Afbeelding

Kriebels voor de fuik

Opinie Columns

Het was me het weekje wel in mijn socialemediabubbel. Met reacties op reacties op mijn column van vorige week over een reactie op mijn column van die week ervoor. Ik begon het bijna serieus te nemen. Tot de discussie werd afgesloten door iemand die anderen aansprak op omgangsvormen. Toen besefte ik dat het allemaal een grote 1-aprilgrap was.

Maar genoeg daarover. Over naar de orde van de week. Stof genoeg en ook stikstof genoeg. Want die discussie gaat natuurlijk door. Er is een boek De Stikstoffuik waarin de vloer wordt aangeveegd met het Nederlandse stikstofbeleid. Een boek waar door verschillende wetenschappers ook weer de vloer mee wordt aangeveegd. Het land mag dan smerig zijn, de vloer is aan kant. Voorjaarsschoonmaak.
De tijd van de voorjaarsschoonmaak met open ramen waar het beddengoed over de vensterbanken lag, heb ik nooit meegemaakt, maar nu het weer een aantal dagen zonnig is, krijg ik wel weer een voorjaarsgevoel, op weg naar de zomer. Lekker, al wordt het nooit meer zo lekker als vroeger.

Zo’n zomer zonder weken, alleen maar met een heleboel dagen zonder datum, dagen die bij niemand in de agenda stonden. Omdat de volgekladderde schoolagenda van het afgelopen schooljaar al op de stapel van herinneringen was gegooid en de nieuwe brandschone schoolagenda nog wachtte op de eerste in keurige blokletters geschreven notitie. De tijd met papieren agenda en zonder leerling login heb ik nog wel meegemaakt.
Zo’n zomer dat een stukje bos, een open plek naast een zandpad of een grasveld nog het centrum van de wereld was. En het gezamenlijke vertrekpunt voor wandelingen naar het zwembad, waar goeie muziek uit een slechte geluidsinstallatie klonk, de borsten van één klas hoger ontloken en de toilethokjes stonken naar poep in de zomerhitte. En je geen boekje nodig had over lentekriebels, ook niet in de zomer.
Zo’n zomer dat je terug van het zwembad naar huis de weg afsneed door over een sloot te springen. Een sloot zo vervuild dat het water een soort blauwpaarse glans had. Het interesseerde je niks, het was de tijd dat het milieu nog niet bestond in de Achterhoek.

Maar langzamerhand werd alles normaler, normaler en lelijker. Eigenlijk was het mooiste er wel af. Iedereen werd ouder (sommigen helaas niet zoveel ouder), logischer en acceptabeler. Het stukje bos, de open plek langs het zandpad, het grasveld zijn niet meer wat ze waren, de avonturen verdwenen in bestemmingsplannen. En het regent er nu ook vaker dan vroeger. Of het door klimaatverandering komt? Geen idee.
De sloot is niet meer zo vervuild, maar voor de zekerheid staat er wel een waarschuwingsbordje bij.
Wij waren nog jong genoeg om nooit verder te denken dan een paar nachten slapen. Maar ook al net oud genoeg om af en toe te vermoeden dat ze uiteindelijk ook ons te pakken zouden krijgen.

Over fuik gesproken.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant