Columns

Uut 't Wald | 'n Mengel foezel

'n Mengel foezel

Ik ga niet verklappen waarom, maar ik heb vandaag iets te vieren. Dat ga ik niet al te uitbundig doen, maar één glas drink ik vanavond nog wel. Of een klein glaasje, als ik voor deze ene keer een borreltje kies in plaats van een pilsje.

Een glaeske zeg je in de Achterhoek tegen zo'n borrelglas. Maar men spreekt ook wel over een nöttendöpke. Om aan te geven hoe klein zo'n glaasje wel niet is natuurlijk. Veertig milliliter, dat is toch niks? Die sla je zo achterover.

Ja, maar 'foezel' (de Achterhoekse benaming voor jenever, in het Nederlands staat het woord voor slechte wijn) komt met z'n stevige alcoholpercentage natuurlijk wel behoorlijk aan. Daar drink je niet een hele fles van leeg. Ook al ging de sterke drank vroeger nog niet in een literfles, maar in een mengel. Waarmee een fles van 0,8 liter werd bedoeld. Toch altijd nog twintig 'nöttendöpkes'!

Nee, laat ik vanavond maar gewoon een biertje nemen. Ons 'eigen' gerstenat, ook al wordt dat tegenwoordig net over de grens met Twente gebrouwen. Maar omdat het een feestelijke dag is, neem ik geen piepeken (30 cl flesje). Nee, ik ga voor een böggelflesse, de nog altijd zeer populaire halve literfles van Grolsch, met beugeldop. Die overigens geen halve literfles is, want er gaat maar 45 centiliter in. Een echte halve literfles heet in het Achterhoeks een poemeltje.

Toch nieuwsgierig wat ik te vieren heb? Ach, laat ik het maar verklappen. Dit is de honderdste Uut 't Wald die in deze weekkrant verschijnt. En dat is best een böggelflesse waard, vind ik.


Jan Buter

buterneede@hotmail.com

Meer berichten