
Minister van Oosten (met Knunnekes-sjaal op de trekker) kwam voor een gesprek met drie evenementenorganisaties naar Oost Gelre. Foto: Barbara Pavinati
‘We willen graag een balans in regelgeving en dat nut en noodzaak hand in hand gaan‘
PolitiekMinister Van Oosten in gesprek met vrijwilligers van de drie grootste evenementen van Oost Gelre
Door Barbara Pavinati
GROENLO - Voordat de Drie Dolle Dagen in Groenlo losbarsten, brengt minister van Justitie en Veiligheid Foort van Oosten op zaterdagmiddag 14 februari een bezoek aan Oost Gelre. Bij ‘t Koetshuis van Carnavalsvereniging de Knunnekes gaat hij op verzoek van de VVD-fractie in gesprek met vertegenwoordigers van de Knunnekes, de Slag om Grolle en het Bloemencorso Lichtenvoorde. Na een warm welkom van fractievoorzitter Kees Porskamp en burgemeester Bronsvoort vindt het gesprek dat door Kees geleid wordt plaats in de kantine. De vraag die bij het gesprek centraal staat is: zijn optochten en evenementen door de almaar toenemende regeldruk en aansprakelijkheid nog wel te organiseren door vrijwilligers?
‘Iets organiseren is niet zonder verantwoordelijkheid’
De indruk die Van Oosten van Oost Gelre heeft, is als volgt samen te vatten: “Je kan echt merken dat jullie een evenementengemeente zijn. De contacten tussen de gemeente en het bestuur van de verenigingen is goed. Jullie hebben een enthousiaste burgemeester en bij dit gesprek zijn ook twee wethouders aanwezig. Jullie stralen passie uit. Het is mooi om dit alles te zien. De overheid is niet alleen bureaucratisch, maar benaderbaar en staat open voor jullie input. Ik zou zeggen: verzamel jullie punten en bespreek deze met de burgemeester en wethouders zodat zij met het betreffende ministerie in gesprek kunnen gaan. Wat ik nog wil meegeven is dat iets organiseren niet zonder verantwoordelijkheid is. Een ouder moet met een gerust hart zijn kind naar het evenement kunnen sturen en zelf ook zonder zorgen kunnen gaan.”
Verscherpte regelgeving na incidenten
Bij het gesprek zijn aanwezig: van de Knunnekes Martin Geessinck en Sander Althof, namens de Slag om Grolle Tristan Naber en Gert Stek, voor stichting Bloemencorso Thijs Kroezen en Eddy Tanck. Het college van Burgemeester en Wethouders is vertegenwoordigd door wethouders Ellen Dusseldorp-Ribbers en Gerjan Teselink. Marcellino Kropman is namens VVD Berkelland aanwezig.
Wat in het gesprek boven tafel komt, is dat er naar aanleiding van incidenten scherpere en meer regels worden ingevoerd, maar ook dat als er geen noemenswaardige incidenten zijn de beveiliging moet worden opgevoerd. Dit is bijna niet meer aan de vrijwilligers te verkopen, vertellen de vertegenwoordigers. Sander geeft als voorbeeld: ”Er was een keer een knokpartij in een café. Het jaar erop moesten we de beveiliging drastisch opvoeren. Waarom? Met honderd man extra beveiliging voorkom je een knokpartij niet.” Tristan vult aan: ”Het is ook niet altijd even makkelijk om bijvoorbeeld de vergunningen voor 400 musketten bij de Slag om Grolle te regelen. De ene keer vind je veel medewerking, de andere keer onbegrip.”
Terugtrekkende beweging overheid
Martin vertelt dat in 2020 tijdens het tweede coronajaar de carnavalsoptocht in Groenlo de enige optocht binnen Nederland was die doorging. Er was een windkracht 7/8 voorspelt. “Samen met de burgemeester hebben we constant de weerberichten gevolgd en besloten we om op zondag de optocht van 14 uur naar 16 uur te verplaatsen. Tegenwoordig is de regelgeving veel strenger. Een voorbeeld hiervan is dat eerst de politie en BOA’s de blaastesten deden en dat dit jaar de vraag kwam of we dat zelf wilden doen.” Eddy vult aan dat er een terugtrekkend beweging van de overheid is. “Eerst konden de corsowagens van buiten Lichtenvoorde onder politiebegeleiding naar het centrum worden gereden voor de optocht van het corso. Nu moeten we dat zelf doen.“ Gert beseft: ”Het is voor de Veiligheidsregio ook lastig om de regelgeving te verkopen. Zelf zien ze het liever ook anders. Beveiligen kost tegenwoordig meer”. “Verder is het ook de vraag of het verantwoord is om een vrijwilliger een blaastest af te laten nemen bij zijn buurman”, vult Kees aan.
De weg er naartoe
Van Oosten vraagt Dusseldorp-Ribbers hoe ze staat tegenover alles wat verteld wordt. Dusseldorp-Ribbers: ”Oost Gelre kenmerkt zich door naoberschap. We hebben veel vrijwilligers die zich inzetten voor het verenigingsleven. Het gaat om de weg naar de optocht of het evenement en niet om de optocht of het evenement zelf.” Thijs vult aan: “We leren bij het corso jongeren bijvoorbeeld lassen. Iets waar de maatschappij profijt van kan hebben.” Kees merkt op: ”Hier kan geen burgerschapstraining tegenop. De vrijwilligers leren verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld voor een budget. Dat wat de verenigingen organiseren komt van onderop. De vrijwilligers corrigeren elkaar, werken samen en leren van elkaar. Besturen kunnen niet altijd alle toegenomen regelgeving uitleggen. We gooien het kind met het badwater weg.” Dusseldorp-Ribbers voegt toe: “De evenementen worden steeds groter. Hoe regel je alles goed? Hoe zorg je voor de beveiliging? Het moet nog wel leuk blijven om te organiseren. Hoe gaat de toenemende professionele beveiliging die wordt opgelegd betaald worden?”
Zinvol gesprek
Kees vat het gesprek samen: “Dit was een zinvol gesprek. We pakken de handschoen op, want we hebben een verantwoordelijkheid als politiek. De minister stelt voor dat we de vragen van de vrijwilligers bundelen en ze aanreiken bij de ministeries. De organisaties zien nu hoe de lijnen lopen en weten elkaar te vinden. In de toekomst gaan we samen verder. We willen graag een balans in de regelgeving en dat nut en noodzaak hand in hand gaan.” Ook Teselink ziet een voortzetting van dit soort gesprekken zitten en wil de vrijwilligers in hun kracht laten staan. Thijs geeft de minister nog als tip mee: “Praat met de verenigingen en niet over ze.”













