Ironie
De zanger, zestig jaar, treedt op voor 16 man; zijn gage is gelijk aan de opbrengst van de kaartverkoop. Zijn ondersteunend muzikant, percussionist, steelt de show. Heel moeilijk is dat niet. De liedjes zijn aardig maar ontberen kippenvelmomenten. Niet één prachtige melodie, niet één echt mooie zin. Ik had hem eerder gezien, maar er niets van onthouden. Logisch.
‘Wat is ironie?’, vroeg een leerling. Op de automatische piloot antwoordde ik dat ironie een milde vorm van spot is, niet bedoeld om te kwetsen. Verder maakte ik duidelijk dat er bij ironie wel een addertje onder het gras zit. Er is een zender en een ontvanger, dus je weet nooit hoe je boodschap overkomt. De ander kan je grappig bedoelde opmerking gemeen vinden en boos worden. ‘Maar als je in havo 4 zit en nog niet weet wat ironie is, leer je het nooit meer’, voegde ik eraan toe.
Verontwaardiging. Punt gemaakt.
Maar niet alleen mensen kunnen ironie bedrijven, ook situaties kunnen ironisch zijn. Alanis Morisette wist dat lang geleden al. (Overigens regende het op mijn trouwdag maar toch was ie geweldig). De tragiek van ironische situaties is dat ze de voedingsbodem zijn voor religie. Immers, als je ironie verkeerd kunt opvatten, kun je het leven gemeen vinden. Aangezien 'gemeen zijn' bewustzijn vraagt, is er iemand verantwoordelijk. De stap is dan klein om te geloven dat de verantwoordelijke er wel een reden voor zal hebben. Religieus zijn is dus niets meer dan anger management. Maar wat moet je als reguliere religie niets voor je is en een influencer in de manosphere je ook niet kan verleiden?
De zanger staart melancholisch en speelt zijn zoveelste niemendalletje, terwijl zijn apostel, de percussionist, vol overgave trommelt op kistjes en koebellen. Plotseling zie ik het licht. De zanger maakt zijn carrière bewust het mikpunt van spot. Hij heeft zelf zijn ezelsoren opgedaan. Vrijwillig. Voor ons, het zestienkoppige publiek. Met verve speelt hij de mislukkende muzikant zodat wij stille spot met hem kunnen drijven. Dat we best weten dat wij maar gewoontjes zijn; leraren en boekhouders, niks bijzonders. Maar dat het kennelijk erger kan.
Omdat zijn eigen nummers simpelweg niet uitsmijterwaardig zijn, sluit de zanger af met ‘Laat me' van Ramses Shaffy, die in dit nummer vertelt dat hij na zijn dood zijn liedjes zal laten zwerven. Ironisch natuurlijk, omdat de liedjes van de zanger zelf samen met hem zullen sterven. Maar het ging hem nooit om de liedjes. Nu begrijp ik waarom wij hem zijn eigen gang moeten laten gaan. Niet eerder was ik getuige van zoveel altruïsme. Zo moet het publiek bij Golgotha zich gevoeld hebben terwijl het keek naar Jezus aan het kruis. Het verschil: van Jezus moest en zou de mensheid weten dat hij daar hing voor iedereen, dat hij de redder was. Zoveel eigendunk is aan de zanger niet besteed.