Koffie?
Ik luisterde De hippiemoord, een podcast over de moord op Gerrit Wensink, alias Jatti, 50 jaar geleden in The Fashion, een toenmalig jongerencentrum in Hengelo. The Fashion was het Paradiso van het oosten, de Tukkerse PamPam; een gezellig hippiewalhalla vol drank, drugs en Rock en Roll. Maar Jatti was een onvoorspelbare en onbereikbare man. Zo iemand die iedere ruimte vult met zwaarte en angst. Dat hij zou sterven, hoe dan ook, leek logisch.
Jatti deed me denken aan mijn broertje in de eerste jaren na een ongeluk, bijna 35 jaar geleden. Hij lag een week in coma, maar overleefde. Een vriendin niet. Onverteerbaar. Nadat hij ontwaakte, werd ook mijn broertje onvoorspelbaar en onbereikbaar. Ik herinner me hoe ik met hem had afgesproken in Nijmegen. In de auto vroeg ik me vertwijfeld af hoe ik hem zou aantreffen. Ik trof hem niet aan. Ik belde aan, hij deed niet open. Later vertelde hij schaamtevol hoe hij in een donker hoekje van zijn kamer wachtte tot ik weg was. Hij wist zich geen raad. Vluchten in wat dan ook en van wie dan ook was zijn enige optie. Hoe eenzaam moet het zijn als je je leven, je verleden en jezelf niet meer herkent?
Jatti had net als mijn broertje, avant la lettre weliswaar, een niet aangeboren hersenletsel opgelopen. In een latere aflevering van de podcast bleek hij een goedzak die een zwaar motorongeluk maar ternauwernood had overleefd. Toen verloor hij zijn remmingen en werd hij vermoord. Door wie en waarom? Luister de podcast. Tipje van de sluier: Jatti was niet de slechterik in dit verhaal, juist niet. Hij had een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Dat werd hem fataal.
Ook mijn broertje verloor in die eerste jaren zijn remmingen, deed alles wat God, had hij bestaan, hem uitdrukkelijk ontraden zou hebben en ook hij had een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ik durf me niet voor te stellen in welke netelige situaties die combinatie hem allemaal gebracht heeft. Maar hij viel, stond weer op en overleefde ook dit. En nu is ie 50. Dat hebben we gevierd: het hobbelige leven van een geweldige man. Een man op wie ik ongelooflijk trots ben: mijn broertje. Iemand die veel meer is dan de nare dingen die hij heeft meegemaakt. Hij is vakanties in Makkum, vissen, judo, bloemetjes plukken tijdens de voetbalwedstrijd. Hij is ook gesprekken met wildvreemden op straat. Hij is rechtvaardigheidsgevoel. Hij is boeken lezen, filosoferen, oneindige uitweidingen over details. Hij is ongelooflijke veerkracht. Hij is niks om je voor te schamen. Integendeel. Hij is vooral goed zoals hij is. Dat was hij altijd al, dat is hij nog steeds en dat zal hij altijd zijn.
Hij is Nijmegen nu, hij is Groenlo vroeger en wie weet is hij, als de plannen die hij met z'n vriendin heeft, werkelijkheid worden, ook Groenlo straks. En als ik dan bij hem aanbel, doet ie deur open. ‘Yo Ivar, leuk dat je er bent. Koffie?'