<p>"Als je er over schrijft moet je het ook zelf proeven," aldus Lars tegen onze correspondent.</p>

"Als je er over schrijft moet je het ook zelf proeven," aldus Lars tegen onze correspondent.

(Henri Walterbos)

Carte blanche voor kritisch onderzoek naar cacao-industrie neemt bizarre wending

‘Als ik dit van tevoren wist, wat ik allemaal zou gaan meemaken, weet ik niet of ik het gedaan zou hebben’

Door Henri Walterbos

GROENLO/ZUTPHEN/AMSTERDAM - Lars Gierveld maakt als televisiemaker graag spraakmakende tv. Met RamBam is hem dat goed gelukt. Regelmatig waren items die in het onderzoeksprogramma aan de kaak werden gesteld onderwerpen bij de koffieautomaat een dag later. De in Zutphen woonachtige en in Amsterdam werkende Grollenaar heeft zijn geheel eigen stijl en onderscheidt zich hiermee, evenals met zijn licht Achterhoekse accent. Voor BNN/VARA deed hij meerdere keren verslag van de Zwarte Cross, werkte hij mee aan de proefuitzending van Stamppot, de nieuwe loot aan de boom van de Feestfabriek, ondertussen maakt hij ook prachtige documentaires. Soms met gevolgen die vooraf niet zijn te overzien of voor denkbaar worden gehouden. Zoals met een vraag van Nestlé Cacao Nederland gebeurde. Een reconstructie.

Lars komt lachend cultureel centrum De Mattelier in zijn geboorteplaats binnengelopen en zet bij het plaatsnemen trots twee fleurige flesjes met wit gekleurde drankjes op tafel. De hoofdrolspelers van het gesprek dat volgt. “Het was een heel bijzonder avontuur waar ik in terechtkwam. Het begon best wel raar. Nestlé wilde een onderzoek naar hun Nestlé cacaoplan en kwam ik met hen aan de praat. Via een Groenlose link, want de baas van Nestlé Chocola Nederland dat is oud-Grolse Martine Kuip. Daarmee heb ik in Groenlo op de basisschool, de middelbare school en later nog op de universiteit in de klas gezeten. We waren elkaar helemaal uit het oog verloren, dronken twee en een half jaar geleden een keer een kop koffie”, begint hij bij het begin.

“Een tijdje later benaderde ze mij voor een documentaire waarin ze aangaf dat Nestlé het wel aandurfde om met de billen bloot te gaan bij het onderzoeken van hun Nestlé-cacaoplan. Eerst moest ik daar helemaal niets van weten. Ik ben onafhankelijk journalist. Ze zei direct al dat ik carte blanche zou krijgen. Dat vond ik te moeilijk en besloot eigenlijk het niet te doen, maar ja, zij bleven maar zeggen ‘Lars, je mag echt onafhankelijk zijn. ‘Oké,’ dacht ik, ‘dan ga ik kritisch zijn. Ik ga niet een of ander sponsorfilmpje maken. Daar leen ik mij niet voor.’ Met Jochem Pinxteren, de oud-eindredacteur van RamBam zijn we het gaan doorpraten bij Nestlé en wij zeiden ‘onafhankelijk is onafhankelijk, weet wat dat betekent. Dat betekent dat wij alles mogen brengen zoals wij dat willen.’ Ik dacht ook ‘als zij dit echt menen dan is dat een kans, maar moet ik het wel allemaal op papier hebben.’ Toen heb ik de Nederlandse vereniging van journalisten gebeld en aangegeven dat ik er mee zat, twijfelde of ik het wel moest doen. Ik wilde het wel doen maar dan ook echt onafhankelijk. Het kan ook een nieuwe manier van journalistiek zijn. Betaalde journalistiek die toch echt onafhankelijk is. Het was voor ons een journalistiek experiment. Zij hebben ons een van hun advocaten geleend die een contract opstelde waarin wij totale onafhankelijkheid hadden. Er stonden keiharde voorwaarden in. Dat heeft Nestlé aangedurfd, maar toen begon het pas.”

Proces
“Toen moesten we gaan bedenken hoe we een documentaire moesten maken waarbij we niet weer als journalist in Afrika aankomen om te kijken wat er allemaal speelt, microfoons onder neuzen drukken, maar gewoon proberen er echt tussen te komen.” Dat lukte, met behulp van een Ghanees ter plekke die Lars en co bijstonden. “Toen zagen wij in het proces van het cacao maken dat er naast de cacaoboon wit vruchtvlees in de vrucht zit. Dat witte vruchtvlees gooien de boeren op een hoop om te laten fermenteren met die bonen erin. Pas dan krijgen die bonen die typische cacaosmaak. We zagen dat er enorm veel sap uit stroomde dat zo de grond in liep. Dat is alleen in Ghana al zo’n 600 miljoen liter per jaar. We proefden het en ‘man, wat was dat lekker. Waarom wordt dit zomaar weggegooid?’ Die boeren verdienen allemaal veel te weinig geld dus zijn we eens gaan proberen dat sap op te vangen en te kijken of we daar iets mee konden doen.”

