Columns

Kijkjes van de Grolse Stadstoren | Een veelvoud van de verwachte 15.000 bezoekers?

De Torenwachter: krijgen we nu een veelvoud van de verwachte 15.000 bezoekers hier?

Beste Grollenaren, ik zit nog gewoon na te hijgen van de escapades met de gemeente vorige week. Ik was er daar op dat verre gemeentehuis in Lichtenvoorde net achter gekomen dat ze mijn torenhuur met onmiddellijke ingang wilden verhogen. Nauwelijks had ik die klap verwerkt, toen ze me toch met een bizar voorstel kwamen. Een na-middeleeuws voorstel omdat 'dat zo goed bij Groenlo past en ook bij een Torenwachter die in vroeger eeuwen de stad bewaakte'.

Ze zeiden: Kijk, dat Museum 1627 moet 15.000 bezoekers opbrengen. 'Opbrengen', ze spreken daar bij de gemeente in economische termen, in cijfers, in kansberekeningen en groeivolumes.

Die 15.000 bezoekers was een wensgetal, of dat de realiteit zou worden dan wel dat het getal slechts door warhoofden was geroepen, wisten ze niet, nog niet. Maar ze kwamen zeker dik aan die 15.000 bezoekers als ik ook mee zou doen. Eigenlijk was het zo dat in alle berekeningen die Torenwachter een vaste waarde kon zijn, sterker nog: moest zijn. Niet omdat die Torenwachter daar elke week van die kleine columns naar beneden laat dwarrelen, dat helemaal niet. Dat leidt eerder tot minder mensen dan tot meer, zeiden ze. Hartelijkheid is maar alles. Nee, de stadstoren, omdat de toren een prachtig bestormingspunt is. Dat zeiden ze bij de gemeente, een bestormingspunt en daar dachten ze de Slag mee gewonnen te hebben.

Klein puntje van zorg nog: ik moest natuurlijk wel meewerken, maar het zou toch niet zo kunnen zijn dat het hele plan van het nu al magische en reusachtig opgezette Museum 1627 zou sneuvelen omdat een of andere snoodaard die toevallig in die toren huist dat zou blokkeren? Ze moesten hartelijk lachen alleen al bij de gedachte aan die dwaze, niet voor te stellen weigering van mij. "Dat gaan we toch niet beleven", riepen de bestuurders en ze begonnen mij opeens priemend aan te kijken. Ik zag dat die bestuurlijke ogen dachten: is die man nou wel goed wijs of niet?

Het gemeentelijk plan was dat de bezoekers zich op spectaculaire wijze via touwladders helemaal naar boven naar de toren zouden werken als een soort beklimming van een stadsmuur en dat ik dan boven als ze daar eenmaal waren zou zorgen voor het abseilen aan de andere kant van de toren, als ze tenminste daarvoor zouden betalen. Ik werd een soort tollenaar en tevens incasseerder voor de gemeente, begreep ik. Ze spraken het woord 'abseilen' met zichtbaar genoegen uit; die bestuurders hier spreken hun talen!

Als het goed liep dan overwogen ze misschien om mijn huur zo te laten, maar ik moest natuurlijk de gasten wel geld aftroggelen en gelijk een beetje pleasen. Alweer zo'n trendy woord.

Nou wat denk je ervan, beste brave Torenwachter, vroegen ze. Het zou een win-winsituatie kunnen worden. Ik werd gek van die kreten. Ik werd onder druk gezet. Maar ik kreeg opeens een geweldig idee.

Het beste is, zei ik, dat het college daar zelf mee begint. Dat je je als bestuurder naar boven kunt werken. Dat is toch op zich ook het uiteindelijke doel, nietwaar? En eenmaal boven begint de neergang, zoals altijd in het leven. Ik stelde voor dat op Hemelvaartsdag te doen. Dan gaat alles toch naar de zevende hemel.

Er zijn dan duizenden bezoekers, zei ik, en jullie kunnen laten zien wat je kunt.

Ze moesten hier nog wel even goed over nadenken, begreep ik, maar de kans is groot dat jullie op Hemelvaartsdag gemeentelijke klimgeiten aan het werk zien.


Torenwachter

Meer berichten