
Dinès en Jos bij molen Hermien in Harreveld. Foto: Rosie Betting
Lichtenvoordenaren presenteren ‘Het verhaal van de molenaar’
CultuurGraan, aalmoezen en vrijpartijen
Door Mark Ebbers
LICHTENVOORDE/ARNHEM - Twee jaar hebben ze eraan gewerkt, met tussenpozen: Jos Betting en Dinès Quist uit Lichtenvoorde. Zaterdag 10 december werd hun boek ‘Het verhaal van de molenaar’ ten doop gehouden in het Openluchtmuseum in Arnhem.
Jos (51) staat vermeld als redacteur, zijn partner Dinès (47) als auteur. Daarnaast leverden verschillende mensen gastbijdragen aan het boek, zoals heemkundige Hans van den Broek.
Jos heeft al een hele geschiedenis met molens. Vanaf 2011 raakte hij betrokken bij de Harreveldse korenmolen Hermien en vanaf 2013 is hij gediplomeerd molenaar. Sinds 2017 is hij bestuurslid van de Gelderse afdeling van Het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Deze landelijke organisatie bestaat dit jaar vijftig jaar, en dat jubileum was de aanleiding voor het maken van het boek.
Dinès is mede door Jos ook steeds geïnteresseerder geraakt in molens en de verhalen die daarbij horen, maar heeft zelf niet de ambitie om molenaar te worden.
Verhalen van molenaars
Doordat het maken van het boek grotendeels in de coronaperiode viel, was de werkwijze wat anders dan aanvankelijk de bedoeling was, vertelt Dinès: “Het liefst hadden we gesprekken gevoerd met molenaars en andere betrokkenen, maar in plaats daarvan hebben we mensen benaderd hun molenverhalen op te sturen. Dat leverde tientallen bijdragen van molenaars uit heel Nederland op, die ik zo nodig heb herschreven om een eenduidige schrijfstijl te krijgen.” Naast die verhalen uit het veld staan in het boek enkele honderden afbeeldingen.
‘Doetinchem
kende in
1855 grote
hongersnood, doordat
er te weinig
wind was
en ook te
weinig
stromend
water’
Hardcore molenfan
Met name Jos raakt niet gauw uitgepraat over molens: “Het is een machtig interessante wereld. En de molenwereld en -techniek hebben ook veel te maken met andere zaken, als het weer en luchtvaartechnologie.”
Naast het lezen en schrijven over molens, brengt hij het vak ook in de praktijk, als molenaar bij Hermien en bij andere molens. “Het is belangrijk voor molens dat ze regelmatig draaien, bij voorkeur wekelijks, anders gaan ze in de assen hangen, zoals dat heet.”
Momenteel is hij betrokken bij de Venemansmolen in Winterswijk: “Die functioneert nu als een biomolen, biologisch geteeld graan wordt daar gemalen met windkracht, als dat niet biologisch is. Molen Hermien is hier in de huidige staat niet geschikt voor en voldoet niet aan de hygiënecode voor een dergelijk project.”
‘In veel
straatnamen,
namen van
gebouwen
én in familienamen is het
molenrijke
verleden van
Oost Gelre
nog terug
te zien’
Voor armen en vrijlustigen
In de Nederlandse geschiedenis hebben molens – windmolens, maar ook watermolens - veel betekend, vertelt hij: “Natuurlijk voor de verwerking van graan tot meel, maar daarnaast waren er ook veel molens die voor bemaling werden ingezet.” En wat lang niet bij iedereen bekend zal zijn, is dat molens ook van belang waren voor armen en voor verliefde stelletjes: “Een deel van het meel werd uitgedeeld als aalmoes aan de armen en zieken. De armenhuizen waren vaak gesitueerd vlak bij een molen. Lichtenvoorde was zelfs één van de eerste plaatsen met een armenhuus.”
Omdat molens zo belangrijk waren voor de voedselvoorziening kon hun afhankelijkheid van wind en water grote invloed hebben. Zo kende Doetinchem in 1855 een grote hongersnood, doordat er te weinig wind was en ook te weinig stromend water.
