Nel Schellekens kookt voor het publiek tijdens Mañana Mañana.
Nel Schellekens kookt voor het publiek tijdens Mañana Mañana. Foto Sander Grootendorst

Een ‘pielemans’ met mayonaise, curry en een uitje

Cultuur

LAREN – ‘De hogepriesteres van de verspillingsloze keuken’ wordt ze genoemd. Of: ‘De mannenverslindster’. Als keukenconferencier ontpopte Nel Schellekens zich afgelopen weekend bij het festival Mañana Mañana in Laren, waar ze haar show drie keer ten beste gaf. Het publiek smulde ervan.

Door Sander Grootendorst

Het is in de tent nog warmer dan buiten in de brandende zon, midden op de zaterdag. De belangstelling voor de Winterswijkse is niettemin groot; er kan niemand meer bij. Je weet het van tevoren: zij en haar drie assistentes (Nel’s Angels) gaan straks rond met de schalen en daar hoef je dan geen festivalmuntjes voor neer te tellen, de snacks zijn gratis. Het zijn dan ook niet zomaar snacks. Ze waarschuwt: “Ze zijn van het soort ‘dit heb ik nog nooit gegeten en ik vraag me af of ik dat ooit nog zal doen’. Want ik ga wel full package ruig.”
Klinkt spectaculair en dat is het ook. Maar geen spektakel óm het spektakel. Nel Schellekens heeft een missie en die zit ‘m in de term ‘verspillingsloos’, expliciet verwoord in nóg een bijnaam: ‘de chef van kop tot kont’. Ze stoort zich mateloos aan het feit dat er van al het voedsel dat wordt geproduceerd zo weinig op het bord belandt. Dat er zoveel wordt weggegooid of verwerkt tot varkens- of hondenvoer.
Daarover kan ze smakelijk en tegelijkertijd leerzaam vertellen. “Wie van jullie heeft er een appelboom in de tuin?” vraagt ze. Een stuk of twaalf vingers gaan de lucht in. “Groeit er op elke appel een sticker net als in de supermarkt?” Om zelf het antwoord te geven: “Natuurlijk niet! Koekoek!” Met andere woorden: consument, word wakker! “Alle appels in het schap zijn even groot en ze hebben geen enkel butsje, zelfs niet als je ze laat vallen. Dan ga je je afvragen: wat is er met die appels gebeurd? En: waarom zijn alle komkommers even groot en nooit krom? Daar merk je toch niets van als je in schijfjes snijdt?”
‘Verspillingsloos’ betekent ook: verspil geen nodeloze energie. “Klanten willen een bloemkool in maart. Die moet dan uit Spanje worden overgevlogen, geen wonder dat-ie bij ons duur is. Lekker in het schap laten liggen, mensen.” Ze gaat daar ver in: “In mijn keuken geen citrusvruchten, geen olijven, geen olijfolie, geen rijst, geen avocado. Waarom niet? Groeit hier niet! Mango? Ik weet niet eens wat dat is.” Op de kooktafel in de tent staat een fles raapzaadolie uit de regio. “Het is toch veel beter de Achterhoekse ondernemer te stimuleren? Ik kom niet uit de Achterhoek, maar uit het zuiden. We wonen hier sinds 1992 en voelen ons thuis. Alleen de zachte g verraadt me soms nog.”
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Peper kun je in de Achterhoek niet verbouwen, die haal je van ver. Evenals chocola. “We kunnen niet zonder, telkens als ik een depressietje voel aankomen, is chocola mijn redmiddel.”
En koffie. “Ja, dat hebben we hier ook. Eikeltjeskoffie, maar daar word je niet vrolijk van.”
Schellekens’ relaas wordt geregeld onderbroken door haar huisband What the Heck, de spanning stijgt, langzaam maar zeker werkt ze toe naar een climax. Eerst nog een onschuldig hapje van oud brood met tulpensalade (”wisten jullie dat per dag 700.000 broden onverkocht worden weggedaan?”). En een verhaal over haar kooklessen op school: “Zitten de leerlingen lekker gummibeertjes en fruitsleutels te knabbelen, kom ik binnen met als handtasje een varkenskop en daarin een berg suiker en kleurstof. Ik zeg: dit zitten jullie nu te eten… Dan reageren ze met: Whaaaa!”
Dat van zo’n varkenskop nog wat gemaakt kan worden is op zichzelf positief. “We zijn het land van de lieve lapjes. Wie eet de hele kip, wie eet de nekjes? Wie eet die ouwe joekels van bokken? Wij accepeteren de keuze van moeder natuur niet. Maar bedenk, als je een eitje eet: zonder de haan was dat er niet geweest.” Ze presenteert een… koeienhart. “Tadaa! Kun je heerlijk biefstuk van maken. Maar het wordt afgedankt als hondenvoer.”
Verbazingwekkend, vindt Schellekens, dat vooral de mannelijke dieren, de stieren en de bokken, als oneetbaar te boek staan. “Niemand wil de man, we filteren hem weg, het is een waardeloos bijproduct.” Eh… niet dus. Nel kookt, bakt en lust ze met huid en haar. Ze is een ‘mannenverslindster’. Begeleid door fluitmuziek tovert ze een lange worst tevoorschijn, als een fakir zijn cobra, en ze noemt hem: ‘De pielemans.’ Die vervolgens in plakjes wordt uitgeserveerd “met mayonaise, curry en een uitje”.
Tot slot: “Het ultieme, de bron van het kwaad.” Ze houdt twee flink uit de kluiten gewassen stierenballen omhoog. “Als ik aan mannen vraag om ze te bewerken, vallen ze soms bijna flauw.” Oeps, na dat bewerken blijft er maar weinig van over trouwens. “Ook zo typisch man…” Maar oké, het mag dan een onsje minder zijn, je kunt er een prima gerechtje van klaarstomen. Voldaan verlaten de toeschouwers de tent. Het waren maar een paar hapjes, maar het voelt alsof ze zwaar getafeld hebben. Mede door de woordenbrij die ze van de kok kregen voorgeschoteld: amusant, maar ook best pittig.


Lees meer verhalen over Mañana Mañana op www.achterhoeknieuws.nl

Dienblad met snacks, gemaakt van oud brood en tulp.
De Winterswijkse keukenconferencier verkondigt met veel verve haar missie: verspil zo min mogelijk.
Het publiek is in spannende afwachting van het volgende gerecht

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant