Superchill

Superchill

Het is gezellig druk in de stiltecoupé. Twee meisjes met Gucci tasjes nemen de jaarwisseling door. Hemelsblauwe linten sieren het gevlochten blonde haar van de één, het haar van de ander is links wit en rechts zwart. Vanwaar ik zit dan.

“Maar mócht dat dan van die ouders?” Ongelovig kijkt zwartwit naar haar vriendin. “Die Malibu en die shotjes en alles hadden ze zelf voor haar gekocht, ik zweer het je,” antwoordt blauw.

Haar telefoon gaat.

“Hey Pris, What’s up. Aaaaahhh, nijs! Nijs! Nee we zitten in een stiltecoupé, hahaha,” en haar lach schalt door de ruimte. Hij galmt over mensen met gesloten ogen, over mensen met wallen veroorzaakt door de voorbije feestdagen.

“Geef mij,” vraagt zwartwit. “Wtf, ik wou nog opzoeken wat jij zong toch.”

“O Pris, doe ff opzoeken zegt Mel, die liedje van ‘Wollah meh, je hebt tank’, van vrijdag toch.”

Een studente, slordig staartje, kaki jas en idem Uggs, staat op en loopt naar de vriendinnen.

“Dit is een stiltecoupé. Ik dacht misschien hebben jullie dat niet gezien?”

Twee paar perfect opgemaakte ogen kijken haar geruststellend aan. “Ja hoor, we moesten even wat bespreken en ik werd ook nog gebeld. Maar we zullen er rekening mee houden hoor.”

De studente gaat weer zitten en buigt zich over haar paper.

“Maar hoe laat waren die ouders thuis dan?” gaat zwartwit verder.

“Half drie zoiets, die kwamen van die illegale feest terug en die deden gewoon mee. Zij zagen wel dat Daan pirkies had ofzo maar ze zeiden alleen maar dat je daar wel last mee kan krijgen zo van epilepsie of iets, of spugen zeg maar, en soms stikken, nee echt superchill.”

“Omg van epilepsie weet je nog toen bij Iko, wollah, dat van dat schuim en alles, dat was wel vet erg hoor. Maar hij doet nu ook alleen nog één soort weet je.”

“Haha Iko, wigga, mwah vind ik zelf ook fijner, je weet gewoon niet van met al die verschillende soorten door elkaar toch, weet je, dat doen alleen maar van dertien, veertien zoiets.”

In Arnhem stappen twee jongens in. Petten, een blauw oog, een herdershond. Ze lopen door ons compartiment.

“Een stiltecoupé. Nee dat gaat echt niet lukken. Ik verveel me man. Ik verveel me zo dat ik jou ga vervelen of al die andere mensen.” “Nee hier dit stuk is geen stilte meer, ga ff facetimen met Anja dan.”

“HEEE ANJA!”

“HEEE MATTIES,” brult Anja terug. “HOE LAAT ZIJN JULLIE ER?”

“O DAT DUURT ZEKER NOG WEL DRIE KWARTIER! WAT BEN JIJ AAN HET DOEN? IK VERVEEL ME”

.

Toch?

Wollah meh.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden