Staan of zitten?
Op poepen rust een taboe, we spreken er slechts over in eufemismen. We fluisteren hooguit ‘even naar het toilet’ als een huisgenoot per se wil weten waarom je opstaat. Maar het liefst verdwijnen we gewoon stilletjes naar de wc (waskast). En hoezeer mijn vrouw en ik ook een opvoeding betrachten waarin over alles open en eerlijk gesproken mag worden, schreeuwen mijn kinderen het ook niet van de daken als ze het kleinste kamertje bezoeken. Ze weten dat mensen het wel eens hebben over ‘de grote boodschap’ maar de muffe en oubollige walm die om dat eufemisme hangt, is nog erger dan de walm van de grote boodschap zelf. Vooral die van een ander. Zo leer je vanaf de kindertijd dat je over sommige dingen niet praat. Dus als ik in de beslotenheid van mijn eigen huis zeg dat ik ga poepen, is de reactie van mijn gezin altijd: ‘Moet je dat nou zó zeggen?’
Toch schamen wij ons niet voor de daad zelf. De badkamerdeur gaat niet op slot en, niet dat we de deur bij elkaar platlopen, als een van ons er toevallig moet zijn terwijl een ander op de kakdoos zit, is dat geen probleem. Zo kon het gebeuren dat ik erachter kwam dat de verschillende leden van mijn gezin verschillende manieren hebben om hun billen af te vegen. Nog zo’n prachtig eufemisme trouwens. Alsof je met een satijnzacht doekje wat kruimeltjes van perfect gevormde, heerlijk ruikende rondingen aftikt. Wat het echt betekent: anus schoonboenen. Twee van ons doen dat staand, de andere twee zittend. Het zijn de kleine privéverwonderingen die een gezinsleven de moeite waard maken.
Want wat maakt de één een staander en de ander een zittenblijver? Kan een vraag die niet per se gesteld hoeft te worden ook inzicht bieden? Als filosofische serendipiteit. Kennelijk is het niet aangeleerd. Het moet dus een innerlijk gevoel zijn; een karaktereigenschap. Door te gaan staan, erken je misschien wel het bestaan van je eigen stront. Ik hoef niet, zoals Midas Dekkers graag wil, uitgebreid alle kleurschakeringen te bekijken en analyseren maar een kleine blik werp ik er altijd wel op. Het zorgt ervoor dat ik dagelijks geconfronteerd word met het feit dat ik de energie en voedingsstoffen uit dode planten en dieren gebruikt heb om zelf nog even verder te kunnen leven. Het is the circle of life in zijn meest stinkende waarheid. Tegelijkertijd is het een soort aftellen. Je hebt maar zoveel schijtbeurten te gaan, en dit was er weer een. Door te kijken accepteer je onbewust je eigen sterfelijkheid. Blijven zitten is de andere kant van dezelfde medaille, een onbewuste ontkenning ervan. Het is natuurlijk niet voor niets dat de dood, naast poepen, de andere grote waarheid is waar slechts in eufemismen over gesproken wordt. Het zou me niet verwonderen dat mensen met de grootste doodsangst zittenblijvers zijn. Staanders sterven beter.