Afbeelding

Willem

Opinie Columns

Ik leerde Willem kennen in een stikdonker bos ergens midden in het heuvelachtige Montferland. Vijftien waren wij, en meneer Lorist, de gymdocent, had ons samen afgezet met de woorden “Jullie zijn Post Vijf” en de mededeling dat hij ons weer op zou halen als de laatste eindexamenleerlingen terug waren gekeerd van de dropping.

Daar zaten we dan.

Heden ten dage zou zulks onmogelijk zijn. Ten eerste is het Montferland natuurlijk niet meer in trek. Vijf vwo gaat minimaal op Innerlijke Mens Ontdekkingstocht naar de Himalaya of laat zich ingraven in de Sinaï onder leiding van een Youtuber. Maar ten tweede weten ouders tegenwoordig via Magister van minuut tot minuut waar hun langharig sneakerdragend wicht zich ophoudt en zijn docenten verplicht bij te houden hoeveel scheten elke puber laat.

Dus: Willem en ik werden gewoon nog gedropt in ‘t pikkedonker zonder enig besef van plaats en tijd en geen haan die daar toentertijd naar kraaide.

Nou had onze middelbare school een streekfunctie en op dertienhonderd leerlingen miste je twee à drie leerlingen natuurlijk niet, zeker niet als ze uit de omliggende gehuchtjes kwamen.

Maar er gebeurde niets schokkends.

“Ik heet Ralph Inbar, jij?” vroeg Willem.

“Echt? Nou moe… Dat is ook sterk,” antwoorde ik, en ik bleef hem Ralph noemen totdat ik hem anderhalf jaar later niet zag staan op de deelnemerslijst voor het schoolcabaret.

“Ja hoor, daar, de derde van onder,” verduidelijkte hij, en zo kwam ik erachter dat hij Willem heette.

Willem en ik werden onafscheidelijk. Dat kwam deels doordat wij ons daar in het donkere bos tegoed hadden gedaan aan alles wat Willem uit de zakken van zijn legerjas tevoorschijn had getoverd, en dat varieerde van een doosje Rennies tot een flesje onduidelijk maar hoog-alcoholisch spul dat hij eigenhandig samen had gesteld in zijn vaders scheikundekabinet.

Deels kwam het ook doordat we beiden lazen. Tijdens de jaarlijkse tienertoer lazen we Bazip Zeehok van Buddingh’, en in een bankje op Schier krasten we ‘Groeten aan JMA Biesheuvel en zijn vrouw Eva.’ Daarna dronken we koffie bij de Ober-met-zijn-hond in Hotel Van Der Werff en maakten we een legendarische foto van Willem, waarbij het onderschrift ‘Intellectueel in vlaggestok’ zou worden.

En we schreven elkaar brieven. Meestal tijdens schooluren, die wij grotendeels doorbrachten in de tot pauzelokaal omgetoverde fietsenkelder van onze school, waarbij we genoten van blikken erwtensoep of bruine bonen die we opwarmden op een primusbrandertje.

Willem ben ik alweer jaren kwijt.

Het primusbrandertje heb ik nog. Ik vond het vandaag terug op zolder toen ik zocht naar Handige Dingen voor mijn Noodpakket.

Zo zie je maar weer.

mirjam@writeme.com

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant