Columns

Uut het Wald | Volhandeg

Volhandeg

Ooit ben ik bang geweest dat ik me na mijn pensionering zou vervelen. Volledig ten onrechte. Ook nu ik geen baan meer heb (geen vaste althans) ben ik nog alle dagen druk. Volhandig, zoals ze in de Achterhoek vroeger zeiden. Ja, een woord dat een beetje uit het geheugen is verdwenen. Net als sluchterig, dat ook druk betekent. Tegenwoordig heb je het als streektaal sprekende Achterhoeker gewoon drok.

Misschien soms ook wel heel erg druk. Zo drok as 'n pötje met piere. Of, om de vergelijking met door elkaar heen krioelende beestjes nog even vast te houden: zo drok as 'n empennös (mierennest).

Ja, de meeste kleine diertjes gedragen zich nogal druk. Soms zelfs zijn ze springerig. Vandaar dus dat je ook wel zo druk kunt zijn as hoor op 'n hond, of as 'n borstrok vol luus.

Ook 'n klein baasjen zonder knech heeft het volgens onze streektaal altijd heel erg druk. Maar datzelfde zegt men (onder meer in Winterswijk) van 'n klein baesken met ene knech. Of (in Eefde) van 'n boer met ene koo. Dat laatste is natuurlijk bedoeld als grap, want een boer met slechts één koe heeft het juist helemaal niet druk. Evenmin als een barbier met één klant, zoals ze in Doesburg zeggen.

Ontegenzeggelijk wél heel druk heeft een moedervarken het. Zeker na een meer dan geslaagde worp. Vandaar de uitdrukking zo drok as 'n motte met dartien keune (biggetjes) en twaalf titten (tepels). Ja, die zeug heeft het zelfs nog drukker dan ne katte dee zövven statte te lekken hef.

Meer berichten