Vallen en opstaan
Lars ging er mee aan de slag, met vallen en opstaan. “In het begin ging het al mis. Was ik twee weken op die boerderij aan het werken geweest om dat sap vers in Nederland te krijgen, liep het al uit de tas op Schiphol. Probleem met dat sap is, het is enorm warm daar, je moet al snel dat sap opvangen en stabiliseren, want anders gaat het ‘kapot’. Ondertussen heb ik mijn vader (Frist Gierveld, HW) nog gebeld. Hij was scheikundeleraar op het Marianum. Ik belde hem om te vragen wat ik dan allemaal moest doen, wat moest ik allemaal gebruiken? Ik had geen kaas gegeten van sapjes maken. Het lukte ons om in een bottelarij in Ghana het sap in enkele flesjes te krijgen. Daarna in een paar zakken, en nu twee jaar later zit het voedselveilig in mooie flesjes,” wijst Lars naar de tafel.

Om de kans van slagen van het product te vergroten zocht Lars partners. “Ik kwam als eerste in contact met ‘ETG Beyond Beans’, een cacaohandelaar, vooral gericht op duurzaamheid. Ik vertelde van mijn plan, dat in de basis volgens mij hartstikke goed was, om de boeren meer opbrengst uit hun oogst te laten halen door iets met dat sap te doen, maar ik had mensen en materialen nodig. ETG Beyond Beans zag er wel wat in en begonnen ons serieus en professioneel te faciliteren, zodat we onze productieketen echt op konden zetten en ook meer boeren kunnen bereiken.”

Open en eerlijk
Het lukte. Dankzij een rotsvast geloof, een sterke wil te slagen voor de boeren en hulp van partners. In de indrukwekkende documentaire ‘Mede mogelijk gemaakt,’ die op RTL 7 en RTL Z is uitgezonden en op Videoland en op de site Kumasi-drinks.nl nog steeds te zien is, is het gehele proces open en eerlijk weergegeven, van het prille begin aan tafel bij Nestlé, het spuien van het idee en hiermee de boeren te overtuigen, een acceptabele prijs met hen overeen te komen, huilende Nestlé-mensen aan tafel, tot aan de productie van de eerste drankjes Kumasi-drinks, et cetera. “Ik voelde me zo ongemakkelijk in Ghana. Ik zat daar tussen de boeren en wilde echt snappen hoe ze denken en hen overtuigen dat ik niet weer zo’n witte man ben die met een projectje aankomt met mooie verhalen. In het begin van de docu zit ik nog ontzettend te klooien en moet je nu eens kijken,” en pakt hij beide flesjes op als een vader die zijn pasgeborene breed lachend uit de wieg haalt. “De sapjes betekenen wel 20 tot 30 procent extra inkomen, en dat met een afvalproduct. Het is inmiddels een bedrijfje geworden, met partners als ETG/Beyond Beans, het Tropeninstituut en Solidaridad. Nestlé Nederland helpt me nog wel, maar zit er niet met een belang in. Ook doen we lokaal in Ghana nog dingen om te kijken of het daar ook langs de kant van de weg verkocht kan worden. Zonder tussenkomst van mij of andere westerlingen. Daar zijn opstartkosten voor nodig en Nestlé gaat daar mee helpen.”

De opstart van het bedrijf is veelbelovend. Er is zelfs al sprake van uitbreiding. “We doen het nu in één regio, maar dat gaan we in Ghana nog verder uitbreiden en ook naar Ivoorkust toe om daar een cacaolab te bouwen. Het is echt wel serieus geworden en best wel moeilijk want de concurrentie in sapjesland is moordend natuurlijk, maar het is tegen verspilling en je helpt er mensen mee. Alles wat we doen is geënt op het groeien van het aantal boeren die extra geld kunnen verdienen met dit restproduct van de cacao-oogst.”

Serieuze zaak
“Dit is echt mijn kindje geworden. Na die docu werd het allemaal zeer serieus. We hebben steun nodig vanuit duurzaamheidsfondsen, et cetera. De partners wilden ook weten wat ik nu ging doen. Je bent televisiemaker, blijf je dat doen of ga je hier echt voor? Ze wilden het niet doen als ik er maar half in ging staan. Ik heb er goed over nagedacht. Als journalist heb ik vaak gekeken naar wat er allemaal mis is, heel kritisch kijken, wat ik heel belangrijk vind, dat zal ik best nog wel blijven doen (red. Lars blijft documentaires maken), maar Kumasi gaat nu voor.”

Inmiddels bedraagt de productie zo’n 8.000 flesjes, einde dit jaar. “Maar dat moet groeien naar 100.000 in 2021. Het moet zoveel mogelijk boeren helpen. In 2025 moeten hier zo’n 25.000 boeren bij betrokken zijn en willen we onze drankjes in meerdere landen verkopen.”

Gassi en Sappi
Het bedrijfje, dat de naam Kumasi kreeg, produceert inmiddels twee producten; Sappi, zonder koolzuur, helemaal puur, en Gassi, met koolzuur en water. “Geen enkele verdere toevoeging,” benadrukt Lars. “De filosofie is dat je Kumasi eigenlijk de gehele dag door moet kunnen drinken. Gassi zie ik meer voor de horeca, voor ‘s avonds, op terrasjes. Sappi kun je ’s ochtends al beginnen te drinken.” Kumasi verwijst naar de stad waar het verhaal is begonnen, de tweede stad van het land. “Voor ons is het jammer dat de horeca net dicht zat. We lagen bijvoorbeeld in een restaurant met een sterrenkok. Die vond het zo lekker dat hij zei ‘we gaan het als alcoholvrije gang bij ons diner serveren.’ Maar aan de andere kant: nu richten we ons vol op de retail.”

“Het was voor mij een eer dit te doen, dat dit op je pad komt. Als je lang tussen die boeren zit dan wordt het ook menens, omdat je echt ziet wat er aan de hand is, wat er speelt. Als televisiemaker ben je toch vaak wat vluchtiger in je onderwerp. Hier hebben we echt een jaar lang gefilmd. In totaal ben ik er vijf keer geweest, een paar weken per keer. Je ziet me echt worstelen hoor. Ik heb het echt niet makkelijk gehad. Het was op zoveel vlakken zo’n raar project. Als ik dit van tevoren wist, wat ik allemaal zou gaan meemaken, weet ik niet of ik het gedaan zou hebben. Nu ben ik wel blij dat ik het gedaan heb. Inmiddels heb ik twee mensen voor me werken in dit bedrijfje, en twee mensen freelance. We zitten in Amsterdam.” Dat het product kansrijk was, daar geloofde Lars al snel in. “Ik wist gelijk dat het een goed idee was. De logica klopt namelijk: cacaoboeren in West-Afrika verdienen te weinig. Er wordt sap weggegooid tijdens de cacaoproductie. Dat sap is lekker en als je het kunt verkopen, verdienen boeren meer geld aan hun oogst. Simpel toch? Daar geloof ik in.”

Afzet
Lars timmert in Nederland al gestaag aan de weg. “We zijn begonnen het af te zetten in de grote steden in Nederland. Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, daar ligt het in de eerste winkels. Maar, ik dacht, Groenlo hoort daar ook bij. De grote stad van het oosten,” lacht Lars. “Het is dan ook verkrijgbaar bij Thomas Wallerbosch, bij Slijterij Antonius. Ook hij vindt het een mooi verhaal. We beginnen in kleine zaken waar ruimte is voor het verhaal. In Zutphen waar ik nu woon ook, bij Waar. Voor elke retailer die dit verhaal wil vertellen is het een mooi product.”

Smaaktest
Dan de proef op de som. Lars heeft van beide producten een flesje bij zich. Ook René Beijer, vrijwilliger van de Mattelier, en aandachtig toehoorder, is benieuwd. “Een prachtig verhaal,” vindt ook hij. Dan schenkt Lars is. “Potverdomme, wat lekker zeg,” roept René direct. Inderdaad, de drankjes zijn zalig. In de verste verte maar iets dat naar chocolade smaakt. Het smaakt nergens naar, in de positieve zin van het woord. Niets wat erop lijkt. Dit product kan niet anders dan slagen, helemaal in combinatie met het verhaal.

Wat een verhaal, dat begint in Groenlo. “Die Grolse link is zo leuk. We kunnen goed met elkaar, maar het moet professioneel. Je moet beiden afstand bewaren. Dat deden we beiden heel goed. We spraken elkaar er nooit persoonlijk op aan wat er zakelijk gebeurde. Mijn Grolse vrienden vinden het erg lekker. Ook de docu vinden ze leuk, dat ik daar een beetje de cowboy uithang in Ghana.” Er komt een vervolg op de docu. “Nog vijf televisieafleveringen hierover. Eentje over het drankje, vier over de cacao-industrie in het algemeen.”


kumasi-drinks.nl


Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden

Wat vindt u?

Wat vindt u? Moet het uiterlijk van Zwarte Piet veranderen?



Reageren!