
Kittens
Opinie ColumnsX komt op bezoek. Op de oprit stapt hij van zijn fiets. Dat gaat een beetje wankel want hij torst drie grote takken met zonnebloemen met zich mee.
“Ja nou de bedoeling was iets lekkers voor bij de koffie. Maar toen kwam ik langs een veldje waar deze stonden. Dus ik ben van de fiets gestapt, en ik ben een zandpaadje ingelopen om een paar mooie uit te zoeken.”
“En toen vond je deze?”
“En een kitten.”
“En een kitten,” zeg ik. “Leg uit.” Dwars door het lawaai van mijn nieuwe espresso-apparaat gebaart hij van alles en als we in de tuin zitten vertelt hij alles opnieuw. Vanwege mijn oren.
“Een grijze. Hij liep gewoon naar mij toe. Alsof hij mij al jaren kende. Ik kon hem aanhalen, zo tam. Die is echt niet van een wilde kat afkomstig. Dit poesje is mensen gewend.”
“Jaja…” zeg ik.
“Jaja…” zegt X. Hij kijkt diep in zijn kopje.
Als X een tijdje weg is krijg ik een appje van hem. “Ze zitten er nog. Het zijn er twee! Ik ga ze vangen en ik bel de dierenambulance.”
Mijn hart maakt een sprongetje. Het komt goed met het poesje. Met de beide poesjes.
Weer een appje. “Het verhaal wordt verdrietig want er is nergens plek. Alle opvanglocaties en asiels zitten al vol met kittens.”
Wat het met mij is weet ik niet. Ik denk dat de vroedvrouw onmiddellijk na mijn geboorte ergens peper gestrooid heeft en dat die peper nu nog altijd z’n werk doet. Ik loop naar de schuur, pak wat nat-voer en oude handdoeken en ik spring in de auto. Aangekomen bij het zonnebloemenveldje zie ik X en Y die druk in de weer zijn om de katjes te vangen. Intussen heb ik al bedacht wie ik moet bellen: Marion van Stichting Kitty Cat. Maar ook zij heeft geen plaats. Nee natuurlijk niet.
“Er lopen momenteel honderden kittens op plekken waar ze niet horen. Deze kittens zijn duidelijk ontheemd. Ze reageren goed op mensen maar in het veld weten ze zich totaal geen raad.”
We vangen de katjes, alle drie, maar na het telefoontje moeten we ze toch weer laten gaan. Met lood in onze schoenen. Daar gaan ze. Eén wit bolletje met grijze vlekjes, zo schattig eigenwijs… en twee grijze zachte bolletjes. Het veld weer in, de koude nacht tegemoet met regen en vorst aan de grond.
De volgende morgen app ik X. Nee hij heeft niet goed geslapen. “Natuurlijk niet!” Ik ook niet en ik bel Marion opnieuw. “De stichting heeft op dit moment 102 kittens in de opvang. Maar ik ga je helpen. Als X en Y ze kunnen opvangen tot ik plek heb adopteert de stichting Kitty Cat ze met ingang van vandaag.”
Dan gaat het snel. We vangen alle vier de kittens. Ze krijgen namen, medicijnen, eten, een dak en liefde. Heel veel liefde.
De liefde die ze van hun moeder hebben gehad tot ze oud genoeg waren om vrijgelaten te worden in het wild omdat het gezin waar ze zijn geboren geen plek had.
Dit sprookje eindigt Godzijdank goed. Oskar, Lars, Sky en Harry gaan een fijne tijd tegemoet in hun gastgezin in Haaksbergen, en daarna zullen ze geplaatst worden bij mensen die heel graag een katje adopteren. Of twee. Of drie. Of vier.
Mensen die liefde genoeg hebben… ze bestaan.
Godzijdank.










