Stadje van plezier?

We hebben hier in ons meestal magische Grolle een mare of een illusie of een in ieder geval een ergens op gestoeld droombeeld hoog te houden, beste Grollenaren. Dat is het beeld van ‘het stadje van plezier’, een term die volgens de overlevering is gebaseerd op een uitspraak van een Beltrumse pastoor die zijn parochianen sterk ontraadde naar het zondige Groenlo af te reizen, naar dit verderfelijke stadje van plezier. Wij namen hier die term over; het werd een echte geuzennaam en de uitspraak van de pastoor leidde - volgens de altijd gekleurde volksverhalen - tot een ware Beltrumse run op dit Sodom en Gomorra van het oosten.

Wij koketteerden met die naam, maar heel langzaam is die toch wat op de achtergrond geraakt door allerlei nieuwe beeldmerken van de stad en door de mare van de vestingstad, die meestal in de oude praktijk toch ook een hoog zondigheidsgehalte in zich herbergde.

Ik vind dat je de roep van ‘het stadje van plezier’ ook waar moet maken en het moet gezegd: normaliter staan wij Grollenaren meteen klaar om met een lichte tred door het leven te marcheren en we lijken ook in staat om de alom grote problematieken wat minder zwaar te laten lijken. Wij weten uit een ver verleden dat elke oplossing uiteindelijk bijna altijd weer tot een nieuw probleem leidde, maar we leden daar niet onder.

Maar de afgelopen tijd is daar volgens mij de klad ingekomen. Natuurlijk, het coronavirus verrichtte verwoestend werk, maar normaliter zouden wij dat op de een of andere manier wellicht toch net iets beter kunnen pareren. Beter kunnen ‘handlen’, precies, dat is het moderne woord. Een eclatant voorbeeld daarvan is het omgaan met volksfeesten en kermissen. Ik denk dat nergens in de Achterhoek er dit jaar zo weinig aan gedaan is dan hier. Daar waar plaatsen als bijvoorbeeld Lichtenvoorde en Beltrum ondanks de beperkingen toch nog tot behoorlijke festijnen zijn gekomen, kwam hier letterlijk niks van de grond. Zelfs geen eenvoudig ‘muziekske’ kon hier vrolijke noten rondbazuinen. Het leek een beetje alsof we lam waren geslagen; een neerdrukkende stemming en dat is toch eigenlijk geheel en in flagrante tegenstelling met onze Grolse volksziel. Er was hier de laatste tijd letterlijk geen bal te beleven. Dat kwam zeker door de algemeen geldende beperkingen, maar in andere plaatsen wisten ze er ondanks die restricties toch duidelijk meer van te maken. Opvallend.

Daarom ben ik nu zo blij dat het toch wat de andere kant op lijkt te gaan. We moeten met het carnaval wachten tot 10 december vooraleer we een nieuw carnavalsgeluid horen. Dat is eigenlijk wat te laat, maar het lukt in elk geval. Ik hoop dat de nieuwe carnavaleske leiders met een verfrissend en optimistisch geluid er weer schwung in weten te brengen. Dat we weer eens horen dat het leven ook zijn vrolijke kanten heeft. Volgens mij zijn we wel toe aan enige vrolijkheid en enige humor die dan vanzelf weer de betrekkelijkheid - ook van de coronacrisis - in beeld kan brengen. Soms zijn dat veel betere weerstandmiddelen dan de ‘normale’ weerstandmiddelen.

Dus een beetje een oproep, beste Grollenaren, om ons er niet onderdoor te laten gaan, gewoon het leven op de zo bekende en typische Grolse manier (be)leven. Dat we het even hebben laten afweten kan op zich geen kwaad. We hebben nu weer lang genoeg in het dal gezeten; het wordt hoog tijd te gaan pieken. Dat we straks weer met recht en rede de term ‘het stadje van plezier’ gaan dragen.

Als je praat van een echt mooi beeldmerk man.


Torenwachter

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden