Fietsen

Fietsen

Er is geen onderwerp dat zo in de belangstelling staat als fietsen, beste toeristen. Jaren geleden was een fietser iemand die (nog) geen auto had. Nu heeft iemand die fietst minstens drie auto’s die hij echter gewoon laat staan, omdat het op de fiets veel - maar dan ook veel - gezonder is. En sinds ze de elektrische fiets hebben uitgevonden beweegt bijna elke Nederlander zich als een razende met zo’n ding door het land, de enkele overgebleven wandelaar voortdurend opschrikkend als hij met grote snelheid langs de lopende sukkelaar heen raast, op weg naar oneindige verten.

In mijn familie heeft het fenomeen van de elektrische fiets ook om zich heen gegrepen. Een tijdje geleden dacht ik dat het tijd werd een nieuwe niet-elektrische fiets te kopen; de gewone oude fiets heb ik geloof ik al een kleine halve eeuw en ik dacht dat het tijd werd me wat aan te passen. Niet voor de tijd Torenwachter!

In mijn familie zei ik dat ik een nieuwe fiets wilde kopen. Het commentaar vervolgens: Niet te believen man. Het kwam erop neer dat ik beter een tweedehands fiets kon aanschaffen omdat ik toch al zo weinig fietste. Het was beter het geld dat ik daarmee bespaarde aan echt nuttige dingen te besteden, zei een vage neef, die zijn avond-economie opleiding volledig in mist heeft zien eindigen, maar nu ineens de deskundige ging uithangen.

Maar zo’n nieuwe gewone niet-elektrische fiets kost toch tegenwoordig niet alles meer, zei ik. Het leek alsof na die zin de huiskamer ontplofte. Wil jij geen elektrische fiets; dat is toch een gedachte uit grootmoederstijd man. Ik had niet gedacht dat je zover achterliep, wel dat je achterliep maar dit is bijna negentiende eeuw, riep de mislukte econoom.

Koop gewoon een tweedehands elektrische fiets en je bent weer enigszins bij; echte aansluiting aan de moderne tijd zat er volgens de familie voor mij niet meer in. En vervolgens kreeg ik bakken informatie over me heen gegooid alsof ze allemaal fietsenmakers waren (een paar zijn sowieso van die fietsenmakers). Informatie over het opladen, waar zich precies de oplader op de fiets moet bevinden en dat je het elektrische systeem moet gebruiken als ondersteuning. Het is geen auto riep er een en ik ben niet deskundig maar dat begreep zelfs ik.

Vanaf dat moment ben ik me gaan verdiepen in de elektrische fiets. De volgende morgen stond ik voor het raam en zag een hele karavaan ‘elektrische’ fietsers aankomen, ook nog uitgerust met helm en halve wielrennersbroek en fraaie handschoentjes en dan weet je wel dat die lui ervoor gaan. Gemiddeld genomen jaagt zo’n peloton op de route een paar wandelaars de stuipen op het lijf en de struiken in en wordt het arsenaal aan scheldwoorden aanzienlijk uitgebreid en in die zin is de elektrische fiets dus tevens een aanjager voor een wat uitgebreider taalgebruik.

Op de Markt heb ik ook eens rondgekeken; de ‘elektricen’ komen daar van alle kanten aanstuiven, soms missen ze door hun hoge snelheid het eerste tafeltje, maar de horeca in Groenlo is niet gek; die heeft veel meer tafeltjes neergepoot zodat zelfs de snelste fietsers ten slotte in een armstoel terecht komen.

Ik ben me nog volop aan het oriënteren; ik heb sterk de indruk dat dit nog wel een tijdje kan gaan duren. Dat heb ik ook tegen de familie gezegd. Met een knipoog naar onze huiseconoom heb ik aangegeven dat ik me bovenmatig goed ga informeren.

Tot die tijd heb ik niks aan mijn hoofd; ik heb een fiets waarop je gewoon moet trappen.

Ik trappel niet van ongeduld.


Torenwachter

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden