
Een scene uit de repetitie, met de pastoor (Henk Stevens) voorop.
Foto: Henri Walterbos
Een scène uit Spiegelingen thematisch beschouwd
MaatschappijOOST GELRE - Spiegelingen toont gebeurtenissen uit de oorlogsjaren van Oost Gelre. In onderstaande worden enkele voorvallen nader toegelicht, die ook voorkomen in de voorstelling. Als bron zijn bestaande publicaties gebruikt, geen diepgaand onderzoek. Wel roepen we de lezer op om aan te vullen waar mogelijk, indien men over informatie beschikt. Heeft u foto’s, dagboeken of verhalen uit deze periode, deel ze met de Stichting 4 en 5 mei Lichtenvoorde, of neem contact op met de oudheidkundige vereniging in uw eigen woonplaats.
Door Roland Bonsen
De Dominee, de Pastoor en de Burgemeester
In Spiegelingen wordt onder meer het verhaal verteld van de begrafenis van de Canadese vliegenier Joey Jacobsen, een jongen van 23 jaar. Tijdens zijn begrafenis houdt de pastoor een toespraak, die bij de aanwezige nieuwe NSB-burgemeester verkeerd valt. Hij ziet er een aanval in op het nationaalsocialistisch gedachtegoed en laat het voorval door de eveneens aanwezige NSB-ambtenaar melden aan de Gestapo. Deze gebeurtenis verdient enige toelichting: de anekdote is een aangepaste verwijzing naar de begrafenis van vier geallieerde vliegers op 1 februari 1942. De grafrede werd niet gehouden door een pastoor, maar door dominee Van Dongen. De pastoor speelt in de overlevering een ander verhaal.
Drie notabelen
Dominee Johan Casper (Hans) van Dongen, geboren 1907. Hij deed zijn intrede voor de Nederlands Hervormde Gemeente in Lichtenvoorde op 18 augustus 1940 en bleef deze rol vervullen tot eind 1945. Eind 1938 kwam Pater Faustinus Hunsche O.F.M. naar Lichtenvoorde als de nieuwe pastoor. De pastoor is geboren in 1889 en stierf op 17 december 1942, vermoedelijk door hartfalen.
De NSB-burgemeester, waarvan in Spiegelingen sprake is, was Theo A. Lamers, geboren in ’s-Hertogenbosch op 3 maart 1906. Hij werkte tot 1 februari 1942 als verzekeringsagent en was daarnaast actief in de NSB (Schaarcommandant der W.A.). Bij aanvang van 1942 werd Lamers door de Rijkscommissaris aangesteld als burgemeester te Lichtenvoorde ter vervanging van burgemeester A.J. van de Laar, die op 1 december 1941 met pensioen ging. Als locoburgemeester functioneerde in de tussenliggende maanden Bernard Klein Gunnewiek, een van de toenmalige wethouders.
Naast zijn functie als burgemeester te Lichtenvoorde werd Lamers op 23 september 1943 aangesteld tot plaatsvervangend kantonrechter in Groenlo en in september 1944 ook nog voor bepaalde tijd aangesteld als burgemeester van Wisch ter vervanging van de ondergedoken burgemeester Boot. Lamers onderhield goede betrekkingen met de Sicherheitsdienst (SD) en was actief betrokken bij het opsporen van joodse mensen in Lichtenvoorde, Aalten, Dinxperlo, Eibergen, Ruurlo en Wisch. Lamers bezat een volmacht van de SD die het mogelijk maakte om ook buiten de gemeente Lichtenvoorde op te treden.
Lamers is op 14 februari 1942 formeel begonnen als burgemeester, maar kennelijk bezocht hij de gemeente al op 1 februari. Hij kwam naar Lichtenvoorde met zijn gezin, bestaande uit zijn vrouw en zeven kinderen. Een achtste kind is geboren in 1944.
De begrafenis
Op 28 januari 1942 stortte een Handley Page Hampden MK I bommenwerper van het 106de Bomber Squadron, serienummer AT122 (call sign ZN-R of ZN-A), neer in de Besselinkschans. Het vliegtuig was opgestegen van de RAF basis Coningsby om 18.00 uur met als doel Münster. Het vliegtuig crashte om 23.35 uur, met als oorzaak vermoedelijk een mechanisch defect. De bemanning kwam daarbij om het leven, mogelijk ook door hypothermia (frozen to death). Die nacht was een temperatuur gemeten van min 27,4 graden Celsius. De bemanning bestond uit drie Engelsen (RAF: Sergeant Sidney George Harding, schutter, 22 jaar; Sergeant Duncan Edward Hodgkinson, radio en schutter, 25 jaar; Pilot Officer Robert Vincent Selfe, piloot, 26 jaar) en een Canadees (RCAF: Flight Sergeant Joseph Alfred Jacobsen, observator, 24 jaar). Op 1 februari werd de bemanning begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Vragenderweg. De grafrede werd op verzoek van locoburgemeester Klein Gunnewiek gehouden door dominee Van Dongen.
De ontmoetingen der
notabelen
Lamers bezocht dus de gemeente al vóór zijn officiële aanstelling op 14 februari 1942. Hij zou op 1 februari eerst naar het gemeentehuis zijn gegaan en daar slechts twee ambtenaren hebben aangetroffen (Godfried Nijs en Herman Vredegoor, in een andere overlevering trof hij enkel de gemeentebode aan die vervolgens ook nog vóór hem het gemeentehuis betrad). Hij kreeg te horen dat de bevolking massaal aanwezig was bij de begrafenis van de vier vliegers en hij besloot daar ook te gaan kijken. Daar aangekomen hoorde hij de grafrede van de dominee.
Vier maanden later moet de dominee zich melden op het gemeentehuis. Daar werd hij ontvangen door Lamers. Lamers verweet de dominee de anti-nationaalsocialistische grafrede en hij zou een vrouw uit Lievelde die dag 10 gulden hebben aangeboden op voorwaarde dat zij zich niet bij de NSB zou aansluiten. Na overleg met de SD in Arnhem werd Van Dongen één nacht gevangengehouden op het gemeentehuis en de volgende dag vrijgelaten op voorwaarde dat hij Lichtenvoorde niet zou verlaten. In de zomer ging de dominee toch enkele weken op vakantie zonder kennisgeving. Op grond daarvan volgde zijn arrestatie op 22 augustus waarbij hij in het Huis van Bewaring in Arnhem veroordeeld werd tot zes maanden gevangenisstraf. Op 12 september werd de dominee naar kamp Amersfoort gebracht, later naar Vught. Hij kwam op 11 maart 1943 vrij.
Pastoor Hunsche ontmoette de nieuwe burgemeester ook in februari 1942. Volgens het verhaal liep de pastoor met een onderwijzeres over straat en zij fluisterde hem toe: “Dat is de ‘nieuwe’ burgemeester”. Hij verstond waarschijnlijk ‘de nieuw meester’, want de pastoor nodigde Lamers uit op de pastorie en vertelde vol trots dat Lichtenvoorde nagenoeg geen NSB’ers kende. De pastoor zal geschrokken zijn toen hij vernam dat de man de nieuwe ‘NSB-burgemeester’ was. De relatie tussen Lamers en de pastoor is nooit meer goed gekomen, temeer daar de pastoor zich zeer kritisch uitliet over het nationaalsocialisme en de rol van Lamers.
Rond eind oktober 1942 stuurde Lamers de NSB-agent Gerrit Kool met een collega naar de pastorie voor een huiszoeking. Zij namen een stencilmachine in beslag. Hunsche werd vervolgens schriftelijk opgedragen zich te melden bij de SD in Arnhem, maar heeft daaraan geen gehoor gegeven. Op 16 december 1942 belde Lamers met de pastorie maar kreeg te horen dat de pastoor te ziek was om naar het gemeentehuis te komen om zich te verantwoorden. De pastoor had een beroerte gehad en stierf een dag later, op 17 december 1942. Tot zover een korte toelichting op drie notabelen die niet geboren en getogen waren in Lichtenvoorde, maar wel een opvallende rol speelden tijdens de bezetting van het dorp.
Nasleep
Van Dongen vertrok in 1945 naar Zutphen en overleed op 4 november 1983. Hij ontving het Verzetsherdenkingskruis mede voor zijn hulp aan Joodse onderduikers. Pastoor Hunsche werd opgevolgd door Pastoor Evodius van der Snoek, die sinds 1938 al als kapelaan in Lichtenvoorde actief was. Snoek vervulde zijn rol als pastoor in Lichtenvoorde tot 1945. Lamers vertrok twee dagen na dolle dinsdag (5 september 1944) met zijn gezin en enkele kameraden in twee auto’s richting Duitsland. Eén van de auto’s was een DKW, die Lamers zelf in beslag had genomen van dokter Hardy. Enkele dagen daarna kwam hij alleen terug en nam zijn plaats weer in, vermoedelijk daartoe gedwongen. Na de slag om Arnhem kwam zijn gezin ook terug.
Lamers is op 25 september 1944 formeel ontslagen door de Minister van Binnenlandse Zaken te London. Uiteraard had dit onder de Duitse bezetting van Lichtenvoorde nog geen effect. Lamers voelde wel aan dat zijn tijd als burgemeester ten einde liep en vroeg hij om die reden veldwachter Ter Haar om een onderduikadres. Een vreemde handeling, want Ter Haar was betrokken bij het verzet en Lamers wist heel goed dat Ter Haar hem tegenwerkte. Ter Haar vroeg Willem Geurink om een plek, wetende dat hij al onderduikers had. Geurink heeft wel ingestemd, mogelijk om zo Lamers te neutraliseren. Het is er niet van gekomen.
Lamers werd op 31 maart 1945 gearresteerd door de politieman Kees Hofman en Herman Spaan, de plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Op last van het militaire gezag werd hij opgevolgd door de eerste ambtenaar ter secretarie Jan Daalderop.
Lamers kreeg een proces dat startte op 7 april 1949, waarbij onder anderen dominee Van Dongen als getuige optrad, die opvallend mild over hem oordeelde. Hij werd in 1950 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Na zijn straf woonde hij in en rond Nijmegen, alwaar hij op 6 december 1977 stierf.
Reacties en aanvullingen: Roland Bonsen (Stichting 4 en 5 mei Lichtenvoorde) via het mailadres: r.m.bonsen@xmsnet.nl
Bronnen:
- Franciscanen Lichtenvoorde, 1856 – 1981. Een publicatie van Parochiebestuur en Parochievergadering Sint Bonifatius - Sint Ludger. Lichtenvoorde: 1981.
- De Lichte voorde. Periodiek van de Vereniging voor Oudheden te Lichtenvoorde. Lichtenvoorde tussen 1940 en 1950. No. 31, mei 1995
- Er op of er onder. Hoe de Achterhoek en Liemers de Duitsche bezetting doorstonden en ervan werden bevrijd. Doetinchem: Uitgevers-maatschappij “C. Misset” NV, 1946.
- Webpublicatie www.PKN-Lichtenvoorde.nl. Mei 2019,
- Webpublicatie. hdc.vu.nl/nl/Images/
Drs. G.C. Hovingh. Overzicht van Predikanten die Joden hielpen, 15-8-2019.
- Henny Bennink. Bezetting en Verzet. De gemeente Lichtenvoorde en de omliggende gemeenten in de Tweede Wereldoorlog. Aalten: Uitgeverij Fagus, 2005.