Voor arm of rijk, molens waren ook vaak plekken voor stiekeme vrijpartijtjes, vaak waren ze gelegen aan de rand van een plaats, vaak op een wal. “Dat gezoen en gevrij mocht vaak in een stad of dorp niet en daarom was zo’n molen een ideale plek”, doceert Jos. “Omdat de molens vaak op wallen stonden, is de rosse buurt in Amsterdam later ‘De Wallen’ gaan heten. Ook de naam van de beroemde nachtclub ‘Moulin Rouge’ (rode molen) in Parijs verwijst naar het pikante verleden van molens.”
Molens leven voort in namen
In de gemeente Oost Gelre zijn momenteel nog maar twee windmolens actief: Hermien in Harreveld en De Vier Winden in Vragender. “Als derde zou je ook de rosmolen bij Erve Kots in Lievelde kunnen noemen”, vindt Jos. Bij een rosmolen wordt de aandrijfkracht niet geleverd door de wind, maar door een dier of dieren.
Ooit waren er veel meer molens in het gebied dat nu de gemeente Oost Gelre is. In veel straatnamen, namen van gebouwen én in familienamen is dat nog terug te zien. Zo kent Groenlo de Molenberg en Lichtenvoorde de Molendijk. En achternamen als Molendijk komen in Oost Gelre tientallen keren voor, blijkt uit gegevens van de Nederlandse Familienamenbank.
Niet meer leven van de wind
Door de Industriële Revolutie in de negentiende eeuw verloor het grootste deel van de windmolens zijn functie. Het malen van graan in molens gebeurt nu vooral nog als hobbyambacht en heeft veelal een toeristische en recreatieve functie. In heel Nederland staan nog zo’n 1200 windmolens, waarvan ongeveer 170 in Gelderland. Beroepsmolenaars zijn er nauwelijks meer. Nog maar weinigen kunnen ‘leven van de wind’.
Dat en nog veel meer is te lezen in het boek ‘Het verhaal van de molenaar’. Dinès hoopt en denkt dat het boek een grote groep kan aanspreken: “Het is een toegankelijk boek voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de molens en de verhalen van de molenaars. Het is geen boek dat je per se van voor naar achteren hoeft te lezen, je kunt het openslaan waar je wilt.”
Boekpresentatie in Openluchtmuseum
De presentatie van het boek in het Arnhemse Openluchtmuseum vond plaats in aanwezigheid van zo’n vierhonderd molenaars uit heel Nederland, allemaal leden van ‘Het Gilde van Vrijwillige Molenaars’. De dag was de afsluiting van het landelijke jubileum van het gilde, en tevens de afsluiting van het Jaar van de Molenaar; Gelderland sloot de rij van elf provincies (Flevoland heeft geen afdeling). Naast de boekpresentatie was er een uitgebreid middagprogramma voor de gildeleden, aan het eind kregen alle leden een exemplaar van ‘Het verhaal van de molenaar’ mee naar huis.
Jos en Dinès kijken met een goed gevoel terug op de dag. Dinès: “Er ontstond een lange rij wachtende molenaars om het boek in ontvangst te nemen. Het was echt een coole ervaring om zoveel mensen blij te kunnen maken met een boekje dat we zelf gemaakt hebben. We werden overladen met complimenten.”
Elke provincie heeft een eigen gildeafdeling. Vertegenwoordigers van de afdelingen namen elk ook nog eens zo’n 150 boekjes mee om te verspreiden onder hun molenaars. Nederland telt in totaal zo’n 2200 gildeleden, voor elk lid is er een boek beschikbaar.
“Het is een fantastisch gevoel om te weten dat ons boek verspreid door heel Nederland op de keukentafel ligt”, sluit Dinès af.
Hoe het boek te kopen?
Voor iedereen is ‘Het verhaal van de molenaar’ te koop bij Meneer Kees in Lichtenvoorde en ook te bestellen via het e-mailadres hetverhaalvandemolenaar@ziggo.nl.










