Rob Ribbers, Paul Lepping en Edwin Bleumink bij de eerste van in totaal 35 banners die het kermisterrein opfleuren. Foto: Henri Walterbos

Rob Ribbers, Paul Lepping en Edwin Bleumink bij de eerste van in totaal 35 banners die het kermisterrein opfleuren. Foto: Henri Walterbos

‘Misschien is dit wel het belangrijkste gebeuren in het dorp’

Cultuur

Expositie 65 jaar bloemencorso Beltrum op kermisterrein

Door Henri Walterbos

BELTRUM - “Wat een kort praatje achterin de kerk op 4 mei ineens teweeg kan brengen.” Een lachende Edwin Bleumink, voorzitter Volksfeest Beltrum, samen met Rob Ribbers, voorzitter van de corsocommissie en Paul Lepping van de Historische Werkgroep Beltrum, staand bij de eerste van straks in totaal 35 banners, op het kermisterrein. Hierop foto’s van corsowagens uit de 65-jarige geschiedenis van het bloemencorso Beltrum, chronologisch op jaar, twee opeenvolgende jaren op één banner. 

“Na het bekijken van de expositie ‘4 en 5 mei’ die wij als Historische Werkgroep Beltrum hadden verzorgd, kwam Edwin bij me met de vraag ’weet jij het hoeveelste bloemencorso we dit jaar hebben?‘ Dat was het achterin de kerk”, weet Paul nog. “Toen kwam ter sprake dat we misschien ook maar een soortgelijke expositie moesten doen met als thema bloemencorso. Ik had het archief al, dat staat op de website. Allemaal staan ze erop. Ik heb toen met Edwin gespard en zouden we er over na gaan denken. Daar is dit uitgekomen. Uiteindelijk hebben we afgesproken een selectie per jaar te maken. Op de banners staan vier foto’s per jaar.”

Bevrijdingsoptochten
“De kermis bestaat dit jaar 145 jaar, het bloemencorso 65 jaar. Het corso was de opvolger van de bevrijdingsoptochten die sinds einde oorlog om de vijf jaar plaatsvonden in Beltrum. Vanaf 1961 kennen we de traditie van een jaarlijks bloemencorso,” vertelt Paul over de oorsprong. “In de coronaperiode hebben we geen corso gehad zoals we gewend waren, maar we hebben wel ieder jaar iets gedaan, in de vorm van een stilstaand corso,” vult Edwin aan.

Vanaf de eerste editie is het enthousiasme groot binnen de Beltrumse gemeenschap om het corso in stand te houden, ervaart Rob. “De eerste editie telde zeven wagenbouwgroepen. Dat is in de loop der jaren verder gestaag gegroeid. In de jaren zeventig had je nog de traditie dat als uit jouw straat de schutterskoning kwam, dat je het jaar daarop met de straat een wagen moest bouwen. In de jaren tachtig stopte dat, maar toch bleef het deelnemersveld groeien, ook het niveau.”

Ontwikkelingen
Het corso maakte niet alleen een groei door maar kende ook zijn eigen ontwikkelingen. “In de eerste jaren zag je alleen maar een platte wagen met daar iets bovenop gebouwd en werd daar ook nog iets allegorisch op gezet, met heide en bloemstukken,” kijkt Rob terug. “Het corso ging als het ware met de tijd mee. Ook afhankelijk van kennis en technische ontwikkelingen. Op een gegeven moment kwam de boerenbloem erop, oftewel de dahlia, die op de boerenerven regelmatig voorkwam. Zo kwamen ze erachter dat dit best wel een handige bloem was om te gebruiken voor het corso. Het was al snel zo dat de vraag naar dahlia’s veel groter was dan het aanbod. In de gehele omgeving werden dahlia’s bij boeren uit de tuinen gehaald. Op een gegeven moment heeft de bloemencommissie gezegd dat we dat moesten gaan facilitairen en zijn er dahliavelden ontstaan. Zo gestaag aan is het een dahliacorso geworden. En er is een goede samenwerking met omliggende corsoplaatsen, want je kunt onmogelijk alle bloemen zelf verbouwen die je zelf nodig hebt voor het eigen corso. Zo leveren we aan elkaar.”

Bijzonder
Zijn er wagens uit eerdere corso’s die nu nog steeds tot de verbeelding spreken bij de heren? “In de jaren 60 had je een keer een wagen van Pierik, met water erop, door een stukje techniek,” weet Paul nog. “In de jaren 70 kwamen langzamerhand de zelfrijdende wagens. Je ziet steeds meer wagens waar ze lopen onder de wagens in plaats van aangedreven.”

“Ik ken nog een wagen uit de jaren 90. Dat was voor mij echt het summum,” heeft Rob direct paraat. “Dat was ‘De muzikale fruitmand’ van Salomons. Dat was een groep die in die jaren onverslaanbaar was. Zij staken er ver bovenuit. Die wagen was zo groot en zo ver ontwikkeld, kleurtechnisch was hij ook heel goed. Ik denk dat het tegenwoordig wel zodanig is dat iedere groep zou kunnen winnen. Iedereen is behoorlijk aan elkaar gewaagd. En waren de thema’s van de wagens in de jaren ‘60 en ‘70 vooral plaatjes uit de Griekse mythologie of sprookjes, tegenwoordig is het toch vooral de kunst om zo origineel mogelijk uit de hoek te komen, en dat is niet altijd makkelijk. ‘Keep it simple’, zou ik zeggen, want je moet in één blik kunnen zien wat het voorstelt.”

Leefbaarheid
Alle drie zijn ze het over eens dat het corso van zeer groot belang is voor Beltrum. Edwin hierover; “Misschien is dit wel het belangrijkste gebeuren in het dorp. Het is een vorm van verbinden. Het dingen samen doen, samen bouwen, dat is zo ontzettend belangrijk voor de gemeenschap. Het is ontzettend belangrijk dit in stand te houden. We hebben op een gegeven moment misschien wel minder groepen, maar niet minder mensen die aan een wagen bouwen. Dan zijn de groepen iets groter. Mensen willen toch die verbinding houden en dingen samen doen. Ik denk dat dat het allerbelangrijkste is van het wagenbouwen.”

“Het is wel lastiger in stand te houden”, bekent Rob, “want je ziet wel dat groepen groot moeten worden om dat niveau te kunnen handhaven. Het lukt ook niet zomaar om een nieuwe groep uit het niets op te starten, maar we zijn denk ik de laatste jaren wel heel hard bezig om de continuïteit van het corso te borgen. Dat doen we onder andere door middel van lespakketten op de basisschool, de jeugd erbij betrekken, allerlei zaken faciliteren zoals een centrale bouwplaats, onderstellen hebben we gefaciliteerd. Je ziet duidelijk dat dat zijn weerklank heeft want we hebben de laatste jaren een enorme stijging van deelname aan het jeugdcorso. Uiteindelijk is het doel natuurlijk dat zij doorstromen naar de grote wagens.”

“Wat ook leuk is, en wat zeker meehelpt, is dat de jongeren die op kampweek gingen en het thema Festunique was,” is Edwin zichtbaar blij. “Ze hebben corsowagentjes gemaakt, allerlei dingen gedaan die te maken hebben met Festunique. Dan creëer je daar al een stukje saamhorigheid, waar je later de vruchten van plukt voor je dorp. Die kinderen krijgen nu al mee ‘goh, wat is het toch leuk dat je samen iets bereikt.’ Het mooie is, we hebben nog nooit zoveel kinderwagentjes gehad als dit jaar, twintig stuks.”

Veel werk
Rob en Edwin zijn blij met het vele werk dat Paul en zijn kompanen van de Historische Werkgroep Beltrum in de expositie hebben gestoken. “Het is een win-winsituatie. Je hebt straks een mooie expositie die het terrein heel mooi aankleedt, en ieder jaar kunnen we het weer aanvullen met een nieuwe banner,” kijkt Edwin al vooruit. “En het mooie is, het is een samenwerking tussen de Historische Werkgroep, onze PR-groep, de wagenbouwers en het bestuur. De insteek was ‘wat kunnen we doen zodat we allemaal tevreden zijn?’ Daar zijn we samen in geslaagd.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant