Prof. Odette Scharenborg is benoemd tot hoogleraar Inclusieve Spraakcommunicatie aan de TU Delft. Eigen foto
Prof. Odette Scharenborg is benoemd tot hoogleraar Inclusieve Spraakcommunicatie aan de TU Delft. Eigen foto

‘Ik vind dat ik de leukste baan in de wereld heb’

Maatschappij

Groenlose Odette Scharenborg benoemd tot hoogleraar in Delft

Door Kyra Broshuis

GROENLO/NIJMEGEN - Odette Scharenborg uit Nijmegen groeide op in Groenlo en was al jong geïnteresseerd in computers. Onlangs is Scharenborg, geboren in 1977, benoemd tot hoogleraar aan de Technische Universiteit in Delft in het vakgebied Inclusieve Spraakcommunicatie. 

Ze heeft goede herinneringen aan haar jonge jaren in Groenlo, zo vertelt de hoogleraar. “Mijn schoolcarrière begon op de Wipstrik, gevolgd door de basisschool St. Willibrordusschool. Ik vond het heel erg leuk om eindelijk te mogen lezen en schrijven. Ik heb goede herinneringen aan Juf Diny van (toen) klas 1 (nu groep 3). De basisschool ging me makkelijk af. Van mijn basisschooltijd herinner ik me vooral het vele buitenspelen: stoeprandje voor ons huis aan de Vermeerstraat, spelen en kletsen in het speeltuintje op de hoek in onze straat, hoogspringen in de zandbak met stokken gemaakt door onze vaders, en vooral het vele uren en dagen spelen van slagbal met alle kinderen uit de buurt. Het waren geweldige tijden!”

‘Hoe mensen en computers spraak kunnen herkennen vind ik super interessant’

Uitgaan in Groenlo
Daarna ging Odette naar het Marianum in Groenlo waar ze het vwo volgde. “De eerste drie jaar had ik het niet gemakkelijk in sociaal opzicht. De laatste drie jaar van het vwo waren wel gezellig. Ik herinner me vele uren in de kelder kletsen met klasgenoten tijdens pauzes en tussenuren. Voor onze eindexamenstunt hebben we met luide muziek ontbijt gebracht bij een aantal leraren die in Groenlo woonden. Super grappig vonden we dat. We hadden wel braaf goedkeuring bij de gemeente aangevraagd om zoveel herrie te mogen maken zo vroeg op de ochtend. Ook hadden we een kameel gehuurd. Hilarisch om me dat nu voor te stellen.” De jonge Odette genoot van Groenlo dat toen nog het Las Vegas van de Achterhoek was. “Ik ging graag stappen, vrijdagavond naar Kras en op zaterdagavond eerst indrinken in Kras en daarna door naar de PamPam. Fantastische tijden waren dat. Ik kom tegenwoordig niet veel meer in Groenlo, maar Groenlo heeft absoluut nog een warme plek in mijn hart. Lang leve social media waardoor ik nog af en toe iets mee krijg van vroegere bekenden. Ik ben nog wel steeds goed bevriend met twee vriendinnen van toen."

Het kamertje van Harry Paf
Op het Marianum had Odette een zogenaamd gemengd pakket met talen, geschiedenis en uiteraard beta-vakken. Die laatste waren haar favoriete vakken. “Maar die waren ook best pittig, vooral natuurkunde. Achteraf vind ik het wel jammer dat ik geen Wiskunde B heb gedaan, dat had natuurkunde wellicht wat makkelijker gemaakt. Ik herinner me vooral dat onze natuurkundeklas slechts drie meiden had van de 21 leerlingen, maar verder waren onze klassen gewoon gemengd.”

Via haar vader kwam Odette in contact met computers. “Hij heeft altijd gestimuleerd om iets met computers te doen. Al in de jaren ‘80, in het beginstadium van de personal computers, nam hij mij als jong meisje van een jaar of 12 mee naar een computercursus van zijn werk. Ik zat daar, als meisje tussen de (in mijn ogen) oude mannen, mijn vaders collega’s, en begreep sneller wat de bedoeling was met die computers dan de meeste mensen daar.” Toch was een technische opleiding niet altijd al haar wens, zo vertelt ze. “Ik wilde eigenlijk kinderarts worden maar toen ik me realiseerde dat ik daarvoor in mensen moest gaan snijden, heb ik die droom snel laten varen. Een technische universiteit leek me te hoog gegrepen en dus koos ik niet voor de TU Twente maar wel voor een universiteit in de buurt. Het werd Nijmegen. Informatica was mijn eerste keuze maar ik dacht dat ik daar niet slim genoeg voor was. Mijn moeder suggereerde iets van psychologie. In de kamer van Harry Paf, destijds decaan op het Marianum, zag ik heel toevallig een brochure  liggen van de opleiding ‘Taal, Spraak en Informatica’ (TSI). Dit was volgens de brochure, met de briljante naam: TSI is ‘t, een opleiding die je kon doen na je eerste jaar psychologie en was een opleiding aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen. Perfect dus. Op de open dag bleek het een volledige opleiding te zijn. Ik heb me ingeschreven, heb nog wat extra vakken gevolgd bij spraak- en taalpathologie en cognitiewetenschappen en ben na 4,5 jaar afgestudeerd met een scriptie over het herkennen van gesproken cijfers door computers. Ik vond het fantastisch en dat vind ik nog steeds. Ik vind spraak en met name hoe mensen en computers spraak kunnen herkennen, super interessant. Mijn carrière heeft veel zware momenten gekend met veel tijdelijke contracten en werkloosheid waardoor ik heel wat twijfels had, maar ik vond het vakgebied zo leuk en ook de internationale wereld waar ik in zat dat ik altijd ben blijven proberen en doorgaan. Gelukkig is het allemaal goed gekomen”, vertelt ze met enig gevoel voor understatement. 

Tijdens één van die moeilijke periodes (in 2017) werd Odette verkozen tot het bestuur van de internationale vakvereniging: de International Speech Communication Association (ISCA), en in 2023 werd ze verkozen tot president. “Hierdoor heb ik een heel groot internationaal netwerk opgebouwd en is het me gelukt om onze grootste conferentie, Interspeech, naar Nederland te halen. Ik ben de General Chair van Interspeech 2025, wat van 18-21 augustus in Ahoy, Rotterdam plaatsvindt. We verwachten zo’n 2000 mensen. Wellicht leuk voor mensen die na dit verhaal meer willen weten over spraak: Op zondag 17 augustus organiseren we het Speech Science Festival voor het algemeen publiek. Iedereen is welkom! Ook dit gaat in Ahoy plaatsvinden.”

Inclusieve spraakcommunicatie in heldere taal
Op de vraag of ze in Jip en Janneke-taal kan uitleggen wat inclusieve spraakcommunicatie inhoudt, zegt Odette het volgende: “We communiceren allemaal, en heel veel van hoe we met elkaar communiceren is via spraak. We praten en luisteren. Voor heel veel mensen is dit normaal en gaat dit zonder problemen, maar er zijn ook veel mensen voor wie het lastiger is om te praten of om te verstaan. Tegenwoordig kunnen we ook met onze telefoons, computers en robots praten, alleen kunnen computers niet met alle stemmen even goed omgaan. In mijn onderzoek kijk ik ernaar hoe we het computerprogramma dat spraak omzet naar tekst (dit heet ook wel automatische spraakherkenning of spraak-naar-tekst) beter kunnen leren omgaan met de spraak van mensen met bijvoorbeeld een accent, kinderen, of ouderen of mensen met een spraakafwijking (bijv aangeboren of door medische redenen). Het doel van mijn onderzoek is spraaktechnologie te ontwikkelen die door iedereen gebruikt kan worden, ongeacht welke taal de persoon spreekt of hoe die persoon spreekt.”

‘Net als andere vrouwen heb ik tijdens mijn carrière meegemaakt dat ik niet serieus genomen werd’

Mentor van jonge onderzoekers
Haar titels professor en doctor heeft Odette naar eigen zeggen niet alleen bereikt. “Gedurende mijn carrière heb ik heel veel geweldige mensen ontmoet met wie ik heb samengewerkt of van wie ik op andere manieren geleerd heb. Dit wil ik doorgeven aan anderen. Ik ben al jaren een mentor van met name jongere onderzoekers. De academische wereld is niet gemakkelijk, vooral niet voor vrouwen en voor anderen uit een minderheidsgroepering. Ik vind het belangrijk om met name hen te helpen en te proberen hun carrière te stimuleren en helpen. Mijn ambitie ligt erin om mezelf te blijven ontwikkelen als onderzoeker, als docent en als mens.”

In 2001 was slechts 18 procent van de mensen in haar vakgebied vrouw. De afgelopen jaren is dat gestegen naar tussen de 23 en 25 procent. “Ik ben eraan gewend om veelal omringd te zijn door mannen. Sinds 2018 werk ik aan de TU in Delft bij één van de twee informatica-afdelingen. Onze groep bestaat voor de helft uit vrouwen. Tegelijkertijd ben ik pas de tweede vrouwelijke hoogleraar informatica aan de TU. De vrouwen in mijn vakgebied kennen elkaar allemaal goed en steunen elkaar en dat maakt dat het niet voelt alsof we een minderheid zijn, maar dat zijn we wel. Net als andere vrouwen heb ik tijdens mijn carrière  meegemaakt dat ik niet serieus genomen werd. Zo heb ik weleens een voorstel gedaan voor iets, waar iedereen overheen sprak, de man naast mij herhaalde daarna mijn woorden en iedereen vond het een fantastisch idee. Er werd niet gezegd dat het mijn idee was. Ik heb een mannelijke collega gehad die mijn onderzoek als het zijne presenteerde op een internationale workshop. In de beginjaren van mijn carrière dacht ik dat het normaal was. Nu weet ik dat dat niet zo is.”

Goed op mijn plek
Het veelbesproken glazen plafond heeft de jonge hoogleraar ook wel eens gevoeld. “Met name in de tijd toen ik probeerde een aanstelling als Universitair Docent (UD) te krijgen. Na mijn promotieonderzoek ben ik een aantal jaren een post-doc geweest (onderzoeker met een tijdelijke aanstelling). De logische stap daarna op de academische ladder is UD (een aanstelling bij een universiteit als docent en onderzoeker). Ik heb in die tijd heel veel gesolliciteerd. Het viel me op dat als ik bij de laatste 2 of 3 kandidaten was, ik altijd de enige vrouw was en ik nooit de baan kreeg. In die tijd voelde ik het plafond behoorlijk. Toen ik eenmaal bij de TU Delft was, voelde ik deze veel minder. Ik denk dat dit ook komt door mijn onconventionele carrière (ik was al jong lid van het bestuur van ISCA en president van ISCA) waardoor ik via omwegen toch gekomen ben waar ik nu ben.”

Het werk als hoogleraar combineert Odette met een gezinsleven. Veel werken heeft ze altijd gedaan, ook in haar jongere jaren in de avonden en weekenden. De laatste jaren probeert ze wel een gezondere werk-privébalans te hebben en dat lukt aardig. “Ik werk al een flink aantal jaren niet meer in de avonden en weekenden, met uitzondering van een enkele keer vlak voor een grote deadline. Ik werk in Delft en woon in Nijmegen, wat een grote reistijd met zich meebrengt (2u 20 minuten enkele reis). Ik ga zo’n 2 dagen in de week naar Delft. Ik sta ’s ochtends vroeg op, waardoor ik op tijd kan beginnen met werken en rond 17.00/17.30 uur kan stoppen met werken zodat ik de avond met mijn gezin ben. Ik kan gelukkig goed werken in de trein en meetings kunnen heel goed via Teams. Al met al zit ik ontzettend op mijn plek bij de TU Delft en vind ik dat ik de leukste baan in de wereld heb.”

Prof. Odette Scharenborg is benoemd tot hoogleraar Inclusieve Spraakcommunicatie aan de TU Delft. Eigen foto

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant