Op de foto met M (van Mario, niet van Murphy). Eigen foto

Op de foto met M (van Mario, niet van Murphy). Eigen foto

Zure appel

Cultuur

Een aantal jaren geleden trakteerde ik – uitermate decadent – mijn zoon op een trip naar New York, als cadeau voor zijn aanstaande achttiende verjaardag. Diezelfde zomer was het zover. Op naar de Big Apple. Alles geregeld, wat kan er misgaan? Dacht ik. Blijkbaar dus heel veel op één dag. De wet van Murphy.

Het was allemaal goed gegaan tot het moment dat we in de wachtruimte zaten, ingecheckt en wel. Klaar voor mijn vijfde en zijn eerste vliegreis. Maar het duurde en het duurde. Uiteindelijk konden we het toestel in. Maar opnieuw: het duurde en het duurde. Toen toch de stem van de gezagvoerder. Met een teleurstellende mededeling: ‘Due to technical problems, we will have to deplane you.’ We moesten het vliegtuig uit. Wel een geweldig efficiënt woord: deplane.

Het zou naar verwachting zo lang duren dat we werden ‘losgelaten’: we mochten de pier weer op. Met een aangeboden flesje drinken naar keuze en een tegoedbon om wat te eten. En een voucher voor korting bij een volgende reis. (Wel binnen een korte termijn en bij dezelfde maatschappij, dus nooit gebruikt.)

Toen we ons na enkele uren opnieuw meldden bij de incheckruimte van onze vlucht moesten de nog halfvolle flessen worden ingeleverd. “Maar we hebben die van jullie gekregen.” De dame was vriendelijk maar onverbiddelijk. Het was haar fout niet natuurlijk, het kwam door de terroristen en hun dreiging.

Een uur of zes later dan gepland stegen we dan toch op. De vlucht verliep vlekkeloos (dat klinkt beter dan saai) en na een uur of zeven in de lucht maakte de piloot een ronde als voorbereiding op de landing op JFK Airport in Queens New York. En nog een ronde, en nog een, en nog een, steeds schever. Er was geen toestemming van de luchtverkeersleiding. Door mijn hoofd schoten beelden van vliegtuigkapingen en extra Journaals …

Ik had behoorlijk wilde verhalen gehoord over de douanecontrole bij het binnenkomen van de Verenigde Staten. Over strenge mannen in uniform die iedere toerist zien als een terrorist tot het tegendeel bewezen is. Maar dat viel in ons geval heel erg mee. Na de paspoortcontrole, het beantwoorden van een aantal vragen, iriscontrole en meer, zei de breedgeschouderde douanier streng maar vaderlijk: ‘I wish you a happy first stay in the United States.’

Weer een horde genomen. Na het afhalen van de bagage meldden we ons voor de al in Nederland bestelde taxi. Een gastvrouw bracht ons naar de taxistandplaats. Nu waren we echt in New York. De taxichauffeur bekeek het printje dat ik mee had genomen en dat als ticket zou moeten dienen. Zou moeten dienen, want hij schudde zijn hoofd en zei dat zijn taxibedrijf al tijden geen zaken meer deed met deze reisorganisatie.

Ik wist, ook voor mezelf, verbazingwekkend snel om te schakelen van teleurstelling in een behoorlijke dwingende modus. Het was betaald en het moest kloppen. Na wat telefoontjes konden we toch mee voor de rit van het vliegveld naar het centrum van Manhattan, waar we een hotel hadden geboekt (bij dezelfde reisorganisatie die de taxi geregeld had …).

De taxi zette ons af voor het hotel. Voor de ingang aan 27th Street, 100 meter van 5th Avenue, snoven we de Manhattanse zomeravondlucht in. We waren nog meer in New York. In het centrum van het centrum van het centrum van de wereld. Wat kon er nu nog misgaan?

Ik droomde
weg naar
een terras in
Groenlo.
Minder
spectaculair
maar wel zo
geruststellend.


Dat dus: de receptionist in het hotel keek wat bedenkelijk van het beeldscherm naar ons, weer naar het beeldscherm en weer naar ons. De hotelboeking was nooit bevestigd. “It was cancelled.” “But it should have been confirmed.” De eerste letter klopte in elk geval. Ik stond dus met mijn best wel grote maar nog steeds ook wel kleine zoon op een inmiddels late avond midden in een stad – bekend van clips, tv en films maar voor ons onbekend in het echt - met negen miljoen inwoners, meer dan 5000 kilometer van huis, zonder slaapplek. Ik droomde weg naar een terras in Groenlo. Minder spectaculair maar wel zo geruststellend.

Na wat gebel van de – overigens uiterst vriendelijke – hotelreceptionist had hij voor een nacht een kamer in een naburig hotel geregeld, vanaf morgen zouden we wel in zijn hotel terechtkunnen. Het vervangende hotel was een paar blokken verder, nog dichter bij het Empire State Building. Ze wisten ervan, de kamer was klaar. Na het installeren voor één nacht was het tijd om de telefoons op te laden. Maar onze Europese stekkers pasten niet in de Amerikaanse stopcontacten. Wij hebben staafjes, zij hebben platte plaatjes. Wij hebben 220 volt, zij 110. Ik wist dat allemaal wel, of ik had dat allemaal kunnen weten. Maar Murphy was dus nog steeds bezig.

We waren blijkbaar niet de enigen die dit overkwam, want op de receptiebalie stond een mandje met (gratis) verloopstukjes, zodat we onze telefoons toch op konden laden. Dat duurt met 110 volt langer (spanning X stroomsterkte enzo) maar met 50 procent gingen we voor het eerst echt Manhattan in. Eerst wat eten. Bij een Subway (had dus ook in bijvoorbeeld Enschede gekund, maar New York is toch anders). Afrekenen … pinpas geweigerd. Op zoek naar een geldautomaat (ATM). Zenuwachtig het pasje erin – ik had het om laten zetten voor gebruik buiten de EU, maar inmiddels wist ik dat als het moet, alles altijd mis kan gaan – en na een paar seconden die veel langer leken te duren de verlossende tekst op het scherm. Ik heb honderden dollars in één keer gepind. Ook nog een zakkenroller zou zelfs voor Murphy te veel van het goede zijn.

Nee, hij was klaar. Het laatste uur van de dag en de rest van de vakantie in New York verliep prima. De eerste happen waren zuur, maar daarna bleek de grote appel het beste stuk fruit dat we ooit hadden gehad.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant