
Op D-kamp Grol op sportpark Den Elshof, 1980. Vlnr: Erik Schuurmans (in rode trainingspak), Tom Rooks, Henri Walterbos en Ewald Eskes. Eigen foto
Bennard en beugelen
CultuurZomervakantie! Heerlijk genieten van zonnige dagen en volop vrije tijd. Clubs en verenigingen liggen stil en op wat evenementen na, valt er weinig te beleven. Hoewel...? Vakanties kunnen behoorlijk avontuurlijk, uitdagend of soms zelfs ontroerend zijn. Daar weten ook de correspondenten van Elna en Groenlose Gids alles van. En waar zij normaal gesproken de verhalen uit Oost Gelre optekenen, geven zij de komende weken een inkijkje in hun persoonlijke vakantieperikelen. Deze week een bloemlezing uit de vakantieherinneringen van Henri Walterbos.
Mijn eerste ‘echte’ vakantie buiten Grolle was met mijn ouders en broers Marcel en Frank naar Ponypark Slagharen. In een huisje met als extraatje een eigen pony bij je huisje. Prachtig, tenminste als je er van houdt. Wij kregen een pony die we de naam ‘Bennard’ gaven, vraag me niet waarom. Een grote zak voer erbij gekocht en Bennard had het wel naar de zin bij ons huisje. Mijn liefde voor Bennard was echter al snel bekoeld. Ik heb er een schrik voor paarden aan over gehouden. Toen ik Bennard wilde bestijgen, ging ik op zijn ‘achterkant’ zitten. Binnen een seconde lag ik met mijn snufferd in het zand. ‘Je moet nooit op de achterhand van een paard gaan zitten,’ zei de man van het ponypark’, toen ik zand uit mijn mond proestte. Nou bedankt. Mooi op tied! Ik heb sindsdien nooit meer op een paard gezeten, ook niet als Sint, al hadden ze dit bij een bezoek aan een Grolse basisschool toch geregeld. Ieder jaar een ander vervoermiddel, prima, maar ik heb altijd gezegd; ‘nooit op een peerd’. En natuurlijk, daar stond Americo ineens klaar voor deze hulpsint, met lachende gezichten ernaast. Mijn dochter als Piet er maar opgezet, en de Sint ernaast lopend. Hilarisch, maar dat terzijde…Dankzij Bennard!
Na een paar dagen bij ons huisje te hebben gestaan ‘was ‘t ni-je d’r af’ en werd Bennard teruggebracht. De zak voer was inmiddels leeg. Dat Bennard het goed bij ons had, dat had hij goed onthouden. Met de nieuwe amazone op zijn rug kwam Bennard meerdere keren bij ons het pad opgelopen om te kijken of zijn emmer met brokken er nog stond. ‘Doar kump Bennard ok weer an,’ hoor ik mijn moeder nog zeggen.
Ook denk ik terug aan het ultieme vakantiebaantje voor de gehele Grolse jeugd en omstreken, midden/eind jaren 70; beugelen bij ‘de Grolsch’. Uiteraard kenden we de iconische beugelfles met de gele etiketten van onze trots van Groenlo. Regelmatig hadden we ons er al meer dan aan tegoed gedaan uiteraard. Meestal buitenshuis overigens, want eigen keten hadden we niet, het kwam ook niet eens in ons op, want we hadden alles wat ons hartje begeerde in ons eigen Grolle. Zo’n 26 café’s en disco’s telde het ‘Las Vegas van de Achterhoek’ in zijn roemruchte jaren, ons eigen ‘pretpark’.
Ook wij hadden thuis geen geldboom in de tuin staan en ‘’t geld greuit ons neet op de rugge’, kregen we vaak te horen, dus moesten we zelf onze eigen centen verdienen. Waar ging je dan naar toe? Naar de Grolsch om te beugelen. Dat gebeurde nog handmatig in die tijd. Je stond dan met een groepje vrienden in een grote hal aan een tafel, gewoon een stapel pallets, een kartonnen plaat eroverheen, en klaar. Hierop werden de jute zakken met beugels leeg gekiept die we dan handmatig aan de beugelfles bevestigden. Ondertussen gewoon lekker ouwehoeren en lachen, want dat kon gewoon. Je kreeg er immers al snel handigheid in.
Vaste werknemers van de brouwerij reden op heftrucks die pallets met flessen brachten en de volle pallets met gebeugelde flessen weer weghaalden. De radio stond aan en iedere dag kreeg je een fles steenkoude Groli ranja in die prachtige groene Groli-limonade fles. De condens liep er af, heerlijk, zoals bij een beugelfles of pijpje. Bijna is om emotioneel van te worden. Heerlijk!
En als ze in de brouwerij mensen te kort kwamen mocht je plekken innemen van vaste medewerkers die ziek of vrijaf waren. Achter de lopende band zittend kijken of er rotzooi in de flessen zat, flessen rechtzetten als ze dreigden vast te lopen of om te vallen. Of met Cor Ewouds mee naar horecazaken in de regio om te bevoorraden. Prachtig! Een geweldige sfeer ook, want de vaste werknemers kende je immers meestal wel vanuit de Grolkantine.
Bij aangelengde ranja bleef het niet uiteraard. Op vrijdag kregen we ons bruine loonzakje en in de kantine bij kantinebaas Frits Wolterink een paar steenkoude halve liters. Ook nog hapjes toe soms. Wat een feest om daar te werken, wat een fantastisch bedrijf. Als je goed je best gedaan had en meer kratten gebeugeld had dan de norm, dan kreeg je nog een fikse nabetaling toe ook. Handje-contantje. Van mijn vakantiegeld mijn eerste Philips pick-up/platenspeler nog gekocht, met twee kleine boxjes.
Vanzelfsprekend werkten we niet de gehele vakantie bij de brouwerij. We gingen ook zelf op vakantie. Ook hier hoefden we niet ver voor weg, ook dat hadden we hier immers; camping Marveld. Grote uitpuilende terreinen vol staand met bungalowtenten vol jongeren uit geheel Nederland, waaronder ook veel uit de Achterhoek en Twente. Geweldig ook! Een beetje lachen en zuipen voor de tent en het warme eten werd door onze ouders gekookt en gebracht, bij toerbeurt. Roomservice…fantastisch! En daarna naar de disco op Marveld zelf en aanpappen met meiden van elders, ook al waren we bleu, maar met het nodige bier nam ook de lef toe. Sheila en Linda uit Amersfoort herinner ik me nog wel eens. Geen idee of ze nog wel eens aan ons terugdachten, of aan Groenlo. We waren niet altijd de braafste jongetjes van de klas en presteerden het zelfs in onze eerste vakantie van de camping te worden gestuurd. Het was gelukkig de laatste dag…..Een beetje luidruchtig in de tent geweest ‘s nachts, een grote mond tegen campingbaas Bennie Bomers, meer niet overigens. Daar waren we immers veel te vrom voor. Het jaar erop naar Valkenburg, waar ook een Achterhoekse enclave zat, en we elkaar opzochten. Ook de Grol voetbalkampen in de zomer op ons sportpark Den Elshof waar ik als leider of kampleider meeging waren fantastisch. Was de Grolkantine echt je ‘huis’. Mooie tijden!












