De initiatiefnemers: Martijn Hogenkamp (links), Henk Adema (rechts) en Annemieke Rensink (midden). Foto: Theo Huijskes

De initiatiefnemers: Martijn Hogenkamp (links), Henk Adema (rechts) en Annemieke Rensink (midden). Foto: Theo Huijskes

Theo Huijskes

Restauratie ‘Vrömdenkarkhof’ nadert afronding

Cultuur

Geïnteresseerden binnenkort welkom

Door Theo Huijskes

GROENLO - Met gepaste trots nemen zij plaats voor het inmiddels gerealiseerde silhouet van het zogenoemde baarhuisje op de verloren gegane begraafplaats met de aanduiding ‘Vrömdenkarkhof’. Het gaat in dit geval om het laatste overblijfsel van de gerichtsplaats aan de Eibergseweg in destijds de stad Grol. Het zijn Martijn Hogenkamp, algemeen bestuurslid van de Oudheidkundige Vereniging Groenlo, Henk Adema, contactpersoon van de Bomenwacht Oost Gelre, en Annemieke Rensink, lid van de Oudheidkundige Vereeniging, als zijnde degenen die het initiatief hebben genomen om een eeuwenoude, mysterieuze begraafplaats weer ‘nieuw leven’ in te blazen. 

Voltrekking van een straf via publieke executie
Het verhaal over deze plek gaat terug tot de dertiende eeuw. Een galgenveld, gelegen op woeste grond en dat op een goed zichtbare plaats aan de rand van het rechtsgebied. Binnen dit gebied bevonden zich drie galgenvelden, waarvan deze aan de noordgrens van de stad de meest belangrijke was. Via een publieke executie vond de voltrekking van een straf meestal op het galgenveld plaats. Met de aanwezigheid van vaak veel publiek moest dit gebeuren met name een afschrikwekkend effect hebben op zowel eigen burgers als op aanwezige vreemdelingen. Na een publieke executie werd het lichaam naar het galgenveld gebracht en daar opgehangen en tentoongesteld. Dit alles met de uiteindelijke bedoeling dat het stoffelijk overschot, als waarschuwing voor anderen, aan de galg verging of door vogels werd kaalgevreten. De overblijvende resten werden vervolgens begraven in de directe omgeving van de galg. Begraven in en rond de kerk was uit den boze. Immers in gewijde grond werden geëxecuteerden niet toegelaten.

Einde gerichtsplaats bij afschaffing doodstraf
De afschaffing van de doodstraf in 1870 betekende het einde van de gerichtsplaats. De vrijgekomen plek ging vervolgens dienstdoen voor katholieke, protestantse of joodse overledenen, die om welke redenen dan ook niet op de eigen begraafplaats begraven mochten worden. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan ongelovigen, zwervers en zelfs moordenaars. Het betrof in dit geval meestal ook nog eens naamloze overledenen. Rond 1930 is de begraafplaats verkleind. Alleen het deel tussen de toegangspoort en het baarhuisje bleef in gebruik. Op het oude gedeelte is daarna jaren achtereen zand afgegraven. In 1948 werd de zandafgraving in gebruik genomen als gemeentelijke vuilstortplaats. Hieraan kwam 21 jaar later in 1969 een einde. Hierna werden er ten behoeve van een enigszins acceptabel aanzicht tal van bomen geplant in het aanwezige afval en puin.

Staand bij het informatiebord op de plek waar zich vroeger de galgenbult bevond, laat het drietal weten dat men trots is op de helpende hand van vele vrijwilligers en de spontane medewerking van diverse bedrijfssponsoren. 

“Wij weten niet of de gemeente Oost Gelre nog voornemens is om iets te gaan doen. Wat ons betreft, zijn belangstellenden van harte welkom om hier een kijkje te komen nemen. De nieuwe aanplanting her en der heeft nog wat tijd nodig, maar wij hebben inmiddels paden aangelegd, zodat degenen die daar behoefte aan hebben, hier in alle rust een wandeling kunnen maken. Voor de nodige informatie dient het aanwezige publicatiebord, waarbij met gebruikmaking van een OR-code de Duitse versie kan worden geraadpleegd. Al met al een bezinningsplek, waarbij het verleden in ere kan worden gehouden!”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant