<p>Ria aan de keukentafel vol verjaardagskaarten. Foto: Henri Walterbos</p>

Ria aan de keukentafel vol verjaardagskaarten. Foto: Henri Walterbos

‘Jammer dat er veel niet door kon gaan, maar er zijn ergere dingen’

Even bijpraten met Ria ‘Koerboom’ Rosing-te Brake

Door Henri Walterbos

BELTRUM - “In Beltrum kennen ze me ook wel als Ria ‘Koerboom’. Je had niet echt een adres vroeger, kenden ze je aan de boerderijnaam, onze boerderij heette ‘Koerboom’.” Bij het binnenlopen van de keuken valt direct de overvolle keukentafel met vele tientallen kaarten en gelukwensen ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag op 10 april op. Ze lacht. “Mijn dochter Wencke heeft een oproep op Facebook gedaan om mij te verrassen met een kaartje omdat je in coronatijd geen mensen kunt uitnodigen. Daar wist ik niets van, maar ik vind het prachtig. Ik vond al raar dat d’r mi-j al een paar feliciteerden veurdat ik jeurig was. Hebben ze buiten ook nog versierd en kwamen ze van de sport waor ik bi-j bun nog met 25 man zingen veur de deure.”

In de kamer als blikvanger een vrolijke foto van haar vier kleinkinderen. “Mooi he. Dat is een kostbaar bezit. Die foto heb ik ook pas nog gekregen met mijn verjaardag.” Opvallend ook een foto van een man - waarmee ik goed overweg kon - die ik nog ken als conciërge van de MAVO in Groenlo, midden jaren 70: Gait Rosing. “Hij kon goed overweg met kinderen, meestal dee wee een betjen ondeugend waren,” lacht ze. Dan zal dat het zijn, dat ook ik er goed mee kon opschieten. “De een zei Gert, de leerkrachten Gerrit. Van huis uit noemden ze hem allemaal Gait. Elf jaar geleden is hij overleden. Een moeilijke tijd, want mijn zusje Marianne die twaalf jaar jonger was, die ik eigenlijk nog lopen heb geleerd en waar ik zeer aan gehecht was, zij overleed drie maanden eerder. Beiden hadden kanker. Ben altijd met haar mee geweest naar bestralingen en dokters. Dan zei ze altijd: ‘gao ie maor met, ie dörft dee dokters wal te vraogen.’” Ria ging niet bij de pakken neerzitten en bleef van alles om handen houden.

Astma
“Ik was vroeger heel erg verlegen, ben veel ziek geweest vanwege astma en moest daardoor al vroeg naar school, op mijn vijfde. ‘Dan bouwt ze goed weerstand op,’ zei de dokter, en dat klopte want ik ben er overheen gegroeid. Ik heb vroeger thuis alleen maar dialect geleerd. Op school had je dan veel moeite om Nederlands te praten. Nu vind ik dialect heel mooi, het moet ook zeker blijven, maar vroeger schaamde me ik ervoor. Ik vond eigenlijk dat ik toen goed Nederlands moest kunnen spreken. We waren met zijn zessen, drie jongens, drie meisjes, en broertje Jantje, die met 1 jaar overleed en nog een kindje dat dood geboren werd. Daar werd vroeger nooit veel over gepraat. In mijn geboortejaar, 1941, zijn binnen zes weken mijn grootmoeder en Jantje gestorven en werd ik geboren. We hadden toen ook nog een onderduiker en evacués thuis, die zaten in het grote kippenhok. Een gezin van tien kinderen. Zij kwamen uit Millingen. Die aten ook allemaal van de boerderij. Dat kon allemaal.”

“Van de oorlog weet ik alleen nog dat er een keer heel veel trekkers bij ons thuis stonden. Die mensen sliepen een nacht bij ons op de deel, dan kregen ze eten en drinken, en gingen ze weer verder. Verder weet ik nog de Tommy’s er waren. Die aten graag eieren, dan kregen wij chocolade. Dat was me toch een traktatie toen. En dat er overal benzineblikken lagen die mijn broers later gebruikten om een vlot van te maken voor op de vijver bij een stukje bos wat we hadden.”

Peuterjuf
Vanwege haar verlegenheid durfde ze niet naar de MULO in Groenlo. “Ik heb toen de huishoudschool in Beltrum gevolgd. Daarnaast thuis op de boerderij helpen met alle voorkomende werkzaamheden. Mijn eerste betrekking was bij het gezin Andries de Groen, directeur van de Grolsch, in Groenlo. Met de kost erbij. Ik was er vijf dagen in de week als huishoudster, ook zaterdag nog een paar uur en zondags oppassen als meneer en mevrouw naar de kerk gingen. Zoon Andries ging daarna vaak achter op de fiets mee naar ons toe om op de boerderij te spelen. Pa en ma kwamen hem dan ophalen en brachten dan Groli ranja mee en blikjes Groli limonade. Dat was voor ons een feest. Ook met uitstapjes mocht ik wel eens mee. Ze zijn altijd goed voor de mensen geweest.”

Daarna ging Ria werken in een naaiatelier in Beltrum. “Hier leerde ik voor me zelf op te komen. Daarna heb ik vijf jaar met veel plezier als conciërge op de Huishoudschool in Groenlo gewerkt. Toen ik zwanger was van dochter Wencke ben ik gestopt. Toen de tweede, Chantal, geboren was werd in Beltrum een peuterzaal opgericht en werd ik daarvoor gevraagd als leidster. Dat heb ik met veel plezier 26 jaar gedaan. Met kleine kinderen werken is geweldig mooi. Later kom je ze overal tegen. Met de kermis is zo leuk. ‘Kump d’r ene bi-j oe: ie waren nog ne kere miene juffrouw. Mo’j d’r effen ene drinken met mien.’ Zo mooi. In Dorpshuis de Wanne heb ik veel cursussen gevolgd, waaronder stoelenmatten waar mijn man ook aan meedeed. Zijn we met de oude ambachten overal naar toe geweest, tot in Amerika aan toe, Missouri. Een geweldige belevenis.”

Corona
“Als ik terugkijk is het best wel snel gegaan. Ik heb veel gelezen en gepuzzeld. Tuurlijk is het jammer dat je niet overal maar zo naar binnen kon lopen, maar ik begreep het wel dat dat niet kon. Ik heb me aan de regels gehouden maar ben er zelf niet angstig voor geweest. En ik kan hier naar buiten toe. Echt eenzaam heb ik me niet gevoeld. Het is ook een beetje wat je er zelf van maakt, maar ik heb wel mensen gezien die eenzaam waren. Dat kon je goed merken. In de Hassinkhof hebben er ook veel mensen aan geleden, gingen geestelijk achteruit omdat ze alleen op hun kamers zaten. Mijn dochter Wencke werkt in de Molenberg. Zij heeft corona gehad, de vriendin van mijn kleinzoon ook. Gelukkig maar een beetje last gehad. In Hassinkhof zijn wel enkele mensen aan corona overleden die ik goed kende.”

Vrijwilligerswerk
“Ik heb nog genoeg om handen als vrijwilliger op de Hassinkhof en als bestuurslid van KBO. Daarnaast wandelen en twee keer sporten. Dat houdt me fit. Jammer dat er veel niet door kon gaan, maar er zijn ergere dingen,” relativeert Ria direct. “Hopelijk komt er wel meer vrijheid straks want ik ben geen afstandsmens. Ik hou van de natuur, muziek en mensen om me heen. Ook breng ik nog de ECHO rond, het kerkblaadje. Voor de kerk ook jarenlang de avondwake gedaan in Beltrum. Dat vond ik van de ene kant mooi en dankbaar werk maar ook wel moeilijk soms. Dan moest je soms onverwacht naar mensen toe die verdriet hadden. Sta jij daar voor in de kerk, zit daar vlak voor je in de banken een heel gezin te huilen. Daar had ik het wel eens moeilijk mee, maar mijn moeder zei vroeger altijd: ‘wa’j könt dat mo’j doon.’ Zo heb ik veel voor Beltrum kunnen doen.”

Vertrouwen in vaccinatie
Ze ziet de toekomst na corona met vertrouwen tegemoet. “Als iedereen zich maar in laat enten tenminste. Ik raad het iedereen aan. Of het ooit allemaal weer zo wordt als daarvoor, dat vraag ik mij wel af. Zelf ben ik 6 april gevaccineerd, geen enkele last gehad. Heb ik niet over getwijfeld, net als met de griepprik. Ik heb er wel vertrouwen in dat het goed is. Doe je het niet voor jezelf doe het dan voor een ander.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden