Toon ten Brincke (rechts) 50 jaar lid van De Knolle en Fons Walterbos (links) 48 jaar lid van De Knolle. Foto: Theo Huijskes
Toon ten Brincke (rechts) 50 jaar lid van De Knolle en Fons Walterbos (links) 48 jaar lid van De Knolle. Foto: Theo Huijskes

60 jaar De Knolle oet Grolle

Van boerenkapel tot hofkapel van CV De Knunnekes

Door Theo Huijskes

GROENLO - In het kader van het binnenkort te vieren zestigjarige bestaan van het Grolse muziekgezelschap De Knolle, mogen zij min of meer worden aangemerkt als leden van het eerste uur. Toon ten Brincke (77) is inmiddels 50 jaar lid en Fons Walterbos (63) hanteert met 48 jaar het motto 'Mag het iets minder zijn?' In de knusse huiskamer van de familie Walterbos aan de Bastionstraat in de binnenstad van Groenlo praten beide musici honderduit over het wel en wee van de in april 1959 opgerichte kapel, die tevens grote bekendheid heeft genoten en heden ten dag nog steeds geniet binnen de inmiddels 56-jarige carnavalsvereniging De Knunnekes. De Knolle oftewel Hofkapel van De Knunnekes is door de jaren heen uitgegroeid tot een niet meer weg te denken onderdeel van voorheen Leo Harmonie en thans Muziekvereniging Groenlo.

"In de afgelopen zestig jaar is er op allerlei gebied binnen deze club het een en ander veranderd", roepen beide muziekliefhebbers in koor. "Maar waar van meet af aan niets aan veranderd is, blijft het gegeven dat wij ons werk blijven doen onder de overkoepelende paraplu van de harmonievereniging. Daarom wordt ook de stelregel gehanteerd dat je alleen lid kunt worden van De Knolle wanneer je ook lid bent van Muziekvereniging Groenlo. Alle financiële revenuen, bijeengeharkt met optredens van welke orde dan ook, komen ten goede van de muziekvereniging. Een doelstelling die heden ten dage nog steeds door iedereen wordt onderschreven."

Oprichting
Aan het roer bij de oprichting van De Knolle in 1959 stond Gerrit Roerdink (Gait van Grolle). Deze inmiddels legendarische muzikant, dichter, buutreedner, kortom kleinkunstenaar, schijnt toen aan de stamtafel in het voormalige hotel De Pelikaan te hebben gezeten toen daar het idee voor de oprichting van een boerenkapel ter sprake kwam. Een en ander na afloop van een uitvoering van de Leo Harmonie in deze locatie. Dit gesprek kreeg enkele weken later een vervolg in De Lange Gang met het bedenken van de naam De Knolle. Dit omdat de vader van Theetje Nales (destijds kastelein van De Lange Gang) de bijnaam 'Knolle Nales' had. Het initiatief van Gerrit Roerdink heeft wel tot gevolg gehad dat De Knolle in haar bestaan heel veel muziektelgen uit de familie Roerdink in haar midden heeft gehad. Een bekend muziekfenomeen in dat verband was natuurlijk ook Johan Roerdink ('Johan van den Wortelenboer'), de echtgenoot van Antje Roerdink. Ook laatstgenoemde heeft als enige vrouw in het muziekgezelschap, en dat in positieve zin, een behoorlijke muziekstempel op de in Groenlo op handen gedragen kapel gedrukt.

Carnaval
Het hele bestaan van De Knolle staat zonder enige twijfel in het teken van de Grolse carnaval, hetgeen door Grollenaar Ferry Broshuis (voormalig stadsprins, vorst en buutreedner) ook al eens tekstueel werd vastgelegd met de woorden 'De Knunnekes en De Knolle zijn een Siamese Tweeling'. Of De Knolle zonder de aanwezigheid van carnaval in Groenlo nog had bestaan, durven Ten Brincke en Walterbos wel te bevestigen. "Maar dat zou dan wel op een veel smallere basis zijn. Vanaf de oprichting van de carnavalsclub (4 april 1963, ThH) ondersteunen wij De Knunnekes muzikaal en dat van één pronkzitting tot inmiddels zes zittingen per jaar en van het prinsenbal tot de drie dolle dagen, waarbij je bij die laatste aanduiding beter kunt spreken van vijf tot tien dolle dagen."
Beide Knolle-leden noemen naast zaken als het verzorgen van een boerenbruiloft, het brengen van serenades bij feestelijke aangelegenheden en het verzorgen van muzikale verrassingen voor bejaarden, het jaarlijkse carnavalsfestijn dan ook als het absolute hoogtepunt in het zes decennia tellende bestaan van de boerenkapel dan wel hofkapel.

Dieptepunt
Wanneer bekkenist Ten Brincke en trombonist Walterbos wordt gevraagd naar een dieptepunt in het bestaan van De Knolle, hoeven beiden niet lang na te denken.
"Dat was de carnavalsperiode 1974 tot en met 1983 dat De Knolle ten faveure van het orkest Shiloh aan de zijlijn moest toekijken. Er was sprake van een affaire binnen de Leo Harmonie, die een controverse teweeg bracht tussen enerzijds de harmonie en anderzijds de familie Roerdink. Laatstgenoemde familie, met veel leden in zowel het harmonieorkest als De Knolle vertegenwoordigd, zorgde voor een vete waardoor er een afscheiding plaatsvond. Wat wij ons nog kunnen herinneren, ging het met name over het ontslag van een dirigent van het harmonieorkest. Maar het gevolg was wel dat het orkest Shiloh en niet De Knolle gedurende een negental carnavalscampagnes de muziek verzorgde bij De Knunnekes. Pas bij het aantreden in 1984 van stadsprins Herman Oosterholt, nota bene trouw lid van de Leo en De Knolle, waren alle plooien weer gladgestreken en was De Knolle als hofkapel weer in alle glorie van de partij. En dat heden ten dage nog steeds!'

Meer berichten