Onlandse tijdingen | Ontroerend goed in Ruurlo

  Column

Het is een werk van liefde dat ik aantrof in de Readshop in Ruurlo. Een aanbieding. 

Een stijf gekaft boekwerk met de titel: ‘Ruurlo, van 1900 tot Berkelland’. Tweede druk, 2007. 

Een uitgave van de plaatselijke historische vereniging en dan weet je: pure liefde.

Ik kocht het meteen, ofschoon ik op een mooie zomerdag voor het eerst van mijn leven in Ruurlo was uitgestapt. Het perron was op een abri na kaal, er ontbrak een stationsgebouw, maar wel was er een mooi vormgegeven houten loopbrug over het spoor. 

Gene zijde van dat spoor voerde in de richting van het veelbezochte kasteel, maar mijn interesse ging uit naar het dorp, waarvan het centrum zich nog verborgen hield achter wat een op een grote brede weide leek, omzoomd door geboomte. Een bijzondere entree, bedacht ik en volgde de Stationsstraat, die voorbij een kerk en een fraai, met bouwhekken afgesloten schooltje naar een plantsoen leidde. Ik wist toen nog niet dat de kerk er een was van Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum en het Amsterdamse Centraal Station, maar bovenal bouwer van tientallen kerken.

Het plantsoen bestond voornamelijk uit gazon en een beeldje van een bronzen telefoontoestel met draaischijf dat op een betonnen sokkel was geplaatst. Verderop zag ik nog een ouderwetse muziekkoepel onder een rieten dak en een hardstenen zitbank die - zo bleek later - een geschenk was geweest van de burgerij aan een burgemeester. 

Sowieso vertoonde deze ingang naar het dorp notabele trekken, te zien aan enkele voorname huizen waarvan er één (de oude pastorie!) nogal ingrijpend was verminkt tot meubelzaak. 

Het eigenlijke dorpskom begon zoals het hoort met de Dorpsstraat en tussen veel standaard-moderns en onbeschrijfelijks ontwaarde ik hier en daar sporen van verre historie, vooral in de omgeving van de veertiende-eeuwse dorpskerk, al leek me ook hier meer verloren dan bewaard. 

Maar ook waar veel sporen zijn uitgewist leeft nog de geschiedenis - dat leerde me het ter plaatse aangeschafte boek. Ieder huis, elke straat heeft een verleden. 

Ik was even blijven staan bij een fraai huis met de naam ‘ Pellenberg’ op de gevel. Hierover kon ik het volgende lezen: ‘Het huis dankt zijn naam aan de weduwe Pellenbarg, die hier omstreeks 1810 woonde. In 1842 woonde er een heelmeester Scholten, de vader van de latere burgemeester Scholten. (Die van de stenen bank!) Vanaf 1865 was het een dubbel woonhuis en woonde er o.a. meester Hooyerink van de dorpsschool. Toen in 1930 de R.K. school werd gebouwd, werd het huis aangekocht door het R.K. kerkbestuur. De heer B.A.J. Gerdes, hoofd van de school, werd toen bewoner van de ‘Pellenberg’. De huidige bewoner is de heer Otto Jansen, loodgieter.’ 

Kijk, dat is liefde. Zonder drama. Een volgorde van bewoning. Ik kan eraan toevoegen dat Otto Jansen er niet meer woont. De Pellenberg stond vorig jaar op Funda voor 450.000 euro en werd binnen vier weken verkocht. 

Wim Boevink

Stage 01
Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden