Foto:
Columns

Frank Zand | DD en andere stukjes

Longa speelt komend seizoen dus 3 (drie!) klassen hoger dan Grol. Met spelen bedoel ik mits anders vermeld voetballen en met Longa bedoel ik mits anders vermeld Longa '30 (en met Grol SV Grol).

Dan moeten de gemeentelijke oranjehelden dus weer een flink deel van Nederland door om hun amateurwedstrijden af te leggen. De penningmeester is er misschien niet eens zo blij mee, met deze promotie en de hoge reiskosten naar uitwedstijden. Maar de sportieve plicht werd gedaan: als je het kunt, moet je het ook doen.
Grol is (voorlopig nog) milieubewuster en drukt de reiskosten door de korte reisafstanden in de derde klasse, waar bijna iedere wedstrijd een derby is.
Voor Longa wordt SC Silvolde al een derby komend seizoen, op 21 kilometer afstand. En of een echte buurtwedstrijd tegen RKZVC er in 2019-2020 in de hoofdklasse inzit, hangt af van of de Zieuwentse onstuitbare godenzonen eindelijk eens niet promoveren.

Wel jammer dat zo ophitserig 'Wie niet springt, die is voor Grol' werd gescandeerd tijdens de ereronde en huldiging van Longa in Lichtenvoorde. Daar begint het allemaal mee, met het op deze manier neerzetten van de ander, zelfs gemeentegenoten; hebben we dan niks geleerd? Zelfs niet van de Dodenherdenking, nog maar een week daarvoor, op vier plekken in Oost Gelre. Zowel in openbare als in kerkelijke gebouwen.

Over dood gesproken: Doris Day is dood. Ik dacht dat ze allang dood was, maar dat was dus niet zo. Ervan uitgaande dat ze niet eerder dood is geweest en weer op is gestaan.
Haar gloriedagen lagen ver voor mijn gloriedagen (die trouwens misschien nog steeds niet echt aangebroken zijn, maar dat is een ander verhaal). Maar ik ken wel dat liedje van haar: Que sera, sera. Dat is Spaans voor ongeveer: wat gebeurt dat gebeurt, let it be. Of zoiets.
Goed liedje, mooi voor in een zwartwitdroom in een buitenwijk met oprijlanen en dubbele garages en een basketbalbasket tegen de zijmuur, meisjes met petticoats en jongens voor de jukeboxen.
Ik moest door Doris Day denken aan dat nummer van Doe Maar (alweer), over dat er geen bal op de tv is. Ook al een goed liedje.

Wel op tv, het liedje waarin wij (wij als in Nederlanders, ja!) meedoen met het Eurovisie Songfestival deze week. Superslecht liedje, maar misschien wel twee keer op tv, donderdag en zaterdag. Het nummer wil ergens naar toe maar het komt nergens, tenminste niet bij een lekker refrein. Echt een slecht songfestivalnummer, dus we konden dit jaar weleens gaan winnen. En dat hoop ik ook. Dat Duncans losing game een winning game moge worden.

Volgende week meer over die andere Europese verkiezingen. Deze week in deze krant al voorpret met mede-christen Henk Jan.

Meer berichten