
Oranje-blauw
Opinie ColumnsDe gouden gloed van de waterige zon die door de flarden ochtendmist scheen, veranderde het Grolveld met de jongens in het blauw en de jongens in het oranje in een idyllisch decor uit een jongensboek. De intragemeentelijke derby was spannend. De doelpunten vielen als rijpe appelen. Het was een faire wedstrijd. Na het laatste fluitsignaal waren er gemeende felicitaties en was er wederzijds respect.
Respect voor de buren. Dat was vroeger wel anders. Ooit haatten we de Duitsers. Onze opa’s die de oorlog meemaakten en onze vaders die leden onder de schande van 1974 goten het ons met de paplepel in. We gierden het uit toen Ronald Koeman zijn achterwerk afveegde met een Duits shirt of toen Frank Rijkaard met een welgemikte fluim Rudi’s haar Völler maakte. Maar ook tussen onze hoofdkernen was animositeit de regel. ‘Je mag alle wedstrijden verliezen, als je maar van Longa wint.’ Het stond mijn straatgenoot nog helder voor de geest hoe zijn leider bij Grol er vroeger op hamerde dat er maar één wedstrijd echt belangrijk was.
Maar afkeer werd liefde. Europa werd één en langzaam leerden we de Duitsers, hun pünktlichkeit en de prijzen aan de pomp en bij de slijter waarderen. Onze gemeentes werden één en we leerden elkaar lief te hebben. In onze straat vrij letterlijk. Aan het Slöpperspad, zoals mijn Lichtenvoordse buurvouw ons gezamenlijke paadje had gedoopt, woont een flink aantal Lichtenvoordenaren en ook in de rest van de straat stroomt er nogal wat oranje bloed door de aderen. Dat had mijn buurvrouw geïnspireerd om tijdens de carnaval van de losse huizen in onze drukke straat een echte buurt te maken. En die buurt zat nu bij haar thuis waar we elkaar beter leerden kennen en de pakketjes met slingers en ballonnen kregen. Onze straat moest met de carnavalsoptocht gemeentelijke eenheid uitstralen. Ja, de carnavalsvereniging probeerde tijdens buutavonden de tweespalt nog wel in stand te houden met muffe grapjes over buren met een Calimero-complex. Maar ach, die club leeft liever in het verleden en noemt dat dan traditie. Een achterhoedegevecht.
Nee, de strijdbijl is definitief begraven. De carnaval kan beginnen en heel Oost Gelre is welkom. Onze straat heeft inmiddels een gouden oranje-blauwe gloed. Met meer nadruk op oranje omdat het de Lichtenvoordse buurvrouw was opgevallen dat de blauwe ballonnen beduidend groter waren dan de oranje. Ter compensatie had ze wat meer oranje ballonnen in de versierpakketjes gestopt. Het protserige blauw moest immers wel in toom gehouden worden.
Mijn zesjarige zoon had, met zijn teamgenootjes, die ochtend het jongensboek een perfect slot gegeven door op het voetbalveld te winnen van zijn Lichtenvoordse leeftijdsgenootjes. Hun allereerste overwinning. Tegen Longa nog wel. Er is toch maar één wedstrijd echt belangrijk.










