Oerend Smart | Parelmoer

  Column

De parkeerplaats ten noorden van kasteel Hackfort is sinds kort voorzien van slagbomen. Die gaan bij nadering van auto’s nu nog als vanzelf omhoog. Ik kwam aanrijden, draaide het raampje open en werd aangesproken door een oudere man en een jongere vrouw die eendrachtig uitlegden dat je vanaf 1 oktober een klein bedrag moet betalen om hier te mogen parkeren. Tenzij je lid bent van Natuurmonumenten, dan draag je immers in wezen al bij aan het onderhoud van het landgoed.

Boswachter Anouk Ballot had me telefonisch al over de naderende parkeerheffing ingelicht. De opbrengst helpt hooguit een beetje bij de instandhouding van de 730 hectare bos en landerijen die Hackfort rijk is. Het gaat meer om het idee, zei Anouk: bezoekers gaan hopelijk beseffen dat zo’n landgoed er niet zomaar vanzelf ligt. Zonder landgoedbeleid was de Achterhoek lang niet zo aangenaam boomrijk geweest als nu. Goed om dat af en toe tot je te laten doordringen.

Voor zover ik kan beoordelen valt het op Hackfort reuze mee, maar ik las dat boswachters elders in het land na elk weekend karrenvrachten zwerfafval moeten afvoeren. In coronatijd gaan Nederlanders vaker de natuur in. De behoefte daaraan is begrijpelijk, maar waarom dan overal plastic en blik laten rondslingeren? Het getuigt niet van respect voor de natuur, noch voor de mensen die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld het bijhouden van de paden zodat je er überhaupt in kunt. Enerzijds komt zo’n bos over als een stuk wilde natuur, anderzijds is het gewoon iemands tuin: die van Natuurmonumenten in dit geval.

Het is natuur van deze tijd, maar het voelt als die van lang geleden: ridderlijk kasteel, akkers met korenbloemen, boomgaard met bijzondere appel- en perenrassen én een met de hand, zonder gif, door vrijwilligers gerunde moestuin. Een deel van de oogst wordt in de groente- en fruitkraam uitgestald. Het spreekt voor zich dat je daarvoor betaalt.

Cadeautjes krijg je ook, die zijn inbegrepen. Ik zag een kleine parelmoervlinder boven de bloemen zweven. Die duiken de laatste jaren vaker in het oosten op, omdat ze gaan zwerven nu de duinen (waar ze algemener zijn) door vergrassing onaantrekkelijker worden. En ze liften vanuit het zuiden mee met de warmte van de klimaatverandering.

Een paar dagen daarvóór had ik voor het eerst ooit in deze regio een kleine parelmoervlinder waargenomen. Eveneens in een moes- annex kruidentuin, in Laag-Keppel, deelnemer aan het Bronckhorster opentuinenweekend. Fraaigelegen nabij de Oude IJssel stelde deze tuin-in-wording op het eerste gezicht weinig voor. De praktijk wijst uit dat je, zodra je dat denkt, vaak juist extra wordt verrast. We zetten door, plukten een handvol kleurige droogbloemen en… hé, wat bewoog daar op de marjolein, pal achter die dagpauwoog? Een kleine parelmoervlinder, ja echt! Een windvlaag blies zijn uitgeklapte vleugels omhoog en bracht de onderzijde met de witte vlekjes, het ‘parelmoer’, in beeld.

Het droogboeket kostte vijf euro, die stopten we in een geldkistje, door de tuinbeheerders, vol vertrouwen in de medemens, op een tafel klaargezet.

Indirect betaalden we daarmee ook voor de zeldzame vlinder.

In de columns van journalist Sander Grootendorst staan mens en natuur centraal

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden