Culturele revolutie in Groenlo?

  Column

Aha, beste toeristen, nog steeds in dit dynamische, kleurrijke en ambitieuze stadje? Mooi: jullie kunnen er gelukkig gewoon geen genoeg van krijgen. Het is tevens ook prettig want dan kan ik nog iets vertellen over onze culturele aspiraties, doelstellingen en idealen. Wij hebben hier een werkelijk fantastisch museum over de Tachtigjarige Oorlog. Dat heet ‘stadsmuseum’ en die terminologie is ook volkomen terecht want het is een museum midden in de stad. Dus dat klopt, maar toch, beste toeristen, maar toch zint het woud van culturele deskundigen hier op een veel groter museum. Op een enorm museum zelfs, en verdomd als het niet waar is: het lijkt nog te gaan lukken ook! Jullie hebben natuurlijk de oude Calixtuskerk aan de Markt gezien; daar kun je nu niet in, maar het is wel de bedoeling dat er straks heel veel - duizenden zelfs - bezoekers binnen komen om te genieten.

Waarvan genieten, vragen jullie? Van de Tachtigjarige Oorlog natuurlijk, want die moet grootser worden aangepakt en ondergebracht in die kerk. De weergave van die oorlog dan, wel te verstaan. Nu zullen jullie vragen: wat kost dat allemaal niet? Kunnen ze dat geld niet beter besteden aan andere belangrijke zaken? Op de eerste plaats hebben wij hier geen andere belangrijke zaken en op de tweede plaats, wat eigenlijk de eerste plaats moet zijn, word ik doodziek van die schrale, kleinburgerlijke denktrant van jullie met die eeuwige neurotische dwang om ‘d’n doem op de knippe te holl’n’. Gooi het geld er toch uit, jaag het er doorheen, leef erop los en laat jullie nageslacht met de scherven achter, beter dan met niks.

Nou moet ik me niet gaan opwinden, even rustig blijven Torenwachter, denk aan de tabletten. Ja, ik heb mezelf weer in de hand en we gaan vrolijk verder.

Een enorm museum dus dat kan wedijveren met de musea in de buurt, waaronder museum More in Ruurlo. Nu zijn er onder de initiatiefnemers al inventieve geesten die willen dat het museum hier straks de naam ‘Völle More’ krijgt, met dus een subtiele verwijzing naar Ruurlo. Maar voor taalkundigen is die wat ver gezochte verwijzing naar More in Ruurlo natuurlijk niks. Dat had gewoon ‘Völle Meer’ moeten zijn volgens streektaaldeskundigen. Er is nu een verwoede strijd aan de gang onder de initiatiefnemers en ik hoor in de wandelgangen dat er soms al sprake is van wapengekletter en handgemeen. We zijn hier op oorlogsgebied natuurlijk wel wat gewend, maar het moet toch niet zo zijn dat er straks opnieuw sprake is van een soort Tachtigjarige Oorlog. Dan hebben we daar straks zelfs twee musea voor nodig. Völle, Völle More’. Precies!

Het zal nog wel even duren voordat alle problemen getackeld zijn, maar als jullie over enkele jaren terugkomen kan het best zo zijn dat de halve binnenstad een museum is.

Vooral ook, beste toeristen, omdat er nog andere plannen zijn. We zouden eerste ook nog een museum van Jan Cremer krijgen; u weet wel die man van Ik Jan Cremer. Daar waren al vergevorderde plannen voor een gigantisch museum. Ergens zit er diep in die Grolse genen een gevoel voor grootschaligheid. Misschien als tegenhanger van onze oorspronkelijke kleinschaligheid. We hebben in het verleden de meeste tijd met veel mensen op enkele vierkante meters moeten leven, terwijl buiten de stadspoorten de bloeddorstige vijand wachtte. Dat gevoel voor groot, groter, grootst zit diep ins ons verankerd.

Het kan best zo zijn dat wij als stad Grolle ooit nog eens helemaal in ons eigen gigantisch museum worden opgenomen.

Even wachten nog; we zijn al een eind op weg!

Torenwachter

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden