vroegere wingewesten als Lichtenvoorde en Zieuwent. De ene groep zegt dat ze zich wel iets kunnen voorstellen van die Grolse ambtenaren die terug willen naar waar ze vandaan komen. Dat kun je toch niemand kwalijk nemen want het is alsof een vroegere geliefde die je tot je grote spijt uit het oog hebt verloren, plotseling weer lonkend voor het venster staat.

Maar van Lichtenvoordse kant wordt er wat kribbig en ook wat spottend gezegd dat die ambtenaren uit Groenlo nu eindelijk op niveau werken en nu willen ze opeens weer terug naar voorwereldlijke tijden. Kortom: oorlog. Er schijnt ook wat handgemeen te zijn ontstaan op de burelen in Lichtenvoorde omdat Grolse ambtenaren die spullen aan het verzamelen waren, ineens ook papieren, aktes en andere delicate stukken wilden meenemen die juist in Lichtenvoorde moeten blijven. Dat handgemeen is uitgelopen op het uitdelen van een klap aan een eerzaam Lichtenvoords bureaucraat die met een blauw oog schijnt te hebben geroepen: ik krieg oe nog wal! Daarop zou de Grolse ambtenaar geschreeuwd hebben: dat kan neet want ik kom hier nooit weer. De voorbeeldfunctie die overheidsdienaren hebben is door dit incident duidelijk in een neerwaartse spiraal terechtgekomen, maar volgens een woordvoerder van de gemeente moet deze handeling worden gezien als een uiterst zeldzame reactie die eigenlijk aantoont hoe voorbeeldig er normaliter in Oost Gelre wordt geopereerd. Alsof het een ziekenhuis is!

Maar nu komt binnenkort de mars naar Grolle, waarbij de ambtenaren de bureaus op handkarren vervoeren terwijl de laptops naar het publiek gericht het kantoorcomplex in Groenlo tonen. Het geheel wordt begeleid door tientallen dweilorkesten die na corona op uitbarsten staan. In Lievelde wordt een pitstop gemaakt op het Rode Plein, een moment om even bij te komen en de inmiddels scheef hangende bureaus weer recht te zetten. Dan begint het laatste jubelstuk naar Groenlo, wetend dat ze Lichtenvoorde definitief achter zich hebben gelaten.

Steeds meer kennissen van de Grolse ambtenaren beginnen de repatrianten op de schouders te kloppen en te roepen ’zorg daj hier blieft, nooit meer noar Lichtenvoorde’. Volstrekt overbodige adviezen, maar goed bedoeld. Daar niet van.

Het wordt een mars om nooit te vergeten; aangekomen in de stad Grol wordt er eerst gerust op de Markt en zorgt de horeca voor verversingen. Pas veel later worden de burelen in het stadhuis naar binnen gekanteld. Dat is het echte kantelpunt.


Torenwachter

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden