
Stiefdochter
Opinie ColumnsOnze eerste ontmoeting verliep precies zoals zij was en nu, drieëntwintig jaar later, nog altijd is: Kalm.
In tegenstelling tot de ontmoeting met haar jongere zusje. Mijn vriend en ik hadden zijn dochtertjes die zaterdag rond koffietijd verwacht, na de gym. Omdat de afstand Achterhoek-Limburg voor verliefde mensen nog verder lijkt dan twee keer de aarde rond hadden we besloten dat ik bij mijn vriend zou intrekken. En dus ook bij zijn dochtertjes van zes en acht om de week. Vandaag zou ik ze voor het eerst ontmoeten, na de gym, rond koffietijd.
Nog vóór het ontbijt ging de bel. Mijn vriend liep naar beneden. Ik hoorde een deur, gezellig geklets, gelach en toen rommelebommelebom voetjes op de trap… het zesjarige dochtertje - pientere pretoogjes en een enorme glimlach - buitelde de slaapkamer binnen en hield stil aan het voeteneind van het bed. “BEN JIJ MIRJAM? DE GYM GING NIET DOOR, HET DAK WAS LEK! WIL JE EEN SPELLETJE DOEN?”
Nadat ik even rustig had gedoucht besloot ik dat het tijd was voor de daadwerkelijke kennismaking. Ik zag door het slaapkamerraam mijn vriend en zijn jongste dochter druk bezig in de tuin. De oudste zag ik niet. Langzaam liep ik de trap af die uitkwam in de woonkamer.
Op veilige afstand, in de stoel die het verst van de trap af stond maar wel met haar gezicht naar mij toe zat een rustig ogend, langharig meisje van acht. Haar puzzelboekje lag op haar schoot, haar gezicht was onbewogen. Ik kon niet bij haar naar binnenkijken maar ik kon me haar gevoel levendig voorstellen: Daar landde de vreemde indringster midden in één van haar twee nieuwe woonkamers, en zij had er niets over te zeggen. Het huis waar ze met papa en mama had gewoond, het veilige gezin, alles was weg en ze had geen idee hoe het verder zou gaan.
Onder aan de trap bleef ik staan. “Hoi,” zei ik. “Hoi,” zei ze terug. “Vind je het goed dat ik iets te drinken pak?” “Oké.” “Zal ik voor jou ook iets inschenken?” “Oké.”
Ik ging zitten op de stoel die het verst van haar af stond. Ik stelde me voor, zij ook. We dronken, zij maakte een puzzeltje. Lange tijd zeiden we niets. (Ja, ik ook! Ik verzin dit niet.)
En toen zei ze: “Ik weet er één niet, heb je zin om te helpen?” Ik was ontroerd. De handreiking. Het begin van het contact.
Onze levens bleven twaalf jaar lang sterk met elkaar verbonden. Daarna veroorzaakte ik wat afstand. Helaas was dat nodig voor mij zelf. Onze band bleek inmiddels stabiel. We wonen ver uit elkaar maar we schrijven af en toe, en eens per jaar lunchen we en kletsen we bij.
Kort geleden kreeg ik plotseling een appje. “Ik heb een leuk nieuwtje, we komen in de Achterhoek wonen, bij jou in de buurt!” Ze krijgen ook een tuin en ze hebben al gehoord dat daar af en toe eekhoorntjes zitten.
Als ik voor de Libelle schreef zou ik nu zeggen dat mijn hart een spreekwoordelijk sprongetje maakte. En ik schrijf niet voor de Libelle.
Maar leuk is het wel!
mirjam@writeme.com










