Afbeelding

Zomerterras

Opinie

Zomerterras

Groep acht schat ik ze, hoogstens. Twee meisjes in korte jurkjes met hoge All Stars. Het ene jurkje is grijs met een haltertopje. De andere dame draagt een wit behaatje onder de zwarte spaghettibandjes. Ze nemen plaats aan het enige tafeltje dat nog vrij is op het terras. Hun schoudertasjes laten ze om. Hun benen slaan ze over elkaar als secretaresses uit de jaren vijftig, met de linkervoet achter de rechter hiel. Twee telefoons met gebutste randen en gebarsten schermen, van mama of van een oudere zus, lijken in één vloeiende beweging vastgegroeid aan hun armen.  

Ik kan ze niet de hele tijd verstaan jammer genoeg. Maar af en toe vang ik flarden op van hun gesprek. 

“Hij zit nu op een andere school.. Iets van autisme action stoornis en ADHD ofzo. Echt zo fokking jammer dat hij niet mee kon op kamp.” “Ja dat is echt vet erg voor je. Hee maar tot hoe laat zullen we hier blijven zitten?” “Vind je half vier een mooie tijd?” “Chill, schiet je dat ook even in mijn agenda?” En dan komt de serveerster. 

“Mogen we de theekaart zien?” Wachtend op de kaart scrollen ze door het Samsungmenu van hun mobiel en laten ze elkaar een nummer horen, ieder aan één oortje, met de intimiteit van twee kittens bij mama poes. Zachtjes zingen ze de woorden mee en ingetogen doen ze de bewegingen na uit de clip. 

Donkere golvende haren glimmen in de zomerzon als op een Italiaans terras. De klok van het kerkje aan de overkant slaat drie keer. De bladeren van de oude linden tekenen een kanten patroon in de schaduw die wiegt op de wind.  

De thee arriveert. De losse earl grey met korenblauwe accenten wordt voorzichtig in de zeefjes overgedaan door twee sierlijk bewegende nagellakloze handen. Grijs haalt een Labello uit haar tasje, smeert met haar pink in de lucht en biedt zwart de stick aan. 

“Van dat haar van Malou. Weet je dat nog? OMG…” “OMG… weet je dat nog? Toen ze dat opeens had… Wij waren dat niet gewend toch? Dus ik keek naar jou.” “Ja echt he, en ik keek naar jou… Kon jij je lachen ook bijna niet inhouden?” 

Een oranje Diane rijdt over de Borculose puinhoop. De droogte die al vierendertig dagen duurt maakt dat het opgebroken centrum stuift. Zwart kijkt naar mij. Ik móét vriendelijk naar haar lachen, ik kan niet anders. Ze lacht lief terug. Ik moet me inhouden om ze geen appeltaart aan te bieden. 

“Ik had gedroomd over jou. Omdat jij ook niet meekon. Ik voelde me net iets van vier ofzo. Ik was helemaal alleen. Ik vond het echt zo erg.” 

Met het zwarte servetje dat op het schoteltje onder het theeglas ligt veegt grijs het inmiddels op het tafeltje neergedaalde stuifzand op de vloer. Nu lach ik naar grijs. Ook ik veeg het zand van mijn tafeltje.  

“Nou anyways, hoe wás het kamp?” “We moesten fucking lang fietsen. Alleen daar kon je wel lekker shoppen. De juffen zaten op het terras.” “En hoe was het slapen dan?” “Ik moest tot vier uur wakker blijven. Omdat ik Malou dus niet vertrouwde.” 

“Zullen we de kaart nog een keer bekijken?” De theekaart gaat weer open.  

Mijn glas is leeg. Even voor het signaal van hun agenda af zal gaan sta ik op.  

Als ik na het afrekenen naar mijn fiets loop kijk ik om. Ze zwaaien. 

Allebei.


mirjam@writeme.com

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant