
Nazomer
OpiniePrecies tijdens een zwoele paringsdans-dag van de dansmuggen rond de oostkant van het IJsselmeer besloot ik een dagje naar de oostkant van het IJsselmeer te gaan. De trein was mij gunstig gezind want Ajax-PSV, de Wereldhavendagen en Het Grootste Zomerfeest van Nederland lokten de rest van de Nederlandse bevolking naar het westen. Zo kwam het dat ik de hele coupé slechts deelde met één Fries gezin dat werkelijk aan alle stereotypen voldeed. Blondharige kindertjes, gebruind van het spelen op het erf en het meerijden met papa op de trekker. Moeders had gezond blozende wangen en een mandje aan heur arm, waar vandaag natuurlijk geen eieren inzaten maar normaalgesproken wel. Al hun kinderen waren stuk voor stuk keurig opgevoed, waar vind je dat nog tegenwoordig dacht ik, en heit en mem vertelden hen alvast over de op handen zijnde bruiloft van tante Tjitske en oom Gait in Abbegaasterketting.
Onze trein zoefde voort.
We passeerden schapen, een winkel van Ype Kramer – niet Yep; toch hoorde ik Leen Pfrommer zeggen: ‘Schema’s op de knieën’ - schapen, een standbeeld van een Beroemde Schroevedraaier, een kerkhof met naar ik vermoed dappere strijders uit de slag bij Okswerderzijl, en schapen. “Boust dou kou,” zei het gezin tegen elkaar. En “Houst gouw rouw snjits.” Ik was het hartgrondig met hen eens.
“In zicht Hindeloopen,” vermeldde de conductrice na drie uur weilanden en slootjes. Ik hield mijn OV- kaart gereed om hem op het perron tegen de door mij verwachte bevolksschilderde beveiligingspoortjes met gesteven kanten mutsjes en zilveren oorijzers aan te houden. Maar er waren geen beveiligingspoortjes. Er was helemaal niets.
Er was een weg.
Er was gras.
En dat was het.
Meer had ik feitelijk niet nodig natuurlijk en ik wandelde over de rode klinkhamertjes naar het durp. Ik had op de bus kunnen wachten maar voor het wachten op de enige bus die Friesland rijk is moet je voor drie dagen proviand meenemen, en ik wilde ‘s avonds graag weer thuis zijn.
Tijdens mijn wandeltocht passeerde ik behalve schapen een troep wietende ljippen en Gerben Zonderland op een fiets, en na een half uurtje over dat weggetje had ik bovendien genoeg dansmuggen gegeten voor een heel jaar.
Ik liep het dorpje binnen over een bruggetje en vijf minuten later stond ik oog in oog met het IJsselmeer. Het meer waarover mijn moeder ooit nog naar Amsterdam was geschaatst met haar vader. Ik zuchtte even diep en ik at een visje.
Want dat doe je, bij het IJsselmeer.










