
Dahliavelden
OpinieDahliavelden
Beste toeristen, jullie fietsen en rijden heerlijk rond in dit wonderschone deel van Nederland. Allemaal prima, maar laat één ding niet aan jullie aandacht ontsnappen: de langzaam groeiende maar binnenkort sprookjesachtig bloeiende dahliavelden. En dat zeg ik als rechtgeaard Grollenaar. Je moet ook kunnen toegeven iets niet te kunnen en met die dahlia, daar hebben wij Grollenaren geen verstand van. Dat is trouwens ook het enige waar we geen donder van weten. Hoe komt dat nu dat jullie dat niet kunnen, hoor ik roepen. Ja, dat zit uitermate complex in elkaar. Ik ben al lang bezig daarop te promoveren, maar als ik tegen die professoren, hoogleraren en ander uitermate intellectueel volk zeg dat ik uit Groenlo kom, dan trekken ze meteen de melk op.
Zonder twijfel stigmatiserend maar je hebt ermee te leven. Ik hou het voor vandaag - het is immers vakantietijd - op een eenvoudige beschouwing. Wij hebben hier in Groenlo ook jarenlang een (groot/klein) bloemencorso gehad en soms leek het er even op dat het wat zou worden. Het werd niks. Toen al had je plaatsen als Lichtenvoorde, Winterswijk, Rekken, Beltrum en Varsseveld die ver boven ons corso uitstaken. Varsseveld schrijf ik: ik ben er ineens niet meer zo zeker van of ze daar ook een bloemencorso hadden of hebben, hoewel ik daar veel verslagen over heb gemaakt. Nooit een reactie gehad, niks over gehoord, mooi laten zitten.
Lichtenvoorde heeft zich de laatste tientallen jaren ontwikkeld als een dahlia-grootmacht. Ze hebben nu borden met teksten als het op een na grootste bloemencorso van Nederland. Mooi, maar op dit punt zouden wij Grollenaren gezegd hebben: het grootste corso op één na. Daar zijn we hier wel goed in. Miljoenen dahlia’s zijn er nodig en als jullie fietsen, doe dat dan ook in plaatsen als Beltrum, Winterswijk en Lichtenvoorde want de dahlia is daar aan een enorme opmars bezig.
Wat je voor een goed bloemencorso nodig hebt zijn vakkundige en uiterst gedreven vrijwilligers voor wie geen klus te zwaar is. Tot op het bot gedreven mensen. En dan is er nog een belangrijke factor nodig die wij Grollenaren niet hebben en wellicht ook nooit zullen krijgen. Die omstandigheid geeft overigens welbeschouwd een zekere rust.
Er is in die bloemencorsoplaatsen sprake van een goede onderlinge concurrentie; wie heeft de mooiste wagen en wie is het meest creatief enzovoort. Elke groep wil graag de beste worden. Een facet dat de prestaties omhoogstuwt. En het is nu precies op dit punt dat wij Grollenaren afhaken. Wij gunnen de anderen het succes en daardoor worden de prestaties negatief beïnvloed.
Wij zijn, kortweg gezegd geen dahliacoryfeeën. Wij hoefden vroeger al helemaal niet mee te doen aan de vraag: wie heeft het grootste corso, want onze omvang was altijd al gering. Maar ooit was er een wedstrijd wie het kleinste corso kon organiseren. Daar hadden wij hier wel oren naar en er werd een commissie ingesteld die schitterde omdat er uitsluitend creatieve geesten in zaten en fantastische denkers. Zij zaten lang bij elkaar en daar moest dus wel iets geweldigs uitkomen.
En toen ze eruit waren stuurden ze hun idee in. Het bleek later dat zij helemaal niets hadden ingeleverd en dat vanuit de gedachte, zo vonden de Grolse kunstenaars, dat een corso zonder corso het kleinste corso was. Kleiner kon niet. Maar de uiterst wijze landelijke commissie die daarover had te oordelen haalde een streep door het plan hoewel er helemaal geen plan was.
Dat was het laatste corsofeit van ons.
Geniet dus beste toeristen de komende weken van de dahliavelden en de optochten.
Wij houden ons even gedeisd.
Torenwachter










