
Bestorming binnenstad
Opinie ColumnsZo, beste toeristen, heerlijk hier hè in die oude, karakteristieke maar tegelijkertijd ook uiterst moderne en lichtelijk mondaine binnenstad van Groenlo. Er is wat die binnenstad betreft eigenlijk sprake van een soort mirakel, een wonder, een onbegrijpelijk iets. De vorige week had ik het nog over de Tachtigjarige Oorlog en de belegering van de veste Grol door onder andere de Stedendwinger. Toen al wilden ze met man en macht de veste Grol veroveren en beukten destijds op de stadspoorten, de wallen en probeerden over de stadsgracht te zwemmen en dood en verderf te zaaien. De veste binnen de stadsgracht was een begerenswaardige prooi.
Nu zijn we vier eeuwen verder en het bijzondere is dat die binnenstad - gelegen binnen de stadgracht - nog steeds een meer dan begerenswaardige prooi is, al kun je nu beter spreken van een begerenswaardig doel.
In al die vier eeuwen is de binnenstad als woongebied in trek gebleven en het gekke is dat die interesse zelfs nog almaar toeneemt.
In de geschiedenis gaat alles altijd met golfbewegingen, het golft op en neer, maar het golft. Als er een huis te koop is in de binnenstad dan zie je meteen een soort stormloop, vreedzaam dat wel, maar toch een soort stormloop. ‘Woon ie in de binnenstad?’. Dat vragen de mensen en als je die vraag met ‘ja’ kunt beantwoorden dan ben je iemand. Iemand die het grote doel van elke Grollenaar heeft bereikt. Je ziet momenteel het bouwen van appartementen in de binnenstad die overal en als een duveltje uit een doosje verschijnen. ‘Is dat appartement al verhuurd?” Als het antwoord ‘ja’ is dan wordt er hardgrondig gevloekt. Verdomme, weer mis. Dat is de harde werkelijkheid. We hebben hier een carnavalsschlager en die gaat over die appartementen.
Het is op zich een vrolijk lied en zo zijn schlagers ook bedoeld, maar tegelijkertijd zit er een zee van ellende achter, de stille hoop dat er toch ooit een appartement in de binnenstad vrij komt. Die wanhoop zit in de zin: ik wil een Grols appartement, ook al kost ’t mie d’n laatsten cent. Conclusie of moraal van dit lied is dat je akkoord gaat met de ellende van het totaal berooid achterblijven, als je maar een appartement in de binnenstad hebt.
Nu hoor ik jullie roepen, beste toeristen, dat je toch ook buiten de binnenstad prima kunt wonen hier. Wat is daar mis mee?
Je moet het zo zien: daar is niks mee in het wonen buiten de binnenstad, maar het is het net niet. Ik geloof dat ik met deze typering eindelijk eens de spijker op zijn kop heb geslagen. Eindelijk. En al die Grollenaren die buiten de binnenstad wonen zullen dat in hun hart ook zo voelen; alleen zijn het zulke handige jongens dat ze dat niet zeggen. Maar diep in hun hart.
Kijk, beste toeristen, jullie zitten hier nu gezellig en dat is het overal zo in Oost Gelre. En in heel Oost Gelre hebben we ook prima wijken om te wonen. Of je nu in Lichtenvoorde woont, in Mariënvelde of in Lievelde, overal zijn er best leuke woonwijken. Maar wat al die wijken niet hebben, maar wat de binnenstad van Groenlo wel heeft, dat is die dimensie extra. Het is een bepaalde beleving die het gevoel raakt, die een extra snaar beroert. Het is niet precies te definiëren, maar dat het er is dat is zonneklaar.
Natuurlijk zijn er mensen die dat gevoel ontkennen en daar zullen ook Grollenaren bij zijn die niet in de binnenstad wonen.
Maar echte Grollenaren weten het wel: er is maar één binnenstad.
Torenwachter










