Afbeelding

Kommetje

Opinie

Bij de Welkoop lagen grote verpakkingen met twintig kilo wortelen per net. Voederwortels. Voor vijfenhalve euro. Dat is een kwartje de kilo! ‘Waarom is dit eten zo goedkoop? Is het enkel de grootverpakkingsprijs?’ vroeg ik me af. Ik denk het niet, ik denk dat het B-keus wortels zijn. Goed genoeg voor dieren. Hoe zijn wij mensen zo geworden dat we alleen nog fantasieloos rechte wortels willen? In plaats van ‘buitenbeentjes’, is de bedenker daarvan inmiddels gevierendeeld en voor de leeuwen gegooid? Hoe afgestompt willen we zijn? Ik loop naar de wortels en ik kniel voor de plank waarop vier verpakkingen op elkaar gestapeld zijn. Mooi recht zijn ze inderdaad niet. Maar verder zien ze er prima uit.   

Buitenbeentjes…   En dan denk ik terug aan mijn Blauwe Kommetje.   

Mijn Blauwe Kommetje had ik gekocht bij de Wibra in Winterswijk die toen nog Scholten heette. Zestien was ik en het kommetje kostte twee kwartjes. Mijn allereerste uitzet en ik was er gelijk verliefd op. Oud wittig van binnen, vaal lichtblauw van buiten en er was een klein stukje af, aan de rand. Wat zou dat kommetje prachtig staan op de oude doorleefde kringlooptafel die ik ooit zou kopen, in het vuilwitte boerderijtje met oudblauwe luiken waar ik ooit zou gaan wonen. Ik koesterde mijn lieve kommetje. Nu nog een boerderijtje en ik was gelukkig.  

Sneller dan gedacht ging ik in mijn gedroomde boerderijtje wonen. Twintig was ik en het had luiken die groen waren maar daar was natuurlijk wat aan te doen. Waar ik niks tegen kon doen was hoe het leven met de meneer bij wie ik was gaan wonen uiteindelijk bleek te zijn. Toen ik genoeg van hem had, vond ik in het westen gelukkig een superleuke lieve mooie begrijpende meneer met een enorm gevoel voor humor en de beide benen op de grond. In een chique koop-appartement helaas, maar daar was wat aan te doen.   

Op een dag zaten wij samen aan de witte glanzende tafel (als wij later groot waren en kinderen kregen zou ik wel zorgen voor een oude houten kringlooptafel) en we dronken koffie uit zijn witte kopjes met het zwarte randje. Die waren er al, vooruit maar. Mijn blauwe lievelingskommetje was inmiddels gedegradeerd tot suikerklontjesbakje.   

Toen de klontjes op waren gebeurde het. Mijn meneer stond op, pakte het kommetje, liep ermee naar de keuken, deed de zwart glimmende pedaalemmer open (als wij later groot waren en kinderen kregen zou ik wel een rieten mand kopen voor het afval, of een gezellige melkbus ofzo) en hij gooide het kommetje erin.  

Even was het stil.  

“Wat doe je nou?” stamelde ik. “Ja, daar is een stukje af.” Er is een stukje af... Mijn ontreddering was groot. “Maar dat kommetje hoort bij mij... ik hou van dat kommetje... het was mijn allereerste uitzet...” kon ik ternauwernood uitbrengen.

Plotseling vielen de schellen van mijn ogen. Ik rechtte mijn rug. Ik keek hem aan en vroeg hem met heldere stem: “Zeg, als wij straks kinderen krijgen en dààr is een stukje af. Wat dan?” Hij ging zitten en keek ook mij aan. Rustig nam hij een slok uit het glimmende kopje en toen sprak hij de historische woorden: “Ik krijg geen kinderen met stukjes eraf. Daar zorg ik wel voor. En als later blijkt dat er een stukje uit hun hersens is, als ze homo worden ofzo, dan komen ze er gewoon niet meer in.”   

Ook die meneer heb ik weggedaan natuurlijk. Het kommetje is nog lang gebleven. Morgen ga ik naar de Welkoop. Voor kromme wortels.  

Lekker.


mirjam@writeme.com

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant