
Abeltje
“Nou, Abol, ik weet ut ook niet meer”, zegt de lieve dierenarts.
“Nah, du, Abelchen, ich weet dat auch niet mehr,” sagt Frau de oogarzt.
En ik? Wat denk ik? Ik denk:
Bij mij kan ook nooit eens iets normaal. Toen ik zelf ziek werd op mijn dertigste had ik het niet eens dóór. Ik was wel moe ja. Ik had al eens aan mijn directeur gevraagd of ik niet het klaslokaal aan het begin van de gang kon krijgen, omdat ik altijd zo móé was als ik ’s morgens mijn lokaal aan het eind van de gang had bereikt. De directeur stuurde mij naar de dokter. Maar díe stuurde mij naar de psycholoog. Als ik aan het eind van die gang bij zijn spreekkamer was, was ik zo moe… Dan moest ik eerst even gaan zitten. Wat was er toch met mij aan de hand?
Deze ellende duurde vier jaar. Toen wist ik eindelijk dat ik chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie had (Je verzint het ook niet hè, op je dertigste), en dat de rolstoel mijn grootste vriend zou zijn voor de rest van mijn leven. Hoe vaak heb ik tijdens die vier onzekere jaren niet verzucht: “Waren mijn benen er maar gewoon af. Dat is tenminste duidelijk. Dan snap ik zelf waarom ik niet kan lopen en de buitenwereld begrijpt het ook.”
Inmiddels gaat het best aardig. Maar wat ik dus wel fijn zou vinden na zoveel jaren persoonlijke ellende is als Abeltje, mijn huisgenoot de rode kater, af en toe eens gewoon een pootje zou breken of zoiets simpels. Of een teek zou hebben, of kiespijn. Dat je weet: Hee, hij loopt mank slash krabt slash kan geen brokjes kauwen. Dus hij heeft een gebroken poot slash een teek slash kiespijn.
Helaas. Meneer loopt al zijn hele leven met zijn tongetje uit zijn smoelwerk en dat staat heus schattig maar niemand weet hoe dat komt. Of dat nog niet genoeg is heeft hij naast staar in zijn ene oogje en een beginnende tumor in zijn andere oogje ook een wond in één oogje waarvan Frau Doktor oog-arzt sagt das "das doch wohl raahr ist want das hatte doch al lang genesen sein müssen”.
De ultieme pret begon een paar weken geleden toen hij ging piepen. Piepen als in lekke band, ballon leeg laten lopen, dat werk. Bekje dicht, tongetje d'r uit. Door zijn neusje. Fluitje ingeslikt? Muizenkoortje levend in zijn maagje?
Woensdag gaan we naar het hospitaal. Wordt vervolgd.