
Intergenerationeel
OpinieOoit gaf mijn moeder me een grote verkleedtas in bewaring. Voor het geval ze er ooit voor terug zou komen. Vroeger was carnaval haar onmisbare feest. Maar sinds ze in Spanje woonde was daar verandering in gekomen. Dit jaar lukte het toch. Na meer dan tien jaar. Drie dagen lang was de lach niet van haar gezicht te slaan. Niet tijdens de optocht en niet tijdens het dweilen. En op dinsdag, bij het allerlaatste optreden van haar kleindochter als dansmarietje en het allereerste optreden dat ze in het echt kon zien, werd de lach begeleid door biggelende tranen. Ook mijn dochter straalde. Intergenerationeel geluk in zijn zuiverste vorm. Het waren drie dolle dagen van blijdschap en weemoed geweest. En nu werd het tijd om afscheid te nemen. Nog even een treinkaartje kopen in Lievelde en dan weer naar huis, naar de Spaanse zon.
Ik lijk op m’n moeder, zeggen ze. En op mijn vader. Van wie ik mijn angstige en twijfelende karakter heb, weet ik niet. Of mijn niet aflatende innerlijke conflicten te wijten zijn aan hun onverenigbare en al lang gescheiden karakters, is niet relevant. Ooit, tijdens een wanhopige en dus mislukte poging van mijn oorsuizen af te komen, deed ik een familieopstelling. Begeleid door een zweverige coach legden wildvreemden met intuïtieve stapjes de intergenerationele wortels van mijn angsten bloot. Kennelijk waren de oorlogstrauma’s van mijn opa de schuld van alles. Velen waren onder de indruk van deze bedrieglijke onzin. Familieopstellingen zijn de grootste psychologiezwendel van deze tijd.
Nee, mijn twijfels, angsten en innerlijke conflicten zijn niet van vaders, moeders, oma’s of opa’s. Ze zijn gewoon van mij. Ik moet ze zelf het hoofd zien te bieden. Dat lukt soms, als ik, hoe dapper, de rubberen benen van mijn eeuwige hoogtevrees trotseer in de bomen van het Ruurloose klimbos. De kinderroute natuurlijk. En soms lukt het niet als ik, dichter dan ooit bij mijn ultieme droom boekenschrijver te zijn, toch de boot afhoud. Niet hoeven falen door het niet te proberen is een hardnekkige impuls die op slechte momenten zijn lelijke kop opsteekt.
Maar op het perron zijn levenslange twijfels grotesk als je lieve moeder een treinkaartje koopt, een stapje achteruit doet, over een koffer struikelt, haar arm en schouder breekt, het uitschreeuwt van de pijn en in een ambulance afgevoerd wordt. Innerlijke conflicten zijn banaal als een oud en bebloed hoopje mens in het ziekenhuis, vlak voordat ze weer even flauwvalt, trillend van pijn en verdriet wenst dat ze de dag over mocht doen. En aanstellerige angsten zijn belachelijk als je niets kunt doen terwijl de vrouw die jou altijd beschermde je hulpeloos aankijkt.
Een ongelukje in een klein hoekje op een perronnetje. Meer was er niet nodig voor echte existentiële angst. Wel is er intergenerationele liefde. Heel veel. Hopelijk helpt het.










