Kijkjes van de Grolse Stadstoren

De Torenwachter: Dweilorkestendag is van droom naar werkelijkheid

Allemachtig zeg, allemachtig beste Grollenaren, wat ik droomde deze dagen: niet te krap! Ik droomde dat ik in een dweilorkestenformatie zat. Een leutband, een zwierende fanfare, een elfkoppige koperformatie, geweldig. En ik speelde de sterren van de hemel, ik speelde als een tierelier, echt waar. Ja, ik besefte in mijn dromen op de achtergrond wel min of meer dat dit eigenlijk niet kon. Dat het bijkans onmogelijk was dat ik als een getalenteerd muzikaal talent het volk vermaakte met dweilmuziek. Dat ik de aanvoerder was van de leutband, dat het me allemaal soepel en probleemloos afging. Dat ik met de ene hand speelde en met de andere hand nog joviaal kon zwaaien en zoals dat met echte vedetten gaat ook nog high fives kon uitdelen aan een uitzinnige schare langs de kant van de straat en op de overvolle terrassen. Ik besefte op de achtergrond dat dit eigenlijk niet kon, maar dat het niettemin toch zo was. En het was op dat moment dat ik me tevens realiseerde dat mijn familie me altijd klein had gehouden. Altijd maar zeggen dat ik geen talent bezat en al helemaal niet, maar dan ook helemaal niet, op muzikaal gebied.

Maar ik besefte nu dat ik die talenten wel degelijk had, dat ik veel meer in me had dan me altijd was voorgehouden, voorgelogen beter gezegd. En dat ik dus door die geniepige familie van mij een grootse muzikale carrière had gemist, tot op de dag van vandaag dan. Ik begreep nu dat ze het gedaan hadden uit jaloezie, ze konden het niet hebben omdat ze zelf geen talenten hebben. En ze waren zo afgunstig omdat zij met hun kwaliteiten van nul komma nul samenleefden met iemand die dergelijke talenten juist wel en zelfs in overvloedige hoeveelheden bezit. En als dat bekend zou worden dan zouden zij als kneuzen worden neergezet. Dus daarom mocht al die jaren die uiterst getalenteerde Torenwachter niet op de voorgrond treden. Een beetje achteraf houden dat mannetje, dat mannetje waaraan alles mankeerde en vooral op muzikaal gebied. Nou, echt waar beste Grollenaren, toen ik daar door die straten van dit mooie stadje als leider van dat fantastische dweilorkest in de leutklasse dat eigenlijk in de topklasse en in de wedstrijdklasse thuishoorde, toen voelde ik me dan toch! En ik werd ook voortdurend door de leden van de dweilcommissie gefêteerd, op de schouders geklopt en er werd geroepen 'Waarom heeft Groenlo al die jaren op die oh zo muzikale Torenwachter moeten wachten?' Heerlijk, ik voelde me een held in de Grolse straten, pleinen en markten. Het kwam zelfs zo ver dat de eerste burger van de gemeente Oost Gelre met ambtsketen en al enthousiast op me af kwam stormen en me al wilde onderscheiden met de eerste prijs. Maar ze werd door commissieleden met zachte maar dwingende hand afgevoerd, want die prijsuitreiking was pas tegen de avond. Maar dat enthousiasme voor mij, daar begon ik me in te herkennen.

Ik draaide mijn hand niet om voor een drumsolo, speelde op de saxofoon net zo gemakkelijk als op de blokfluit en ik wisselde losse opmerkingen met de rap sprekende Grollenaren die bij ieder podium het volk extra vermaken. Maar toen ik verscheen, verdween hun nut. Tijdelijk uitgespeeld.

Ineens werd er keihard aan mijn bed gerukt. "Opstaan, snel, we moeten met de familie met een muziekske mee. Je hebt je weer verslapen!" Ik stommelde naar beneden, hoorde de muziek die volop speelde toen ik buiten kwam. Ze speelden voor mij! Van droom naar werkelijkheid.


Torenwachter

reageer als eerste
Meer berichten