Erkende en herkende vestingstad

Erkende en herkende vestingstad

Het heeft naar mijn gevoel toch vrij lang geduurd vooraleer we onze stad als een echte vestingstad gingen ontdekken, beste Grollenaren. Oké, we wisten wel dat we een kanon hadden dat ‘geschonken’ was aan de stad Grol door prins Frederik Hendrik, nadat hij Grol had heroverd op de Spanjaarden.

Maar we moesten wachten tot de enkele jaren geleden overleden Joep van der Pluijm haarfijn kon uitleggen dat het kanon helemaal niet geschonken was. Gewoon door Frederik Hendrik achtergelaten omdat het niet meer functioneel was, beschadigd enzovoort. Eigenlijk konden wij vroeger zonder enige feitelijke kennis van de stad en niet gehinderd door enige deskundigheid naar hartenlust dromen van onze vermaarde Grols veste.

Wat wij wel goed konden was het zingen van liedjes over Grolle, over de wallen, de gracht, het kanon en de onneembare veste. Wij zijn wel altijd trots geweest op Grolle; dat is een gegeven, een hard feit want elke rechtgeaarde Grollenaar krijgt de tranen in de ogen als zijn stad weer wordt bejubeld, en daar hoor ik ook bij.

Wat wij aanvankelijk ook een beetje hebben nagelaten is de stad Grol te ‘vermarkten’ om het eens in goed Duits te zeggen. De tranen liepen ons van geluk over de wangen, maar het heeft toch een hele tijd geduurd voordat we beseften dat je met zo’n stad heel ver komt; wellicht veel verder dan we vroeger ooit gedacht hadden. Dat zo’n stadje tot een economisch voordeel kan leiden.

De dag van ommekeer in ons denken over de stad is nog niet zo ontzettend oud. Dank dient er te zijn voor bijvoorbeeld de mensen van de Oudheidkundige Vereniging die veel hebben geïnvesteerd in onderzoek naar de historie. De opkomst van de organisatie rond de Slag om Grolle, de herontdekking van onze gracht en het besef - ik wijs er nogmaals op - dat met dit kostbare kleinood wat Grol is toch is wat te verdienen valt. Er zijn vast veel mensen die ook op dit gebied veel goede dingen hebben gedaan. Ik volsta met de in dit verband veel gebruikte en sluwe zin: zonder naar volledigheid te streven. Dat voorkomt veel gemopper en gejammer achteraf.

Waarom kom ik nu met dit onderwerp?

In de nog steeds bijna onovertroffen Groenlose Gids van enkele weken geleden stond het kleine bericht dat Groenlo is opgenomen in de top 50 van de mooiste vestingsteden in Nederland. Dat is op zich toch best interessant nieuws dat een zekere ereplaats verdient. Het sluit ook een beetje aan op hetgeen ik hierboven al schreef; we zijn pas laat tot de conclusie gekomen welk goud we in handen hebben. En dat hadden we feitelijk al heel lang zonder het echt te beseffen dat we het hadden. Dat past misschien ook wel bij het Grolse karakter; daar is vaak sprake van een zekere zorgeloosheid en een losheid die in strijd is met de strakke wetten van de economie, de doortastendheid en de efficiency. Dat dus allemaal!

Wel een geluk dat we toch nog delen van de oude stad kunnen zien, dat niet alles aan de geest van de tijd is gegeven. Want dan hadden we misschien geen mooie gracht meer gehad, maar een rondweg om Groenlo om sneller van punt A maar punt B te komen. Ik heb zelf de indruk dat we langzamerhand wel doordrongen zijn van de historische schat die we hebben en dat we er voorzichtig mee moeten omgaan. Dat zou een geluk zijn naast het geluk dat we hebben met het in de markt liggen. We zijn er misschien wat laat achter gekomen. Maar beter laat dan nooit.


Torenwachter

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden