Foto:
Columns

Zwaleman | Klein verzet

Klein verzet

Nog een paar weken, dan is het 74 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. In onze contreien tenminste, want elders werd nog een tijdje doorgevochten. Pas op 5 mei 1945 was het voor heel Nederland voorbij en het duurde daarna nog vier maanden voordat in het Verre Oosten Japan capituleerde. Maar onze regio was het eerste stukje Nederland boven de Rijn waar de geallieerde troepen binnentrokken. Op 28 maart staken de Canadezen bij Wesel de Rijn over en trokken ze richting Achterhoek. Nog diezelfde dag werd Megchelen bevrijd. Al is niet iedereen het eens over die datum, heb ik begrepen. Het kan ook een dagje later zijn geweest dat de laatste Duitse soldaat daar was weggejaagd.
Canadezen en Engelsen maakten snel korte metten met de Duitsers. Binnen een week was de bezetter (bijna) overal uit de Achterhoek weggejaagd. Je kunt dus rustig zeggen dat 'wij' een maand eerder vrij waren dan de rest van Nederland.
In de veertig jaar dat ik als journalist werkzaam was heb ik – juist in deze tijd van het jaar – heel veel verhalen over de oorlog geschreven. Vaak opgetekend uit de mond van degenen die het zelf hadden meegemaakt. Die mensen sterven nu langzaam uit. En omdat kranten meestal geen lang leven beschoren is, is het goed dat ook elders (bijvoorbeeld in het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten) die verhalen zijn opgetekend en worden bewaard.
Naarmate het langer geleden is dat er eind kwam aan die oorlog zou je verwachten dat er minder over gepubliceerd wordt. Maar gek genoeg wordt de belangstelling voor die vijf jaren in onze vaderlandse geschiedenis eerder groter dan kleiner. Dus zullen er in de komende weken in alle media weer veel verhalen over de oorlog verschijnen. Dat zullen waarschijnlijk vooral de 'grote' verhalen zijn. Nou, die zijn er ook genoeg in de Achterhoek. Denk aan Tante Riek uit Winterswijk (de 'moeder van alle onderduikers'), denk aan de overvallen op distributiekantoren (onder meer in Doetinchem, Eibergen en Borculo), denk aan de kerkrazzia in Aalten. En denk natuurlijk ook aan dat Dutch National Batallion, waarin zo'n vierhonderd Achterhoekse jongens hun steentje bijdroegen aan de bevrijding van de rest van ons land.
Het zijn die 'grote' verhalen die steeds weer worden verteld. Minder bekend zijn de kleine verhalen, die vaak gaan over stille verzet tegen de Duitse bezetter. Onlangs hoorde ik daarvan nog een mooi voorbeeld. Uit de mond van André Kox, de in Neede en omstreken wereldberoemde schoenmaker. Diens grootvader Bernard was ook schoenmaker. Hij had geen eigen zaak, maar werkte in de schoenmakerswerkplaats van de Leo Stichting in Borculo. Daar lapte hij de schoenen van de fraters en van de pupillen die in dit internaat woonden. Sommige van die jongens leerde hij ook het schoenmakersvak. Tijdens de oorlog kreeg deze schoenmakerswerkplaats er een taak bij: de reparatie van de 'legerkistjes' van de Duitse soldaten, die in de Achterhoek waren gelegerd. Een opdracht die Bernard Kox liever niet aannam, maar van de fraters mocht hij niet weigeren. Daarom voerde hij het werk maar op zijn eigen manier uit. "Als hij nieuwe hakken moest zetten zorgde hij dat ze net iets lager waren dan normaal", vertelde André mij. "De soldaten hadden dan constant het gevoel dat ze tegen een berg opliepen en werden doodmoe van het marcheren."
Of dit de bevrijding van de Achterhoek heeft bespoedigd waag ik te betwijfelen. Maar ik vind het wel een fraai staaltje van wat ik maar klein verzet zal noemen.

Meer berichten